← Table of contents
Balmoedertje

VIII.

Reading edition

Verlamd aan al haar leden sloop Emilie onhoorbaar weg, de kamer uit …. en als een vernielend wiel, ratelde in haar leeg hoofd rond de vreeselijke waarheid—passionnément…. Het was of zij het leven uit zich voelde wegvloeien ….—dus toch ….?

Ook dit zou haar niet bespaard blijven ….

In de slaapkamer viel ze op een stoel neer …. de oogen verdwaasd voor zich uit …. dan weer zich paaiend met het belachelijke van haar supposities …. gewekt door het onnoozele kinderspel. Moest ze daarnaar haar conclusies, maken ….?

Toch weer dadelijk er na vlijmde in haar het bewustzijn, dat er iets was met Elly …. en dat dat iets verband hield met de Varennes.

Het ontzettende voorgevoel kon haar niet bedriegen ….

—Teleurgestelden hechten aan voorgevoelens …. schamperde ze.

Had niet dagen lang een vreeselijke onrust, die zij voor Elly verheimelijkte haar vervolgd ….? Een gewicht, dat haar dreigde te verpletteren, was nu met een smak op haar neergekomen.

Telkens tusschen haar snikken door, lachte ze overluid, riep ze Elly met haar liefste namen. In haar verbeelden streelde ze haar meisje over de blonde haren, voelde ze zich een oogenblik heel zeker van het kind.—Neen,…. Elly doet het niet …. Elly is nog altijd mammie’s kindje …. Elly …. nee hé …. Elly wil niet ….?

En tusschen haar tranen door in verteederd lachen, als lichtte voor haar oogen een heerlijk visioen, zag ze Elly weer van háár …. liet ze zich gaan in krankzinnige opwinding de armen tegen haar borst gekneld, als drukte ze daarmede Elly tegen zich aan,…. om dan opnieuw uit te barsten in moedeloos snikken, en zij weer terug viel in den toestand van hopeloosheid.

Want zou niet—waar ze zich even in verkneukeld had—beteekenen het prijsgeven van Elly’s levensgeluk ….?

En zou ze ten koste van Elly …. het hare willen koopen ….?

Ze sloeg in starre wanhoop de handen voor het hoofd.

Dát …. mocht toch niet …. dát …. niet.

O die ontzettende pijn diep in haar waar het schroeide al heviger, waar de adem stokte!

Even klaarde een lichtstraal in de ondoorgrondelijke duisternis van zwarten nacht …. indien …. indien …. ze zich eens vergiste ….? Indien het eens een ander gold dan de Varennes ….?

Bestond de mogelijkheid niet evengoed, dat Elly gecharmeerd was van een van hun andere kennissen ….?

O …. hoe zou dat het aspect veranderen ….! Ze zou dan uit die grondelooze diepte van leed worden gevoerd in een oneindigheid van geluk!

Als ze die mogelijkheid overwoog, sperden zich wijd haar oogen, was het of ze waanzinnig zou worden van vreugde om Elly’s geluk.

Hoe zou ze dan het kind op haar knieën om vergiffenis smeken voor het gedane onrecht.

Maar dadelijk liet ze die hoop weer varen, in half zeker weten …. en zich opnieuw inlevend, in die afgrijselijke smart, viel ze terug in argwanend denken.

Zou ze ooit den moed hebben haar kind het pas verwonnen geluk te ontrukken ….?

Zou ze Elly de giftdruppels één voor een in de ziel kunnen storten ….? Haar zeggen …. dat …. de man, dien zij vergoodde …. ook eens in gloeiende taal aan háár …. haar moeder, zijn liefde had beleden ….?

Zou ze Elly kunnen zeggen, dat …. ze hem eens zoo grenzeloos had lief gehad …. dat ze nu nóg ….

Weer omsloop haar een eindelooze weemoed, een droefenis, die haar sterfgevoel gaf.

En plots werd het klaar in haar, voelde ze het als een plicht, zichzelf te vergeten om het geluk van haar kind.

Indien de Varennes eens werkelijk Elly beminde ….?

Die gedachte alleen wondde haar zoo diep, sneed zoo vlijmscherp door haar ziel, dat ze een physieke pijn voelde, die haar ineen deed krimpen.

Zou dat niet de voltrekking zijn van een vonnis, wreeder dan de dood?

Zij, die meende, dat haar leven dor en vreugdeloos was voorbij gegaan, kwam tot het besef, dat zij eerst op dit oogenblik stond voor de poort van bovenmenschelijk lijden, werwaarts het lot haar gevoerd had.

O …. niets …. niets …. was de vereenzaming geweest van haar jeugdleven, vergeleken bij wat ze nu doorstond.

Hoe had ze zich laten gaan in zelfbeklag om die vervlogen jaren, toen ze met Elly weer in de wereld van vermaken terugkeerde ….

En het waren jaren van opperste geluk geweest, die zij niet had geteld, die haar lieten in het volle bezit van haar kind.

En in die groote leege wereld niemand te bezitten; aan wien ze haar smart kon uitzeggen …. Ze moest er zelfs voor waken, dat haar geheim ongerept bleef, wilde ze zich niet prijs gegeven zien aan spot en hoon ….

De levensschool had haar geleerd zich te beheerschen, nu ook zou ze het noodlot moedig het hoofd bieden.

Haar mond vertrok tot een pijnlijk lachje:—de overwinning in den zielestrijd ….

Zij drukte nog eens de handen op het fel kloppend hart, als wilde ze het daarmee het zwijgen op leggen …. De zege was haar.

Daar wielde weer het dreunend rad in haar hoofd ….

Ze stond op …. en bleef besluiteloos staan.

Zou het mogelijk zijn, dat ook nog dit van haar gevraagd werd ….?

Soms ondanks haar zelve, glimpte nog wel vaag de hoop, dat zij zich vergiste, vluchtig als een lichtende ster voor haar óp …. maar dadelijk schudde ze beslist het hoofd.

Dat was wel niet te denken ….

Het lot had haar in niets gespaard …. ook hier zou ze den lijdensbeker wel tot den bodem moeten ledigen.

Geen zegenwenschen waren bij haar eigen huwelijk door een moeder uitgesproken, koud en stug verliet ze het ouderlijk huis, en kil was de tijd geweest van haar verloving.

Daarna die huwelijkstijd met van Weelen ….

O …. ze had hem geacht om zijn zuivere genegenheid, en zijn onbaatzuchtigen troost, maar hij de man al ondermijnd door een verheimelijkt borstlijden, had bij haar een groot deel van haar liefde, van haar opbruisende passie latent gelaten.

Dat was geworden binnenin haar als een vulkaan, die op uitbarsten stond …. totdat de tijd die drang in haar had beheerscht.

Daarna was gekomen dat leven van stille berusting, een passief aanstaren van wat om haar heen plaats greep, zich beschouwende als niet meer een deel uitmakende van den in rondedans van weelde opgenomen kennissen en vroegere vrienden.

En heel beslist bekende ze zich, dat haar leven was geweest een mislukking.

Zoovaak ze daaraan terugdacht werd zij met bitterheid vervuld.

Zou ze nu ditzelfde over Elly, háár eenige lieveling, brengen ….?

Dat wilde ze niet.

Elly zou ze den weedom van een verongelijkte liefde besparen.

Indien het noodlot het kind een gelukkig huwelijk ontzegde …. het zou niet zijn door haar …. Passionnément…. wees het laatst overgebleven blaadje aan de ontrafelde bloem …. wie weet ….

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings