← Table of contents
Door duisternis tot licht

RADEN ADJENG KARTINI. (continued 9)

Reading edition

Zou 't niet aanbeveling verdienen op kweekscholen voor onderwijzers een nieuw vak in te voeren; uitgebreide, degelijke kennis van Indië?

O! alle middelen moesten te baat genomen worden om in Nederland, en vooral ook bij de jeugd, belangstelling voor Indië te wekken.

De kinderen van heden zullen de regeerders over Indië van de toekomst zijn!

Beter nog dan 't populairste werk zou aanschouwelijke kennis van Indië in Nederland de belangstelling opwekken voor deze landen en volken.

Tentoonstellingen, zooals "Oost en West" er meer gaf in Den Haag van Indische voorwerpen van kunst en nijverheid, en zoo mogelijk in de eigene omgeving; bijv. een Inlandsche woning met bewoners (echte Javanen) en gamelan, op véle, véle plaatsen des lands gehouden, tegen zoo laag mogelijk gestelden toegangsprijs, opdat het volk er ook van profiteere. Zulk eene expositie bijeenbrengen en ze dan van plaats tot plaats door heel Nederland laten trekken en kijken.

Het is diep treurig voor Indië, en beschamend voor Nederland, dat de Nederlanders over het algemeen, de ontwikkelden niet uitgezonderd, zoo bitter, bitter weinig of niets van Indië afweten. Een der maatregelen door de Regeering te nemen om 't volk van Java tot meerdere ontwikkeling en welvaart te brengen en ten goede van Nederland zelve, is ongetwijfeld de kennis van Indië onder de Nederlanders zelf te bevorderen, bij hen belangstelling te wekken voor den "Oost".

Er kan van de Nederlanders in Indië een zegenrijke invloed uitgaan tot 't volk: ieder ontwikkelde Europeaan, in 't bijzonder degenen, die uit den aard van hunnen werkkring direct òf met den adel òf met 't volk in aanraking komen, kan in zekeren zin opvoeder en weldoener zijn van den Javaan. Men kan persoonlijken invloed ten goede oefenen en weldoen in den vorm van hulpverschaffing in gevallen van ziekten en verwondingen.

Welk een grooten, zegenenden invloed kon er van de ambtenaren persoonlijk uitgaan, zij die direct aanraking hebben met de hoogsten van het land: de hoofden en aristocratie.

Wat is van dien persoonlijken invloed te bespeuren? Over 't algemeen bedroevend weinig, o zoo bitter weinig! Dankbaar worden herdacht de ambtenaren, die hart hebben voor 't bruine volkje, dat zij regeeren, die de aan hen ondergeschikte Inlandsche ambtenaren beschouwen, niet als minderwaardigen in alles—bestemd om hen te aanbidden, maar als evenmenschen en kameraden.

O! dat er eene betere verhouding kome tusschen Europeesche bestuursambtenaren en Inlandsche, voornoemde aangehaalde verhouding regel worde, en niet langer uitzondering blijve!

Het "prestige" staat er als scheidsmuur tusschen, houdt 't Europeesche en Inlandsche element van elkaar.

Zal èn Nederland èn Indië niet beter gebaat worden, indien over 't algemeen de Nederlanders en in 't bijzonder de bestuursambtenaren op eene àndere manier het "prestige" zoeken hoog te houden dan tot nu toe gevolgd is?

Humaniteit zal op den duur blijken te zijn beter, en is óók 't beste middel om Java aan Nederland te ketenen, dan wanneer de Nederlanders, inzonderheid de bestuursambtenaren, de bevolking ontzag voor Neerland's gezag inboezemen, door zichzelf te plaatsen "op een verheven standpunt van goddelijke vereering". De Inlandsche ambtenaren bewijzen den Europeeschen den eerbied, dien zij hun eigen hoofden geven, omdat men weet dat de heeren daarop gesteld zijn—maar of men 't uit het hart doet???!

De Nederlandsche ambtenaar sta hoog genoeg, om géén eerbiedsbewijzen te willen aanvaarden, dan die uit het hart komen!

Ook van de Europeesche vrouw kan hier grooten zegen uitgaan tot de Inlandsche maatschappij.

Er zijn gevallen bekend van Inlandsche meisjes, die van huis uit reeds eenige ontwikkeling mee brachten en die door den persoonlijken invloed van Europeesche vrouwen zich eene meerdere ontwikkeling verwierven, welke in de toekomst tot nut zal strekken der Inlandsche maatschappij, ten volle bewust als zij zijn daarin eene zedelijke roeping te vervullen te hebben.

Het voordeel, dat Nederland zelf heeft van die daad van humaniteit zijner dochters; zij hebben in de harten dier Inlandsche vrouwen en harer familie liefde geplant voor haar land, hare natie. Zelf hebben zij het Javaansche volk van een beter standpunt leeren kennen. Het heeft dus geleid tot wederzijdsche waardeering en óók vertrouwen, welke beide partijen ten goede komen.

Er is ontzaglijk veel moois te doen in Indië voor den Europeaan en voor de Europeesche vrouw. Met een beetje goeden wil zouden zij zoo gemakkelijk de liefde der inboorlingen kunnen winnen. De Javaan kent geen dankbaarheid, wordt wel beweerd. O! als men maar eens hoorde hoe die "ondankbaren" met schier aandoenlijke liefde en vereering van Europeanen spreken, van wie zij liefde hebben ondervonden, men zou ànders spreken.

De Javaan is zóó gevoelig voor uit 't hart komende vriendelijkheid. De Europeanen hebben den eersten stap tot toenadering te doen; uit zich zelf zullen de Javanen nooit tot de Europeanen gaan, daarvoor zijn zij te bescheiden, te beschroomd, en—de Europeaan moet immers nog hun vertrouwen winnen?

En tot dit alles kan men komen, indien in Nederland eene degelijke kennis van Indië algemeen wordt. Verbreid ze in school en huis bij de jeugd, prent haar in, dat Nederland eene zedelijke roeping heeft te vervullen tegenover Indië, de schoone, rijke landen over zee, waaraan Groot-Nederland zijne beteekenis als Koloniale Mogendheid dankt. Men leere in Nederland vragen en er over nadenken: "Wat zou Nederland zijn zonder Indie?" en dat dan Nederland aan Indië leere: "Wat zou Indië zijn zonder Nederland?"

Over volksonderwijs leze men de voorstellen van den tegenwoordigen Regent van Ngawi.[1] Voorts zou 't aanbeveling verdienen de inrichtingen van onderwijs en opvoeding, de vakschool, enz. op Modjowarno en de resultaten daarvan grondig te bestudeeren. Waarom zouden zulke zegenrijke instellingen als op Modjowarno niet op meer plaatsen van Java kunnen komen?

Als de godsdienst-quaestie er buiten bleef, men wat dat betrof zich strikt neutraal hield, zou er niets geen gevaar te duchten zijn van het fanatieke deel der natie. Zonder godsdienstige propaganda zou men, zonder vrees de fanatieken tegen zich in het harnas te jagen, dat zegenend liefdewerk over geheel Java kunnen doen. De Javaan toch beschouwt in zijn hart met min of meer minachting zijn landgenoot en voormalig geloofsgenoot, die zijn oud geloof is afvallig geworden en de Christenleer omhelst. Dit beschouwt de Mohammedaan als de grootste zonde. En de Christen geworden Inlander van zijn kant kijkt min of meer neer op zijn landgenoot en voormalig geloofsgenoot, den Mohammedaan gebleven Javaan. Hij acht zich boven dezen verheven, nu hij hetzelfde geloof belijdt als de Blanken en meent in alles diens gelijke te zijn.

Voed den Javaan op, leer hem zelfstandig denken, en als hij volwassen is naar den geest, laat hem dan zelf zijn godsdienstige richting kiezen. Laat hij zich uit overtuiging doopen, niemand belette hem dat, het Christendom zou er slechts bij winnen, het zou een oprecht vrome, geloovige meer onder zijne belijders tellen. Wil men blijven in 't oude geloof zijner vaderen, het zij zoo!

Leer den Javaan door daad en woord wat ware beschaving, ware liefde is. Niet in de huidskleur, niet in de kleeren, niet in de uiterlijke manieren, niet in de taal, die men spreekt, ook niet in den naam van 't geloof, dat men belijdt, zit de ware beschaving. De ware beschaving woont in 't eigen hart. Het is karakter en zielenadel! Dien heeft men aan te kweeken onder àlle rassen van allerlei geloof, ter verheerlijking Gods, den eenigen, waren God, die de Vader is aller schepselen.

Dat Nederland naar Indië zende, ware Godskinderen, engelen der liefde, ten zegen van het Javaansche volk!

Er moesten meer hoofdenscholen komen, één op Batavia, Semarang en Soerabaja en een school speciaal voor djaksa's (Inlandsch officier van justitie), waar de jongelieden geheel voor dien tak van dienst worden opgeleid. De Nederlandsche taal zij 't voermiddel op al die scholen.[2]

Er melden ieder jaar geregeld meer leerlingen, wel 5 X meer, zich aan voor de hoofdenscholen, dan er plaatsen beschikbaar zijn.

Als er meer zulke scholen kwamen, zouden in de naaste toekomst de ambtenaren gerecruteerd kunnen worden enkel uit leerlingen dier scholen. Dat het land er ontzaglijk veel bij zal winnen, behoeft wel geen betoog. Nu bestaat 't ambtenaarscorps grootendeels uit magangs, wier opleiding over 't algemeen nu juist niet schitterend was.

Van nagenoeg alle magangs bestaat de geheele opleiding uit 't afloopen der gewone lagere Inlandsche school, daarna gaat men "magang" loopen bij Europeesche of Inlandsche ambtenaren, helpen bij 't schrijf- en copieerwerk.

Na op die wijze eenige, en niet zelden verscheidene jaren, dikwijls zonder loon, werkzaam te zijn geweest, wordt men op voorspraak van zijn "heer ambtenaar", gewoonlijk schrijver, hetzelfde baantje dus, met 't verschil, dat men nu van 't Gouvernement, dat men jaren heeft gediend, tractement krijgt en men in 't ambtenarencorps is opgenomen met de daaraan, voor ons kind-volk zóó aantrekkelijke verbonden rechten: 't voeren van een pajong (zonnescherm) en 't dragen van blinkende W-knoopen!—Velen komen op die wijze eerst láát, wat leeftijd betreft, op de onderste sport des ambtelijken ladders.

Is dit in 't belang van den dienst? De ouderdom heeft misschien meer ondervinding voor op de jeugd—(maar welke ondervindingen kan men in den dienst hebben opgedaan, als men er steeds buiten heeft gestaan?)—de jeugd heeft ontegenzeglijk dit voor op den ouderdom: "frischheid". En als aan die frischheid zich kundigheden paren, wat zou daar niet van te verwachten zijn? Dat 't dan vaste regel worde bij bevordering minder te letten op anciënniteit, dan wel op de capaciteiten en geschiktheid der te bevorderen ambtenaren.

Zeer toe te juichen is de stelregel door de Regeering in den laatsten tijd gevolgd bij de benoemingen der hoogste Inlandsche ambtenaren, n.l. de Regenten.

Drie mannen, waarvan twee nog zeer jeugdig en één zelfs buiten 't corps staande, maar die zéér begaafd is, werden tot die hooge waardigheid opgeroepen. Alle drie hadden zij de H.B.S. afgeloopen en één zelfs in Nederland.

Dit brengt frischheid in het corps, en heeft ook dit voor, dat men in de Inlandsche wereld tot besef komt, dat hooge geboorte thans op zich zelf niets beteekent, maar dat men bij goede afkomst ook bekwaamheden moet paren om in aanmerking te komen voor het hoogste ambt. Dit zal een prikkel zijn voor de hooggeborenen en hooggeplaatste ouders om hunne kinderen zoo goed mogelijk te laten ontwikkelen.

Behalve die drie reeds bedoelde telt 't corps nog drie Regenten met een H.B.S.-opleiding.

Zoo langzaam aan worde dan tot regel gesteld: niemand kome in aanmerking voor Regent, die niet eene H.B.S.-opleiding genoten heeft en voorts goed ontwikkeld en ten volle berekend is voor die taak.

Overbekend is het schreeuwend gebrek aan medische hulp in Indië. Ambtenaren en onderwijzers zouden zeer best daarin eenigszins tegemoet kunnen komen. Op hoofden- en kweekscholen voor onderwijzers worde als een nieuw vak ingevoerd: gezondheids-en verbandleer. O! zooveel levens zouden niet verloren behoeven te gaan, indien in de naaste omgeving maar iemand was, die maar elementaire kennis van hygiëne bezat. Hoeveel keeren is het niet gebeurd, dat bij verwondingen iemand doodbloedde, aleer er geneeskundige hulp, die dikwijls mijlen ver is, kwam.

Er was een kind door de tram overreden; de naaste dokters-standplaats was 2 uren ver; het kind werd er heen getransporteerd en bloedde onderweg dood, omdat er niemand was, die eenig verstand van verbinden had.

De Inlandsche hoofden zouden hunne hygiënische kennis aan de dessahoofden kunnen leeren en in de dessa had men dan alvast wat.

De onderwijzers moesten op school hunne hygiënische kennis onderwijzen. Op Magelang, waar een hoofdenschool is en tevens veel officieren van gezondheid zijn, kon men al dadelijk de leerlingen een cursus in gezondheid en verbandleer laten volgen. Ook op Djokdja, waar een kweekschool voor onderwijzers is, en ook officieren van gezondheid zijn, kan men al dadelijk daarmeê beginnen. Op de opleidingsscholen voor Inlandsche ambtenaren en onderwijzers, geve men een welvoorziene bibliotheek, zoo mogelijk in de 3 talen Javaansch, Maleisch en Hollandsch, bevattende leerrijke, ontwikkelende en den geest voedende, verrijkende en verheffende boeken. Zoo veel mogelijk bevordere men de liefde voor de litteratuur bij de leerlingen. En opdat er met vrucht gelezen worde, leze men onder leiding van onderwijzers, die zelf gevoel voor litteratuur hebben. Het gelezene bespreekt men telkens. Zooveel mogelijk moet een vrije gedachtenwisseling en wrijving onder de leerlingen onderling bevorderd worden. Men legge bijvoorbeeld "spreekavonden" aan, onder leiding van onderwijzers, waarop belangrijke zaken en gebeurtenissen worden besproken. De jongelieden denken daarover na en deelen hunne gedachten er over mee op een volgende bijeenkomst. Men lache hen niet uit, als zij vreemde theorieën verkondigen, doch helpe hen met tact, zachtheid en liefde op weg.

Begint men met spot, dan zullen met de monden ook de harten sluiten. Men moet hun leeren zelfstandig denken. Zooals reeds meer gezegd, de onderwijzers hebben een dubbele taak: onderwijzer en opvoeder zijn! Zij hebben zorg te dragen voor die dubbele opvoeding; de verstandelijke en de zedelijke!

Bij de leerlingen moet 't bewustzijn worden wakkergeroepen, "dat zij hebben eene zedelijke roeping te vervullen in de maatschappij, jegens het volk, dat zij zullen besturen". Ook na 't verlaten der school moet de voeling tusschen de leerlingen onderling blijven bestaan, onderhouden worden. Dat zou 't best kunnen geschieden door de oprichting van een blaadje voor leerlingen en oud-leerlingen dier scholen, geredigeerd door de onderwijzers, en bijgestaan door de verstgevorderde leerlingen. In dat blaadje, dat in 't Hollandsch gaat, om de taal te onderhouden, en om ook in Europeesche kringen te komen, deelen de oud-leerlingen hunne bevindingen en ervaringen in den dienst mede, die dan door de onderwijzers met de leerlingen besproken worden en beantwoord, en zoo over en weer.

Uitnemend is de maatregel, door de Regeering sedert een paar jaar genomen om den blik der Inlandsche onderwijzers te verruimen. Ieder jaar in de groote vacantie wordt een aantal onderwijzers in de gelegenheid gesteld op 's lands kosten een kijkje te nemen op een der drie hoofdsteden, zij moeten dan een verslag daarvan uitbrengen, liefst in 't Hollandsch, en dat ter hand stellen aan den Inspecteur.

Zeer zeker is 't noodig bij de toenemende beschaving en ontwikkeling van de Inlandsche maatschappij nieuwe takken van dienst open te stellen voor zonen van den adel.

Het zij hierbij aangeteekend, dat bij jongelieden, die eene H.B.S.-opleiding genoten en genieten, al heel weinig lust bestaat om bij het Binnenlandsch Bestuur te dienen. De reden ligt voor de hand; de vrijheid in handelen en denken gedurende hun studietijd genoten, heeft bij hen te diep wortel geschoten, dan dat zij zich zonder verdriet zouden kunnen schikken in eenen werkkring, waar de hun lief geworden vrijheid zoo goed als onbekend is.

Het geestdoodend klerkenbaantje, waarmede de Inlandsche ambtelijke loopbaan nu absoluut schijnt te moeten aangevangen worden, is nu juist niet geschikt om een pas uit de H.B.S. stappenden jongeling liefde in te boezemen voor den dienst. De positie, die hij als laaggeplaatst Inlandsch ambtenaar heeft, verschilt zoo hemelsbreed met zijn vrijen gymnasiastentijd. Hij mag al wat hij met zooveel ijver, energie en moeite heeft vergaard in de 5 jaren, in een kastje sluiten; voor zijn tegenwoordig leven en werk heeft hij dat alles niet noodig.

Wat een illusies worden niet begraven met den diepen zucht, geslaakt bij 't zetten van den eersten pennestreek als klerk!

En 't gebeurt wel eens, dat de Europeesche medescholier van heden, in de toekomst zijn chef is, dien hij kruipend heeft te naderen en allen eerbied te bewijzen, dien hij, van hooge afkomst zijnde, alleen zijnen ouders en oudere verwanten geeft.

Energieke, intelligente Inlandsche jongelieden stelle men in de gelegenheid hunne opvoeding aan Europeesche Hooge Scholen te voltooien.

Inlandsche meesters in de rechten konden 't land uitnemende diensten bewijzen.

Na de voltooiing hunner studiën aan de Hooge School stelle men hen in staat hunne studiën voort te zetten in 't land hunner geboorte en onder 't volk welks taal de zijne is. Laat hen daar bestudeeren het Inlandsch recht.

Zij zouden dingen aan 't licht kunnen brengen, der Regeering en 't land van veel nut.

Als kinderen van 't eigen volk hebben zij overal toegang, kunnen zij doordringen tot de diepste diepten van het uiterlijk en innerlijk leven van het volk. Zij kunnen overal komen, waar de Europeaan met geen mogelijkheid bij kan. En wat men voor geen geld ter wereld een vreemdeling zou willen vertellen, zou de Inlander den landgenoot toevertrouwen.

En traden zij als presidenten van den Landraad op, men zou er slechts bij winnen. Zij zouden géén tolk noodig nebben en zich direct in contact stellen met de beklaagden. Het eigenlijke volk spreekt maar één taal, zijn eigen. En 't moet nog komen, dat rechtzittingen gehouden worden in de landstaal, d.i. òf Javaansch, òf Madureesch, òf Soendaneesch! Waarom prefereeren de Landraadsvoorzitters Hollandsch sprekende djaksa's? men drukt zich 't best uit in die taal. Maar niet alle djaksa's spreken Hollandsch!

In Europa opgeleide Inlandsche dokters zouden ook uitstekende diensten bewijzen aan ons land. De voordeelen van een-kind-van-'t-land-zelve-zijn zouden telkens in 't oog springen, vooral bij onderzoekingen onder en midden 't volk te doen, en andere werkzaamheden, waarbij men direct aanraking heeft met 't volk.

Vollediger toegerust dan de gewone dokters-djawa, doorkneed in eigen taal en zaken, zouden in Europa opgeleide Inlandsche doktoren aan de medische wetenschap goede diensten kunnen bewijzen.

Zij zouden grondig de Inlandsche medicijnen, die volstrekt niet alle kwakzalverij zijn, kunnen bestudeeren en ze in een wetenschappelijk kleed gestoken de Europeesche wereld binnenleiden: zonder dat kleed krijgt men er geen toegang!

De Inlanders gebruiken zoovele eenvoudige, onschadelijke middelen, waarvan er werkelijk deugdelijke zijn. Vertelde een leek, bijv. aan een dokter, dat de Inlanders met goed succes paling en wormenbloed gebruiken voor ontstoken oogen, de geleerde zou hem gewoon uitlachen. En toch is het een feit, en meer van zulke dingen. In klapperwater, in pisangbatoe zit geneeskracht.

't Is toch zoo eenvoudig mogelijk—ziekten van het land geneest men met middelen van het land zelve. Dat daar veel onzin bij is, is nog geen bewijs dat er niets deugdelijks bij zou zijn.

't Is meer gebeurd, dat patiënten (Europeanen), vooral dysenterielijders (tropische ziekte), door wetenschappelijke menschen, doktoren opgegeven, baat vonden bij onschuldige Inlandsche middeltjes.

Niet lang geleden constateerde een kundig geneesheer bij een Inlandsch meisje keeltering in vergevorderden staat. Hij gaf haar hoogstens twee weken te leven en voorspelde een vreeselijk uiteinde. De wanhopige moeder bracht 't meisje weg, naar haar volk, om er genezing voor te zoeken; en zij vond. Het meisje leeft, is gezond en wel, heeft nergens pijn en kreeg haar stem terug. De geleerden zouden medelijdend hunne schouders ophalen, als zij hoorden, wat men 't kind had ingegeven: kleine insecten op de sawah gevangen, levend ingeslikt met pisangmas. Barbaarsch middel!—wat doet het er toe?—zij vond er baat bij, die zij niet had gevonden bij de wetenschap.

De dokters-djawa konden zulks ook wel bekendmaken. Dat kunnen ze, maar ze doen het niet. Vrees wellicht, dat de geleerden hen zouden uitlachen? Een Inlandsche dokter, evengoed toegerust als zijn Europeesche collega, van een of ander overtuigd zijnde, zou zijne overtuiging durven belijden en haar durven verdedigen.

Als ingenieur, als houtvester zouden energieke, intelligente Inlanders op hun plaats zijn en ook véél goeds kunnen doen èn voor 't Gouvernement èn voor de bevolking!

Dat dan Nederland de zonen en dochteren van Java in de gelegenheid stelle, zich bekwaamheden te verwerven, die hen in staat stellen hun land en volk tot geestesontwikkeling en grooten bloei te brengen—Neêrland tot sieraad en eer!

REGISTER

(ALPHABETISCH INGERICHT). Aanzien 227, 242 Aardrijkskunde 202 Abdoel Rivai 151 Abendanon, Mr. J.H.; Mevr. E.E., vóór de Inleiding en verder o.a. 77, 78, 79, 86, 89, 125, 133, 136, 168, 247, 260 Achter de schermen 37 Adat 1, 42, 96, 101, 114, 118, 189, 222, 227, 285 Adel 9, 14, 30, 41, 128, 129, 133, 155, 189, 196, 220, 341, 353, 356 Adeldom verplicht 14, 42 Administratie 215 Adriani, Dr. N. 93, 171, 247, 279, 289 Afgestorvenen 173, 206, 229, 252 Afrikaansche kinderen 31 Album Kern 318 Alg. Handelsblad 228 Allah 85, 217, 233 Aloen aloen 176, 178 Amboneesche kinderen 31 Ambtenaren (Eur. en Inl.) 27, 28, 29, 34, 70, 118, 182, 291, 317, 363 Anak mas 91 Anciënniteit 366 Anton, Prof. Dr. G.K., te Jena zie vóór Inleiding en o.a. 87, 263 Apenland 17 Apostelen Petrus en Paulus 320 Arabieren 284 Arabisch en Arabische karakters 18, 235 Arbeid adelt 155 Arbeiders 239 Aristocratie 192, 358 Aristocratie van den geest 9, 68 Armoede 188, 201 Aspirant-controleur 37 Ass.-resident 34, 35, 37, 182 Assistent wedana 28, 34 Auteursweelde 306 Baanbrekers en baanbreeksters 42, 81, 133, 208, 268 Baboe 9 Bandjir (overstrooming) 25, 27, zie watersnood Barensweeën 87 Barthold Meryan 38, 144 Batavia 40, 72, 85, 93, 95, 111, 112, 124, 134, 195, 202, 207, 214, 222, 231, 242, 260, 293, 297, 308, 330, 366 Batikkunst 16, 129 Begin, alle—is moeilijk 80 Begrijpen is vergeven 163 Belang en recht 169, 228 Belasting der Inlanders 27, 345 Beleefdheid 70 Belofte houden 139 Bendoro 242, 325 Beproeving 315 Berkoetoet 106 Bervoets 113, 337 Beschaving 2, 208, 229, 264, 328, 359, 365 Bescherming van den Inlander 31 Bestaan (onstoffelijk) 110 Bestuur van eigen hoofden 37 Bestuurs-ambtenaren 34, 98 Betrekkingen voor Inlanders 154 Bewaarschool 79 Bibliotheek 368 Bidden 83, 325, 348 Bijgeloof 166, 184 Binnenlandsch Bestuur 369 Bintang Hindia 361 Blanda 299, 301 Blank ras 38, 225 Blanke zuster 46 Blanke (en bruine) 223, 224/5, 365 Blindgeboren 47 Blitar 366 Bloed (Het Java-) 106 Bloemen 106, 142, 165, 174, 251, 315 Bloemenbad 173 Bloementaal (poëzie) 231, 235, 246 Bodhisatwa 185 Boeddhabeeld 175, 176, 179 Boeddhakindje 276 Boeddhisme 112 Boeddhisten 299 Boeken 3, 47, 54, 56, 57, 67, 163, 224, 244, 279, 360, 361 Boes 150 Boetseeren 73 Boissevain, Charles 228 Booy-, Mevr. H.G. de—Boissevain, zie vóór de Inleiding en voorts 228 Borel 67, 100, 200 Botjah angon 302 Brandes, Dr. 331 Brieven 3, 69, 226, 247, 259, 336 Broeders en zusters onder elkander 52, 53 t/m 56, 57, 59, 113, 114, 137, 140, 141, 153, 160, 167, 172, 198, 240, 248, 297, 303, 341 Brooshooft, Mr. P. 263 Bruid en bruidegom 173, 174, 175, 177, 179, 180, 182, 328 Bruiloft 142, 161, 172, 284, 285 Bruine meisjes 47 Bruin ras 32, 199, 207 Brutalen 15 Buitenzorg 72, 194, 250 Burmaansch volk 200 Cadeaux, huwelijks- 183 Capaciteit 366 Celebes 171, 247 Chateaubriand 74 Chineesch afgodsbeeld 277 Chineesche kunst en poëzie 164 Chineesche onderwijzeres 206 Chineezen, 206, 207 Cholera 111, 131, 141, 201 Christelijk Kabinet 299 Christendom 289, 321 Christen-inlanders, zie Inl. Christenen 365 Christenzending 93, 94, 299, 300, 365 Comediespelen 147, 274, 275 Conservatisme 101 Consulaat, Ned.—te Djeddah 323 Controleur 28, 33, 267 Coquet 270 Correspondentie, zie brieven Couperus 39, 265 Czaar 32 Dames. Ned. Indische—6 Dankbaarheid 68/9, 96, 103, 135, 364 Dankgebed 45 Danseres 283 Dansfeest 181 Danskunst 181, 200 Demak 2, 27, 111, 112, 131, 312 Denkbeeld idioot 34 Denkende wezens 147 Depok 112 Dessakind 327 Dichtmaat 246 Die niet waagt die niet wint 15 Dijkbreuk 27 Directeur O.E.N 43, 69, 124, 355 Djaksascholen 366 Djatihout 164 Djeddah 323 Djimat 282 Djokdjakarta 65, 368 Djomhang 19, 23, 267 Dokter djawa (Inl. artsen) 30, 77, 118, 124, 125, 290, 300, 306, 310, 316, 370, 371 Doekoen 356 Doenia 235 Doepa 106 Docter 98, 130 Dom blijven 146, 356 Dood 333, 348, 350 Dooden, zie afgestorvenen Doop 300, 365 Drang naar ontwikkeling 315, 316, 319, 321 Drang tot werken 188 Drankdemon 5 Driftkop 151 Dringin (moesjes) 305 Droogte 131, 291 Droomen 60, 333 Duisternis 232/33, 239 Dwaalbegrip 356 Echo, de 74, 150, 228, 276 Echtscheiding 186/7 Edel 9 Edie 21 Edna Lyall "Wij beiden" 320 Eed 145 Eden, van—201 Eendracht 11, 123 Eenvoud 10, 70, 335, 350 Eenzaamheid 233 Eerbewijzen 35, 70, 364 Eerbied voor al wat leeft 134 Eerstgeboorterecht 54 Eerzucht 50 Egoïsme 23, 119, 120, 258 Egyptenaren 202 Eigen Haard 256, 303, 306; Eigenwijsheid 234 Ellende op Java 201 Elsevlers Maandschrift 348 Emancipatie 2, 38, 48, 87, 97, 118, 155, 299 Epidemiën 277 Etiquette 10, 11, 16, 35, 51, 56, 70, 112, 242 Europa, naar—(of naar Holland) 15, 24, 40, 41, 50, 72, 82, 102, 129, 130, 132, 133, 151, 154, 168, 186, 194, 204, 205, 207, 272, 288, 292, 293, 294, 307, 311, 314, 322, 370 Europeanen en Javanen in hunne onderlinge