← Table of contents
Chiaroscuro

De Jonkvrouw van Hillegersberg. (continued 2)

Reading edition

Driest stak zij haren arm onder den zijnen. „Dépêchons-nous! J'ai faim!”—

En inderdaad, zij talmden geen van beiden.

Maar tegelijk haast voelde de jonge man zich bij den anderen arm gevat door eene andere hand, wier vingers hem nepen als veeren van staal. Den rotting vaster gegrepen—het hoofd omgewend, met eenen vloek op de lippen.... Slaan echter behoefde hij niet, en het booze woord bestierf hem op de tong.

„Marieken!” stamelde hij.

Ja waarlijk, daar naast hem stond, als ware zij uit den bodem opgerezen, de dochter van den schoolmeester. Met haren blik doorboorde zij hem. Hij bleef als versteend.

„Eh bien!” schreeuwde de vrouw aan zijnen rechter kant: „Que nous veut-elle, cette gaillarde?”

De ondermeester wilde zich losrukken uit den greep van het dorpsmeisje. „Laat mij!” riep hij. En tevens maakte hij zich vrij van den arm waarmede die andere nog steeds hem vasthield. Want er was opeens, als een stortbad van ijskoud water, eene schaamte over hem gekomen, een gevoel van onteering en onredbaarheid.... „Laat mij!” herhaalde hij met heesch geluid.

Doch wie hem liet, niet Marieken.

„Justus!” sprak zij hem toe, met iets wonderlijk plechtigs in hare stem: „De beurt is aan mij!”

„Wat wil je van me?” hijgde hij.

„Ik wil dat je mij woord houdt. Hildegarde! zeg ik. Ga met mij mee, Justus!”

Hij keek haar aan alsof hij haar niet begreep. „Ik kan niet!” sprak hij: „Laat me aan mijn lot over!”

„Est-ce que ça va durer? Viens-tu?” riep de Fransche vrouw.

„Justus!” hernam Marieken: „Ga met mij mee! Gedenk je eed! Gedenk al wat je eenmaal lief en heilig was. Het parool is: Hildegarde!”—

Hij hief het hoofd op, streek zich boven de oogen, als iemand die tot bezinning komt, hapte naar adem, en stamelde toonloos: „Hildegarde, zeg je?... Ja Marieken, 't is waar!... ik kom!”—En hij liet zich door haar wegleiden als een kind.

„Ah ça, mon beau villageois! Voilà donc ta paysanne qui te rattrape!”—

Maar Justus lette niet op den schorren lach, waarmede de ongelukkige om den hoek der straat verdween. „Hildegarde!” prevelde hij: „Hildegarde, zegt ze.... Ja kind, je hebt gelijk, ik kom!... Ik wist niet wat ik deed, Marieken. Ik geloof dat ik krankzinnig ben!”.... Mèt gaf een krampachtig schreien aan zijne geweldig overspannen zenuwen lucht. „O!” kermde hij: „nu is alles verloren!”

„Wel neen!” sprak Marieken, thans weer met haar welluidend stemmetje als vanouds: „Nu is alles behouden. Want nu, Justus, zijn wij beiden gehoorzaam geweest aan het parool. Nu staat er niemand meer tusschen ons. Na déze beproeving kan niets ons meer vervreemden.”

X.

Aan elke historie pleegt een slot te zijn. Hoe, indien wij déze eens zónder lieten? Indien wij onzen held en onze heldin, lang vóór wij hen per huwelijksboot goed en wel hadden in het ruime sop doen stevenen, eens in het middernachtelijk uur onder den blooten hemel aan hun lot overlieten, te midden van de waarlijk niet arcadische omgeving der Rotterdamsche Sint-Laurens-kerk?

Doch dit zou wreed wezen. Het is al erg genoeg, dat wij hen zonder geleide hunnen weg terug laten vinden naar Hillegersberg, om daar den orkaan te gaan tarten, die er hen van wege hun nachtelijk avontuur verbeidde. Dit, meen ik, is al kwaad; en ik, als hun geschiedschrijver, heb dáárvoor reeds te vreezen dat zij morgen vóór mij zullen staan, om mij verwijtend af te vragen wáármede zij dit aan mij verdiend hebben.

Want ziet! er is alle kans, dat dit waarachtig verhaal ook hun onder de oogen kome. Justus en Marieken immers leven nog. En zij zijn werkelijk een paar geworden.

Maar niet zoo overhaast als het gewoonlijk in vertellingen toegaat. Niet alvorens de heer Pieter van Meppen, als de uitzondering die den regel staaft, in betrekkelijk vroegen ouderdom het tijdelijke gezegend had. Niet alvorens Marieken geraakt was tot het inzicht, hoe uit het veld geslagen jongelingen maar niet zoo dadelijk (gelijk zij duchtte) zich gaan verdrinken, al is er nóg zooveel water in de zee; en hoe het in geen geval pas heeft voor een meisje, over radelooze ondermeesters bij hunne nachtelijke omdolingen door de straten van Rotterdam den beschermengel te spelen. Niet ook alvorens Justus zelf door harde en lange ervaring in de wereld der werkelijkheid geleerd had, dat er voor eenen man nog iets anders te doen valt dan droomen en dwepen; dat niet géniën, maar menschen deze aarde bevolken; dat poëzie niet de arbeid zelf is, maar de geest die den arbeid opheft en adelt, die hem zijne wijding geeft en vruchtbaar en duurzaam maakt. Toen het alles zóó ver gekomen was (er verliepen ettelijke jaren mee: jaren van inspanning en ontzegging), toen was Justus man, en Marieken was vrouw geworden. En op zekeren dag, als hij haar na eene vrij lange afwezigheid terugzag, voelde hij plotseling dat hij haar nog om iets anders dan hare deugden liefhad. Het is wonderlijk, hoe sommige vrouwen eensklaps schoon worden; of wel, hoe sommigen mannen opeens voor hare schoonheid de oogen opengaan.

Justus en Marieken houden in zeker vriendelijk Geldersch dorp eene bloeiende kostschool. Nog altoos doordrongen van den adem der Germaansche sage, prediken zij daar samen, met woord en voorbeeld, aan een dertigtal gelukkige knapen het evangelium der frischheid. Gezonde studie, meer in de natuur dan in de school, is het geestelijke voedsel van die kleine keurbende. Volop wandelen en gymnastiek voor het lichaam; volop verzen en sproken voor gemoed en verbeelding. Strenge tucht—maar geene roede dan het eigen eergevoel. Vrome aanbidding—maar geen priester dan de eigene geestdrift. De lijfspreuk der Duitsche turners—„frisch, from, fröhlich, frei!”—is ook de lijfspreuk van meester Justus Eykendaal en zijne leerlingen.

Van tijd tot tijd bezoeken de meester en zijne vrouw Rotterdam. Zij verzuimen dan niet, eenen achtermiddag te besteden aan eene wandeling naar het naburige dorpje—eene bedevaart naar het plekje waar zij hunnen heiligen eed zwoeren tusschen de graven: naar den heuvel van de lange Hildegarde, de jonkvrouw van Hillegersberg.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings