XIII.
Reading edition
Een mooie dag in Februari was ’t ….
Een van die dagen dat de zon schijnt en de vogels zingen en het jonge leven uit de knoppen wil.
Emilie, in haar salon, verschikte wat bloemen in de vazen, die ze zoojuist gevuld had.
Door het nerveus beweeg van haar onvaste handen, stootte ze een vaasje om, en het water gudste over een heel fijn kleedje, dat over het onyxen tafeltje gespreid lag.
Ze zuchtte even ….
—Ach …. was deze middag ook maar weer voorbij ….
Eerst in hevig verzet had ze toch aan Elly’s onophoudelijk aandringen toegegeven: de Varennes zou heden zijn aangekondigd bezoek komen brengen ….
Ze bracht het tafeltje weer in orde, depte met een zacht doekje het water op, en rangschikte de bloemen: gele narcissen en paarse seringen nog eens, om ze op zijn voordeeligst te doen uitkomen. Dan bekeek zij ze weer, tuurde even in het hoekje waar het tafeltje stond.
Onzeker voelde Emilie zich. Even overgleed een critische blik haar heliotroopkleurig toilet, toen ze langs den spiegel kwam en rond zag in haar salons, waar een heldere zonnestraal doorheen glimpte, en alles een toover gaf van vroolijkheid en levenslust. Op het terugzien en ontvangen van de Varennes, in haar eigen woning, had ze zich al dagen lang voorbereid.
En nu eenmaal het oogenblik aanbrak, dat ze tegen over elkaar zouden staan, na wat eens tusschen hen beiden geweest was, moest ze sterk zijn …. gereed om den slag te pareeren, dien hij haar zou toebrengen.
Want, dat hij kwam om Elly’s hand te vragen, leed wel geen twijfel, overwoog ze.
Een beetje teruggetrokken van het raam zette ze zich in een elegant fauteuiltje.
Zoo had ze den blik op straat, kon ze hem, voor hij schelde, zien aankomen.
De pendule wees kwart voor drie …. om drie uur moest zij hem verwachten.
Waar Elly nu bleef ….?
Emilie lachte fijntjes bij de veronderstelling, dat het kleintje zich mooi maakte tot een waardige ontvangst van den geliefde.
O …. wat had ze tegen dit oogenblik op gezien ….! Wat had het van haar kracht gevergd. Nu was zij met zich zelve uitgestreden, nu leek het haar of zij zich kon objectiveeren, in haar gevoelens tot den man, die eens haar liefde won.
Zoo in gedachten verzonken, had ze bijna Elly’s binnenkomen niet bemerkt.
—Mama …. vindt u wel, dat ik er goed uitzie ….?
Elly kwam voor haar moeder staan, draaide in het rond om zich van alle kanten te laten bekijken.
—Heel lief hoor …. stelde Emilie gerust en verplooide wat aan het tullen ruche, dat Elly’s slanken hals omsloot.
De schel ging over, en beide vrouwen, even geschokt, zagen de straat in.
—’t Is niets …. een koopman, zei Elly nukkig en zette zich tegen haar moeder over.
Emilie vond dat Elly wel een lichter toiletje had kunnen uitkiezen dan het donkere tailleursrokje met de witte blouse,…. maar ze wist dat het nu te laat was om er nog verandering in te brengen.
Hoe bleek en nerveus leek haar haar dochtertje …. en even glimpte door haar denken:…. als de Varennes eens met Elly het zelfde spel speelde als eenmaal met haarzelve ….
O …. maar dàn ….
Ze maakte een beweging van ongeduld met haar hoofd …. Dàn ….
Dit zou het kind niet overleven ….
En het zou haar schuld zijn …. háár schuld, omdat ze Elly niet had gewaarschuwd voor den man, die ook eens haar ziel vergiftigde met zijn liefdegepraat.
Er werd gescheld ….
De beide vrouwen bogen de hoofden naar dezelfde richting van het raam.