verhouding 10, 19, 20, 23, 32, 33, 35, 36, 37, 38, 137, 225, 275, 339, 347, 348, 364 Europeesche Maatschappij 273, 274; Europeesche gedachten 106 Familieleden en familieleven 113, 167, 168, 190 Familienamen 8 Fanatieken 365 Fatimo 116 Feest 162 Fielding 112 Financiëele politiek der Regeering 6 Foto's, fotografie 166, 241, 302, 311 Fransch 74 Freule 9 Friesland 201 Gamelang 24, 100, 106, 163, 176, 182, 200, 232, 243, 244, 283, 313, 342 Garde, de jonge—123 Garoet 107 Gastvrijheid 192 Gebed 178 Geboorte, hooge 9 Gebruiken en gewoonten 1, 3, 184, 205, 299, 326 Gedachten (w.o. oproerige) 47, 50, 52, 56, 68, 259 Geest en geesten 103, 210, 233 Geestdrift 60, 74, 91, 94, 248, 306, 335 Geestigheid 235 Geestverwanten 10, 88, 306 Geflikflooi 35 Geheelonthoudersbond 5 Gehoorzaamheid uit vrees 240 Geld 154 Geloof 139, 211, 227, 246, 248, 282, 302, 303, 314 Geluk 109, 245, 306, 335, 340 Geneeskundige kennis 125 en zie ziekteleer, gezondheidsleer, verbandleer Genestet, de 105, 159, 164, 172 Genie 283 Geschenken aannemen 27 Geschiedenis 187, 200 Gestrafte 277 Geweten 233 Gezag, mystiek—179 Gezondheidsleer 82, 129, 194, 310, 367 Gezondheidstoestand 131 Ghetto 145, 321 Gids, de— 39, 225 Ginondjing 24 Glans en glorie 227 Glaser Annie (Mevr. Buijn), zie Inleiding en o.a. 136, 157, 160, 193, 195, 232, 250, 254, 298 God 83, 212, 217, 218, 221, 222, 233, 238, 241, 244, 245, 246, 254, 258, 259, 287, 299, 349 Godsdienst 18, 222, 233, 245, 282, 283, 299, 301 Godsdienstige handelingen 178 Goed doen zonder en met verstand 102, 309 Goede, het of de—82, 92, 159, 246, 258, 305/6 Goekoop. Mevr.—6, 8 Goesti Allah 227, 282 Goestikoe 218 Goesti Poetri 335 Gonggrijp 90 Gorontalo 113 Goudsmeedkunst 231, 302, 305, 330 Gouvernante 188, 336 Gouvernement 5 Gouverneur-Generaal 89, 173, 194, 208, 293, 325 Graf (heilig) 164, 251 Graven 59 Grieken 202 Grieksche mythologie 265 Grobogan 131 Grooten Inlandsche—10 Haag, Den 129 Handschriften 235 Handwerken 61, 215, 310, 316, 327 Harmonie 207, 241 Harten, eenvoudige—enz. 109, 116 Hasim 316 H.B.S. 3, 33, 39, 50, 124, 154, 189, 322, 367, 369 Heil het—van ons volk 209 Hilda van Suylenburg 6, 12, 17, 343 Hofcostuum 200 Hofmanieren 180 Holland moet Java vrijmaken zie Europa, verder 162, 186, 191, 193, 205 Hollandsche Lelie 276 Hollandsche revue 260 Hongersnood 26, 111, 112, 131 Hoofden en bevolking 27 Hoofdenscholen 30, 74, 79, 366 Hoogeschool 370 Hoogheidswaan der ambtenaren 33, 34, 70 Hoogmoed 68 Hoop en vertrouw 109 Hoornbewerking 302 Hopen en bidden 82 Hout, djati-, sono- 164, 165 Houtsnijwerk 106, 164, 165, 174, 202, 231, 252, 256, 280, 282, 297, 305, 330, 331 Houtvester 371 Hubert 94 Huisgezin huiselijk leven 190, 264, 342 Huishoudkunde 132, 215, 310 Humaniteit 363 Huwelijk (w.o. het Mohammedaansche) 4, 13, 14, 49, 64, 65, 71, 115, 117, 141, 179, 183, 184, 218 Huwelijk, gelukkig 325, 326, 329, 332. 333, 334, 341 Huwelijk, geen—met Europeanen 271 Huwelijk bij de Kodja's 16, 284 Idealen 41, 42, 43, 64, 122, 146, 200, 340 Idealisten 268 Idiotisme 244 Ik wil! 26 Illusies 309, 369 Ilmoe 282 Inbeelding 234 Indië geeft goud, ontvangt weinig terug 17, 362 Indo's 281 Indoloog 15 Ingenieurs, Inlandsche 371 Inlanders over Inlanders 15, 33 Inlandsche ambtenaren, zie Ambt. Inlandsche Christenen 280, zie Christen-inlanders Inlandsche kringen 11 Inlandsche medicijnen 370, 371 Inlandsche scholen 30 Inlandsche wereld 17, 227 Inspecteur van Inl. onderwijs 369 Internaat voor meisjes van adel 41, 78, 117, 124, 127, 194, 208, 260, 307, 335, 358 Interressant zijn 88, 169, 276 Invloed, Europeesche 191, 199 Islam, zie Moh. leer Jaardag 95 Japara 22, 23, 60, 91, 166, 192, 231, 241, 253, 337, 365 Java 6, 111 Java en Nederland 241 Javaan, ik ben maar een—8, 53, 165 Javaan en Nederlander, zie "Europeanen en Inlanders" en verder: 12, 40, 43, 68, 69, 72, 79, 95, 109, 119, 189, 199, 203, 225, 228, 229, 266, 267, 273, 351 Javaansch, het 11, 19, 13, 19, 30, 34, 94, 131, 136, 235, 316, 359, 370 Javaansche, Het—volk 106, 165, 229, 246, 247, 275, 281, 298, 310, 326, 355, 357, 359, 365 Jena 87, 100, 340 Jezus 320 Joden 299 Johannes, de kleine—201 Jongetje. Het—van Borel 67, 100 Jong Indië 361 Journalist 197 Julius Cesar 252 Justinah 327 Juynboll. Dr. H.H. 16 Kaboepaten 36, 174, 176, 178 Kampong 280, 305 Kananga 176 Kangdjeng 35 Karakter (Inl. en Europ.) 197, 365 Karaktervorming 232, 264, 353 Kardinah (kleintje) 131, 132, 138, 157, 165, 167, 172, 183, 262, 344 Karimoen djawa 22, 316 Kartinah 166, 317 Kartini 47 t/m 60, 168, 191, 198, 202, 240, 270, 304, 313, 324, 325, 333, 334, 337, 341, 343, 348, zie voorts Inleiding. Kanono 240, 312 Kedoeng pendjalin 94, 95 Kembang majang 175 Kendal 153, 303 Kennis van Indië 361/63, 364 Kerk 94 Kern, Prof. Dr. 32 Kettinggangers 239 Kind Gods 216, 320, 325, 365 Kinderarbeid 188 Kinderen 67, 328, 329, 335, 336 Kinderbibliotheek 223, 243 Kinderliefde 2, 41, 64, 76, 77, 85, 95, 96, 120, 134, 135, 209, 210, 278, 294, 349 Kinderlooze vrouwen 165 Kinderspelen en -liedjes 224, 243, 244 Klappergroen 107, 175 Klapperkruinen 106 Klein-ambtenaarsexamen 300 Klein-Scheveningen 44, 103, 112 Klooster 77, 137, 154, 235 Kniekus 35, 179 Kodja's 15 Koedoes 91, 303 Koek (nationale Duitsche) 340 Koeto-ardjo 148 Kol, van, zie vóór Inleiding en 83, 130, 169, 192, 193, e.v. 203, 210, 236, 249, 311 Kol, Nelly van, zie vóór Inleiding, de Inleiding zelf en 82, 192, 196, 211, 212, 228, 236, 259, 314 Koningin 107, 170, 197 Koningin-Moeder 170 Kookkunst 17, 132, 215, 316, 342 Koorts (knobbel) 111 Koperwerk 