ELCK ZIJN WAEROM.
Reading edition
(Spreuk van Maria Tesselschade Visscher.)
Elk zijn waarom, sprak Tesselschâ, En o! zij had het regt; Die spreuk is zonder wedergâ, De ervaring doet haar regt; Want hoe men cijfert, dit 's de som: Elk mensch op aard heeft zijn waarom!
Dat's wijs, dat's goed, den mensch tot eer En God zij dank en lof; Hij wierp ons niet op aarde neêr, Als wormen in het stof; Zijn vaderliefde rigt ons oog, Naar 't zielvereedlendst doel omhoog!
Maar, wee hem! die dat doel weêrstreeft, Zijn' boezem ingeplant; Het hart eene andre rigting geeft, Tot eigen schade en schand! Wie zijn waarom naar zelfzuchts-wensch, Misbruikt tot hoon van God en mensch!
Ja blijve, o Tesselschade! uw spreuk Ons aller wenschend wit; Die spreuk zoo rein van smet en kreuk, Waar de eêlste les in zit! Elk zijn waarom—o spreuk zoo waard, Rigt gij mijn' blik op meer dan de aard'!