Toen …. trokken ze weer terug schielijk, als vreesden ze, dat de Varennes, die op stoep stond, en den anderen kant uitkeek, zich plots tot hen zou omwenden.
Kort er op liet het dienstmeisje hem binnen.
En ongedwongen, als bestond tusschen hen een vriendschap van vele jaren, gedroeg hij zich tegen Emilie, Elly toesprekend op een ietwat beschermenden toon, die haar even onwillens krenkte.
Hoe geheel anders was hij, de held van haar droomen, hier in de salons van haar moeder, dan in de balzaal of op de ijsbaan!
Al spoedig zag Emilie zich wat gerust gesteld, de Varennes hielp haar met fijnen tact over de moeilijkheid van het eerste oogenblik heen.
Elly gispte in stilte de koele houding van haar moeder. Ze schreef die toe aan onhandigheid door haar weinig zich vertoonen in de wereld en ze maakte vergelijkingen met de moeders van haar kennisjes ….
Het ergerde Elly even.
In haar omgang met de Varennes met wien ze al zoozeer op intiemen voet stond, voelde ze iets verkillen.
Het leek ook wel of hij zich in hoofdzaak met haar moeder bezighield, haar zoo nu en dan ter loops in het gesprek betrekkend.
Toch hamerde het en klopte het binnenin Elly, nu ze na een scheiding van enkele dagen hem weer terugzag.
Een enkele week was het geleden dat het avondfeest plaats vond, en scheen het al niet of er een oneindigheid lag tusschen toen en nu ….?
—Ik betreur het, mevrouw, dat u door een ongesteldheid de gelegenheid miste de genoegen van het wintervermaak mee te vieren …. het zou mij een voorrecht zijn geweest u daar te zien, vleide de Varennes …. En even rustten zijn oogen op Emilie dan dwaalden ze doelloos het vertrek rond.
—Die tijden zijn voorbij …. meneer de Varennes …. zei Emilie hoog.
Hij schudde zijn donker hoofd, zag Elly lachend aan.
—Er is nooit iets voorbij zoolang we nog belang er in stellen, zei hij haar even doordringend aanziende. En ik kan me niet indenken, dat u geen belang meer stelt in het maatschappelijk leven.
Zij wilde wat zeggen, maar hij liet haar niet aan het woord.—Ik wou juist van deze gelegenheid gebruik maken u een invitatie te doen voor een feest, dat ik van plan ben te geven. Wil u mij het genoegen doen daar te komen met Elly ….?
De eenvoudige toon, het vrijmoedig noemen van Elly’s naam schokte Emilie, en ze zag even naar Elly, die met stralenden blik, angstgespannen haar aanstaarde.
Ja he moes ….?
En in eenen, als was er iets, dat plots haar aandacht trok, liep Elly de kamer uit, naar buiten.
In dit pijnlijk oogenblik, dat Emilie met de Varennes alleen bleef, wist hij, de Lebemann, zich spoedig uit de verlegenheid te redden. Of was het opzet, dat Elly de kamer verliet op het onverwachts.
Hulpeloos zag Emilie het raam uit naar buiten, het gesprek nu niet langer onderhoudend, zich niet langer pijnigend in nutteloos zelf bedwang.
En zoo terwijl het tikken van de pendule, nu luidop hoorbaar, het eenige was, dat de stilte sneed, verstreken er oogenblikken, waarin ze sprakeloos tegen elkander over zaten.
De Varennes stond op, en deed een paar passen in de kamer, toen kwam hij bij Emilie staan.
—Laten wij niet langer voor elkaar den schijn aannemen of we het verleden vergeten zijn …. zei hij bewogen.—Ik heb veel goed te maken Emilie …. en je moet me veel vergeven …. Wat ik deed, vroeger, zooveel jaren geleden, gebeurde in jeugdige onbezonnenheid …. en niet heelemaal was ik aansprakelijk voor de gevolgen van mijn handeling. De omstandigheden werkten mee, dat ik toen aan mijn verlangen met je te trouwen geen gevolg kon geven …. ik had geen geld.