202 Koppensnellers 171 Koraalriffen 340 Koran 18, 333 Kotta 28, 305 Kracht 226 Krantenlectuur 361 Kunst 118, 129, 165, 206, 231, 242, 268, 276, 280, 302, 305, 311, 312, 330 Kunstbloemen 284 Kwaad geen—doen en—overwinnen 45, 112 Kwade (troonhemel) 142, 174, 179 Kwispeldoor 175 Lalidjiwa 193, 196 Landraad 370 Lassemsche sarongs 338 Laster 343 Lebaran 332 Lectuur 17, 57, 58, 300, 360 Leed 186 Leed loutert 163 Lessing 223 Leven 44, 68, 102, 103, 110, 119, 163, 232, 327, 343, 350 Levensdoel 194 Licht 133, 211, 233, 239, 259 Liefde 4, 13, 14, 84, 109, 121, 136, 138, 225, 241, 249, 258, 279, 286, 300, 333, 350, 351, 364 Liefde is godsdienst 218, 240, 283 Lijden en genieten 76, 86, 157, 167, 233, 315, 345 Lijfspreuk van Kartini 15, 26 Lijfstraffen 239 Literatuur 126, 368 Locomotief 37, 74, 220, 263 zie de Inleiding Maatschappelijk werk 94 Maatschappij 265 Macht 227, 242 Macht (hoogere) 82, 209 Madioen 366 Madoereesch 370 Magang 366 Magelang 296, 307, 310, 368 Majong (geboorteplaats van Kartini) 207 Malaria 262 Maleisch 19, 21, 30, 34, 136 Maleisch, passer—of brabbel—33, 36 Man, de kleine 26, 27 Man en vrouw 4, 14, 66, 156, 175, 178, 191, 204/5, 326 Mannenegoïsme 46, 55, 65, 255 Mannenliefde 14, 255, 349 Mannenmedewerking 42, 152, 156 Mannenmoraliteit 64, 65 Mapane 95, 260 Marie Man-Koning 201 Materialistisch 255 Max Havelaar 19, 27, 37 Max Müller, Prof. 186 Medici, Inlandsche, zie doctor-djawa 336 Medische hulp 367 Medische zending 337 Meester Cornelis 297 Meesters in de rechten 370 Meij. Mej. v.d. 169 Meisjes, Jav. en Moh. 3, 4, 16, 17, 41, 48, 49, 50, 51, 54, 55, 64, 94, 144, 181, 197, 219, 222, 270, 315, 316 Meisjesschool 69. 70, 77, 79, 89, 90, 99, 118, 124, 208, 295, 315, 318 Melati 176, 182 Melchers 193 Mendalogiri 177 Mensch, De veranderlijke—75, 82, 83, 245 Menschenkinderen (gewone en bevoorrechte) 45, 100 Meten met twee maten 31, 32 Midden-Celebes 93 Millionnair 206 Minahassa 260, 303 Minnebrieven 39 Ministerie van Koloniën 298 Misoogst 131 Moderne maagden 88 Moderne talen 74, 100 Moderne vrouwen 38 Modjowarno 85, 92, 113, 127, 171, 197, 261, 267, 268, 299, 365 Moeder en moederliefde 40, 53, 55, 57, 58, 66, 80, 121, 126, 208, 209, 213, 214, 220, 225/6, 227, 234, 245, 263, 264, 344, 348, 354, 355 Moedernaam 230 Mogendheid, Koloniale—364 Mohammedaan 5, 233, 299, 365 Moh. leer 18, 46, 222 Moh. vrouw en dochter 162 Monotheisten 222 Moorsche kamp 284 Multatuli 19, 26, 39, 143, 283 Muziek zie gamelang voorts 61, 132, 157, 243, 283 Mystiek 277 Naäperij van het volk 5 Naastenliefde 5 Natuurbeschrijving 113, 119 Nederigheid 335 Nederland en Java 32, 325 Nederland, groot—242, 364 Nederlandsch, Het—12, 15, 19, 21, 31, 32, 33, 34, 36, 41, 51, 53, 57, 59, 74, 89, 91, 122, 148, 149, 166, 189, 202, 358 Ned. taal- en letterkundig congres 321 Neerlandia 32 Nijverheid 231 Ngawi 365 Ngoendoh mantoe 182 Njai Magdalenah 260 Noblesse oblige 14 Nonna's 274, 275 Noodweer 25 Normaalschool 136 Offeren 165, 251, 277 Offermaaltijd 176 Omhelzen 19, 20 Onderwijs 82, 127, 264, 329, 353, 369 Onderwijzers 362 Onderwijzeres 72, 84, 97, 115, 127, 133, 151, 169, 197, 207, 310, 325, 335, 356 Onderwijzersscholen 30 Onstoffelijk bestaan 110 Ontberen 233 Ontwikkeling (verstandelijk, zedelijk) 40, 354 Onverdraagzaamheid 245 Onverschilligheid 38, 61 Onzin 47 Oomes 70, 72 Oorlogschip 21 Oost en West 129, 212, 218, 228, 231, 242, 268, 297, 320, 331 Oostersche volken 235, 362 Oostmoesson 131, 291 Opium en opiumpacht 5, 6 Oproerige gedachten 47, 50, 52, 56 Opvoeding (alg. opmerkingen, Europeesche, moreele en voornamelijk die van de vrouw) 2, 13, 17, 40, 42, 47, 90, 97, 103, 122, 127, 147, 155, 184, 189, 191, 232, 243, 264, 295, 298, 310, 329, 353, 356, 357 Opvoeding, goddelijke 315 Opvoeding, Inlandsche 191, 204 Orde 241 Ort, Felix 112 Ouderliefde 13, 56, 134, 156, 208, 220, 297 Ouders en kinderen 22, 56, 57, 58, 96, 288 Oudheden (Chin.) 164 Oudheden (Jav.) 331 Overheerschers en overheerschten 36, 38 Ovink—Soer, de fam., zie vóór Inleiding, In de Inleiding zelf en verder 13, 16, 19, 20, 73, 113, 165, 265 Padibibit 291 Padiblok 106 Padicultuur 26, 27 Padihalmen 106 Pajoeng 41, 142, 154, 366 Pangeran 2, 296, 357 Pangoeloe 141, 178 Pantoen 243 Parelmoer 302 Pasanggrahan 29 Paséban 176 Passerdag (-week) 183 Pati 91, 256 Patih 167, 181 Patjéboom 165 Pauwenveeren sigarenkokers 338 Pemalang 183, 190, 344 Pendopo 36, 175, 181 Pers, stemmen van inlanders in de—37, 166, 213 Pest, De—van Java 5 Piano 244 Pijzel, Dr. 303 Pianggoengan 193 Plechtigheid 179 Plicht 103/4, 120, 135, 227/8 Poeasa 332 Poeloe Kapok 342 Poerwodadi 111 Poëzie 184, 206, 229 Politie (opsporing van misdrijven) 29 Polygamie 47, 65, 116, 144, 145, 149, 155, 186, 309 Portretten 256, 279, 337 Poseeren 276 Poso, Meer van—171 Preanger 36, 117, 122, 356 Prestige 34, 363 Prévost Marcel 88 Prinsenhage 193, 242 Prinsessen, de—van Japara 9, 10 Probolinggo 150 Publieke opinie 146 Pundita Ramabai 233 Quartero 120 Quo vadis 320 Raden Adjeng 8, 150, 240 Raden Ajoe 36, 49, 123, 150 Raden Adipati Djojo Adiningrat (regent van Rembang) 324, 327 Raden Mas 240 Raden Mas Adipati Ario Hadiningrat 312 Raden Mas Adipati Ario Sowoningrat 207 Raden Mas Sienggih (zoon van Kartini), zie Inleiding. Ratoe 39 Receptie 181, 330 Reclame 303 Regen 26, 104, 236, 291, 301 Regent van Garoet 107 Regent van Japara en diens familie 2, 147, 207, 296 Regenten 25, 32, 123, 125, 133, 148, 167, 178, 181, 312, 327, 328, 355, 356, 357, 365, 367 Regentsdochters 97, 148, 149, 150 Regentsvrouwen 196 Rekenen 202 Rembang 