Zij hoorde hem aan verstard, en zwijgend boog ze haar hoofd in welbegrijpen.
—En jij …. Emilie ….? jij hebt je gauw heen gezet over de smart van onze scheiding …. je hebt een ander gevonden, dien je gelukkig maakte, dien je een kind schonk ….
Een pijnlijk trekje plooide even om Emilie’s mondhoeken.
Het ontging hem niet, en met iets weeks in zijn stem, dat haar de tranen in de oogen riep, vroeg hij haar.—Was je gelukkig Emilie ….?
Zou ze nu in dit oogenblik het masker afrukken, en hem zeggen:—Neen, neen ik was niet gelukkig ….! mijn ziel smachtte naar jou. Heel mijn leven was een groot verlangen naar jou …. een verlangen alleen onderdrukt door de noodzakelijkheid ….!
Even dreigde ze te bezwijken voor die bekoring.
O …. zich daar nu te voelen omarmen …. nu haar moede hoofd te leggen aan zijn borst, en de smart uit te weenen van heel een leven lang ….
Was het niet of ze ook bij hem iets speurde van den hartstocht, die haar vroeger onder zijn adem verschroeide ….?
Ach …. vergiste ze zich eens niet …. en was het nu werkelijkheid …. niet slechts een vage droom—waaruit ze vaak zoo moedeloos ontwaakte,—hem daar te weten in haar bijzijn …. hem te kunnen beroeren met haar handen …. weg te zwijmen onder den druk van zijn gloeienden mond. Ze liet zich gaan even in die weelde fantasieen, tot plots een vaag bewegen van zijn hand haar tot bezinning bracht.
Ze zag hem aan, en zijn blik, zwart donker, rustte op haar.
En zich oprichtend fier, staarde ze hem aan en haar lippen zeiden woorden, die haar hart ontkende.
—Ja …. zei ze, en haar stem klonk gebroken ….—ik ben gelukkig geweest ….
Toen stak hij haar zijn hand toe, en iets heel zachts blonk er in zijn oogen.
—Emilie …. dan durf ik je vragen of je me vergeven hebt ….
Weer bond ze zich het masker voor en hem aanziende recht in de oogen, zei ze:
—Ik heb je vergeven ….
Hij verbleekte en aan de trilling van zijn lippen speurde ze zijn ontroering.
En nemend haar beide handen in de zijne drukte hij er een langen kus op.
—Ik dank je …. zei hij toonloos.
En haar handen nog altijd knellend in een vasten greep, vroeg hij het haar:—Wil je me Elly geven ….?
Het was niet onverhoeds, dat zij die vraag hoorde uitspreken, maar toch was het of zij een slag kreeg boven op het hoofd.
Een oogenblik voelde ze zich duizelen.
Daar vloog de deur open en Elly nerveus, met betraand gezichtje, stortte naar binnen.
Emilie had zich weer hersteld, en met een poging om aan haar stem wat vastheid te geven zei ze, even glimlachend haar kind aanziende:—Als je haar gelukkig kunt maken neem haar dan.
In een jubelkreet wierp Elly zich in haar armen.
Toen, onder haar oogen, zag ze áán, dat hij nu haar kind gaf, wat zij eens meende, dat háár toebehoorde ….
En toen, niet lang daarna, de Varennes het feest gaf tot de bijwoning waarvan hij Emilie noodigde, was dit een feest waarop hij zijn verloving met Elly publiek maakte.
En zij ….?
Ze zag Elly verrukt in zijn armen, het teere slanke lijf zacht tegen hem aan in een innige overgave.
En ze rilde van angst voor haar eigen opstandig gevoel, dat toch weer met smartelijk binnenin gehouden drang, moest sterven in haar eigen ziel.
En in haar sidderend hoofd zong het geluid van streelende violen.