324, 327, 328, 330, 331 Reorganisatie Binnenl. Bestuur (Eur. en Inl.) 29, 30, 37 Resident 35, 36, 37, 153, 162, 181, 182, 192, 303, 330 Reuter, Fritz 265 Rijst (witte en roode) 355 Rijstcultuur 26, 27 Roekmini 93, 118, 129, 131, 138, 158, 166, 193, 204, 232, 252, 310, 312, 325, 347, 332 Roeping 358, 368 Royaards, Willem 252, 266 Romeinen 202 Rooseboom 72, 174 Rottanslagen 239 Rouffaer, G.P. 16 Sagen en legenden 338 Said 284 Saidja en Adinda 26 Sakitati 253 Salarissen in Holland en Indië 171 Salatiga 296, 310 Salemba 297 Salim 322, 323 Santik-kong van Welahan 277 Sarongs 338 Satéverkooper 345 Sawah 131 Sawah Loento 241 Schepen in donkeren nacht 80 Schepper, de 44 Schijn en wezen 147 Schilderen 61, 73 Schildpad 307, 305 School (Inl. en Eur.) 30, 31, 48 zie meisjesschool en internaat 335, 341, 344, 355, 356, 361 School en huisgezin 264, 357 Schrijfster 124, 269, 307 Schrijfwerk, veel 28 Semarang 50, 54, 60, 111, 154, 173, 192, 206, 248, 331 Sembah 179 Sembajang istira 301 Serang 366 Sijthoff 153. 161, 303 Singowirio 282, 311, 330 Sinjo's 28 Sint Nicolaas 242 Sirihblad 179 Sirihdoos 175 Slaan 239 Slaap, onthouding van—276, 360 Slamatan 176, 183 Slang 139 Sleurleven 51 Slijmering 36 Slingenberg, Mr. 298 Snouck Hurgronje, Dr. 162 Soelastri 307 Soematri 300, 317 Soenan van Kantingan 251 Soendalanden 185 Soendaneesch 33, 370 Soendaneesche 149 Soerabaja 111 Soerakarta (Solo) 65, 117, 200, 296, 302 Solidariteit 356 Sonder 318 Spaarzaamheid 118, 132 "Spanda" 9 Spot 216, 218, 255, 368 Sprookjes 228, 243 Srimpi-dans 200 Staten-Generaal 37 Sterke drank 8 Stoll 220 Stovia 322 Straffen 240 Stratz, Dr. 130 Strijd 38, 64, 96, 101, 162, 169, 197, 216, 217, 218, 269, 289, 292, 294, 308, 309, 343 Studie 190 Succes (goedkoop) 169 Sultan van Mantingan 164 Suttner. B. von 88 Sympathie 43, 54, 69, 80, 109, 125, 158, 221, 251, 335 Taal (ook landstaal), zie moderne talen het Nederl. en Javaansch 122, 189, 201, 235, 370 Taal, de—der ziel 45 Tabee 37 Takdir of tekdir 277 Tandjongpriok 249 Teekenen 118, 164, 165, 228, 310 Tegal 167, 183 Tentoonstelling Nat.—van Vrouwenarbeid 6 Tentoonstelling 73, 170, 202, 362 Terhorst, Mevr. 73, 78, 150 Textiele kunst 231 Thuringerwoud 340 Tiga Soedara 74, 102 Tijd, de nieuwe—1, 35,87, 114, 143 Tijdgeest 3, 4 Tijdschrift 74, 150, 361, 368 Titels 8, 9 Tjempaka 176, 232 Tjondro-Negoro's 147 Toeban 328 Toekang paès 173 Toekomst 327 Toeval 221 Toko 331 Tominigolf 260 Tomohon 260 Tonnet, Martine 39, 200 Toradja's 93, 318 Tosari 100 Totok 36 Toynbee-avondjes 5 Traditie 2, 51, 206 Translateur 34, 99 Treub, Prof. Hector 130, 151 Trots 270 Trouw 108 Trouwen en niet trouwen 4 Tuinaanleg, Chineesche 206 Tweede Kamer 170, 208, 287 Vader, God de—210, 212, 226, 238, 365 Vaderlandsliefde(het één voelen met het volk) 166, 184, 198, 256 (de noot), 302 Vaderliefde 22, 50, 53, 57, 77, 120, 146, 156, 253, 278, 288, 304 Vakopleiding 17, 71, 124 Vasten 232/3, 276, 360 Vastenmaand 59 Vatbaarheid voor ontwikkeling 260 Vee 111, 301, 302 Vegetarische voeding 276 Verarming van den Javaan 345 Verbandleer 82, 119, 195, 204, 310, 367 Vereuropeaniseering 203, 284, 308, 359 Verloving 173, 226, 327 Veroordeelen 173 Verstandsmenschen 76 Vertalingen 7/8 Vertrouwen 75, 364 Veth 200 't Viooltje 201 Vischvijvers 27 Voetkus 35, 179, 227, 322 Voetwassching 184 Vogelconcert 103 Volksgeloof 165, 166, 184, 185, 301 Volksonderwijs 364 Volksontwikkeling 30, 31, 32, 33 Volksopvoeding 353 Volksvereering 228 Volkswijsheid 229 Voorbeelden 223, 319 Voorgangers moeten met publieke opinie rekening houden 301 Vooroordeel 205, 361 Vormen 10, 106, 179, 275 zie etiquette 332 Vorstenlanden 65 Vosmaer 265 Vrees 240 Vrienden 3, 4, 60, 137, 226, 241 Vriendschap 10, 42, 350, 351 Vrijheid 2, 4, 10, 48, 64, 77, 85, 358 Vrijheid, gelijkheid en broeder- (zuster-) schap 11, 59, 240 Vrijster, oude, volgens opinie der Javanen 175 Vroedvrouw 124, 127, 128, 130, 151, 310, 327 Vrouw, de—14, 17, 18, 40, 42, 46, 55, 71, 89, 91, 132, 145, 149, 175, 185, 186, 225, 250, 264, 289, 354, 356 Vrouwenbeweging 7, 38, 39, 65, 88, 97, 303 Vrouwenemancipatie 39, 81, 100, 116, 128, 148, 191, 263, 343, 357 Vrouwenrecht 123 Vrouwenwerk 7, 170 Vulkanen 103 Waarheid 147 Wajangcostuum 180 Wajangfiguren 107, 164, 165 Wajang wong 39, 200 Wasiat djati 333 Watersnood 131 Wedrennen 256 Weemoed 232 Werken 61 Wermeskerken, Mevr. van 8 Westen, invloed van het—47, 58 Westersche gedachten en Oostersche tradities 51, 52 Westmoesson 131, 291 Weten 47, 163 Wetenschappelijke bladen 39 Widodarènni 174 Wierook 106, 142, 162, 251 Wil, een hoogere—47, 82, 230 Willen 79 Wilskracht 232, 244 Winter 201 Wit, Augusta de—200, zie Inleiding W-knoopen 154, 290, 366 Wonderkracht 165 IJdelheid 40, 83, 227 Zang 182, 232 Zangwill 145, 321 Zedeleer 360 Zee 22, 26, 90, 103, 107, 113, 160, 293, 330 Zeehandelaar, Mej. E.H. zie vóór Inleiding Zeelieden 22 Zeeofficieren 21, 22 Zegen 180, 282, 301, 326 Zelfbeheersching 18 Zelfbeperking 307 Zelfhelp 286 Zelfkennis 46, 140 Zelfoverwinning 349 Zelfstandigheid 2, 48, 77 Zelfverwezenlijking, zelfverzaking 264 Zelfzucht 253 zie egoisme Zendeling-dokter 127 Zendellngleeraar 94 Zending zie Christenzending Ziekenverpleging 82, 98 Ziekteleer 119, 195, 310 Ziekten (tropische) 371 Ziel, de—van menschen en van een volk 106, 116, 185, 255, 280/81 Zielegemeenschap 347 Zielemuziek 100 Zielenadel 365 Zielevrede 245 Zimmermann 231 Zoenen 19 Zondag 342 Zonnescherm zie pajoeng 35, 41, 290 Zonsverduistering 104 Zuijlen, Mevr. van—Tromp 18, 67 Zusters, Zie broeders.

Brievenindex

INLEIDING. VOORWOORD BIJ DEN TWEEDEN DRUK. VOORWOORD BIJ DEN DERDEN DRUK. JAPARA, 25 Mei 1899. (I.) 18 Augustus 1899. (I.) 6 November 1899 (I.) November 1899 (II.) 12 Januari 1900. (I.) Begin 1900. (II.) 13 Augustus 1900. (VIII.) Augustus 1900. (VIII.) Augustus 1900. (II). 23 Augustus 1900. (I.) Augustus 1900. (II.) 7 October 1900. (VIII.) October 1900. (II). 1 November 1900. (VIII.) 2 November 1900. (II.) 9 Januari 1901. (I.) 21 Januari 1901. (VIII.) 31 Januari 1901. (VIII). 19 Maart 1901. (VI). 20 Mei 1901. (I.) 10 Juni 1901. (III.) 6 Juni 1901. (V.) 1 Augustus 1901. (VIII.) 8—9 Augustus 1901. (VIII).[1] 10 Augustus 1901. (IV.) 19 Augustus 1901. (V.) Augustus 1901. (VII.) 4 September 1901. (VIII.) 30 September 1901. (VIII.) 11 October 1901. (I.) 18 October 1901. (VIII.) 20 November 1901. (VIII.) 29 November 1901. (VIII.) 31 December 1901. (VIII). 3 Januari 1902. (VIII.) 15 Februari 1902. (I.) 18 Februari 1902. (VIII.) 28 Februari 1902. (VIII.) 5 Maart 1902. (VIII.) 14 Maart 1902. (I.) 21 Maart 1902. (V.) 27 Maart 1902. (VIII.) 8 April 1902. (VIII.) 27 April 1902. (VII.) 17 Mei 1902. (I.) 26 Mei 1902. (V.) 10 Juni 1902. (VIII.) 17 Juni 1902. (V.) 21 Juni 1902. (VI.)[1] 12 Juli 1902. (II.) 15 Juli 1902. (VIII.) 18 Juli 1902. (II.) 21 Juli 1902. (VII.) 28 Juli 1902. (VIII.) 8 Augustus 1902. (X.) 10 Augustus 1902. (VI.) 15 Augustus 1902. (I.) 15 Augustus 1902. (X.) 17 Augustus 1902. (X.) 20 Augustus 1902. (VII.) 2 September 1902. (VIII). 15 September 1902 (VIII). 22 September 1902. (VIII.) 24 September 1902. (IV.) 4 October 1902. (III.) 11 October 1902. (I.) 12 October 1902. (VIII.) 27 October 1902. (VIII). 21 November 1902. (VIII.) 12 December 1902. (VIII.) 3 Januari 1903. (VII.) 14 Januari 1903. (IX.) 17 Januari 1903. (VII.) 25 Januari 1903. (IX.) 27 Januari 1903. (X.) 31 Januari 1903. (X.) 1 Februari 1903. (IX.) 4 Maart 1903 (VIII.) 9 Maart 1903 (VIII.) 19 April 1903. (IX.) 25 April 1903 (I.) 14 Mei 1903. (IX.) 7 Juni 1903. (VIII.) 27 Juni 1903. (IV.) 4 Juli 1903. (VIII.)[1] 5 Juli 1903. (IV.) 7 Juli 1903. (VIII.) 24 Juli 1903. (VIII.) 1 Augustus 1903. (VII.) 1 Augustus 1903. (VIII.) 8 Augustus 1903. (VIII.) 25 Augustus 1903. (VIII). 19 October 1903. (VIII.) 3 November 1903. (VIII.) 7 November 1903. (VIII.) Rembang, 11 December 1903. (VIII en IX.) Rembang, 6 Maart 1904. (VIII.) Rembang, 10 April 1904. (III.) Rembang, 8 Juni 1904. (VIII). Rembang, 30 Juni 1904. (VIII.) Rembang, 17 Juli 1904. (VIII.) Rembang, 10 Augustus 1904. (VIII.) Rembang, 7 September 1904. (VIII.) GEDACHTEN ONTLEEND AAN NIET OPENBAAR GEMAAKTE BRIEVEN. AAN ONZE VRIENDEN. BESCHOUWINGEN VAN RADEN ADJENG KARTINI,

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings