VII.
Reading edition
Nu zat Emilie in haar stille huiskamer.
Ze wachtte op de terugkomst van Elly, die met een vriendinnetje een wandeling deed om te zien, of met den invallenden vorst, de ijsbaan al geopend was.
En nu in haar eenzaamheid doorleefde Emilie nog eens die oogenblikken van felle smart, die haar niet meer los liet, sedert ze den man, dien ze eens zoo hartstochtelijk had liefgehad, weer terug zag.
Ze overwoog of het niet goed zou zijn met haar kind den Haag te verlaten, en in het buitenland te gaan wonen.
Een stem binnenin haar liet haar niet met rust.
Nu weer de Varennes in haar levenslijn was getreden, was het of daarmee al haar invloed op Elly was gebroken.
Ze kon er zich om haten …. om die dwaze angsten, die haar vervolgden, zoovaak Elly onder haar oogen uit was.
Wat kon ze doen om haar kind te behoeden tegen een nadere kennismaking nu hij weer in hun nabijheid was …. nu hij zich bewoog in de kringen waarin ze Elly had ingeleid ….
Het kind berooven van elken omgang met vriendinnetjes van haar eigen leeftijd, het dwingen tot thuis blijven; of haar slechts veroorloven uit te gaan in gezelschap van haar zelve ….?
Dat gaf haar een aspect van zoo een groote troosteloosheid, dat ze de gedachte daaraan dadelijk van zich afzette.
In haar leven van stille berusting was slechts één lichtpunt geweest, dat er waarde aan gaf; het bezit van het kind. Elly was van háár …. geheel van haar; en nooit had ze anderer inmenging gedoogd bij de opvoeding.
Heel bewust voelde ze elke nuance in Elly’s karakter, het was of ze den harteklop van haar kind beluisterde.
Nu opeens scheen het haar anders geworden.
Nu was het of, wat ze met zooveel zorg en opoffering had opgekweekt, stuurloos in den maalstroom van het hedendaagsche leven werd gestooten.
En dat maakte haar bang.
Maar was Elly dan niet haar kind?…. Was Elly niet toegerust met alles wat haar moederlijke zorg in een volmaakte opvoeding had kunnen leggen?….
Zou Elly niet blijven wie ze was, al zou een ander haar liefde winnen? Zou zij de moeder, daardoor den invloed op haar kind verliezen?….
Zij voelde een beklemming om haar hart, een smart, die haar in de keel kropte, en zich schamend voor haar egoïsme, wischte ze snel een traan uit haar oogen.
Het was al te gek ….
Toch wist ze heel zeker, dat in Elly’s en haar eigen leven een nieuw tijdperk was ingetreden. Zij zou zich nu niet langer kunnen laten gaan in het gelukkige bezit van het kind. Ze zou nu wáken …. waarvóór …. dát wist ze zelf niet.
Maar het was of iets haar Elly bedreigde, dat had zich in haar denken vastgezet, van den eersten dag af, dat ze Elly als volwassen meisje, de wereld inleidde.
Een lichte schok doorvoer haar toen de electrische schel klaterend de stilte scheurde.
Dat moest Elly zijn ….
Nu al?….
Ze zag op de pendule.
Vroeger gaf het haar sensatie van groot geluk, begon haar hart sneller te kloppen, als ze de vlugge pasjes in de gang hoorde, en o die verrukking …. als daarna de deur open ging en Elly naar binnen stortte, in blijden jubel de beide armpjes om haar hals knelde, en haar overdekte met gloeiende kussen.
Nu, om zich een houding te geven verschoof ze de kleinigheden op tafel, en ze nam nerveus het handwerk op, dat voor haar lag, den schijn aannemend dat ze druk er aan werkte.
Elly, met hoogroode kleur, en doortrokken van de frissche winterkoude, die in haar kleeren hing, kwam opgewonden op haar moeder toe, omhelsde haar onstuimig, wierp daarna hoed en mantel op een stoel.
—Hier moes …. een bosje gele margarieten voor u ….
—O …. heerlijk!…. dank je wel.
En vluchtig Elly aanziende vroeg ze: —Nu al weer terug?…. was de ijsbaan nog niet geopend …. of had je het te koud?….
Het was of Elly’s gedachten vervuld waren van iets anders. Even wachtte ze voor ze antwoordde.
—O …. ja …. moeder …. de ijsbaan is wel geopend …. maar ik had geen lust om langer te blijven ik had mijn schaatsen nog niet bij me …. Zal ik eerst de bloemen in het water zetten?….
Emilie knikte, zag peinzend de stille straat in, waar de lantarens werden opgestoken en kwijnden in den dikken wintermist.
Elly, bedrijvig, schikte de gele bloemen in een vaasje, zette zich toen tegen haar moeder over aan de tafel.
—Het was jammer …. nu heb je niet kunnen rijden …. zei mevrouw het gesprek weer vervolgend.
—O …. ik heb toch nog even de schaatsen van Mies onder gehad …. en een baantje gereden.
Emilie voelde haar handen klam worden, en stroef ging de naald door het ijle gaas.
—Zal ik even thee zetten …. moeder?…. vroeg Elly alweer van haar stoel wippend.
—Ja wil je ….? het water kookt.
Het fijne porselein rinkelde zachtjes onder de aanraking van Elly’s rappe handjes, verbrak even de spannende stilte.
—Was het druk op het ijs?…. en heb je geen kennissen ontmoet?….
Mevrouw van Weelens stem klonk vreemd heesch, en wat onthutst zag Elly haar aan.
—Ja …. het was er heel vol …. en kennissen vind je er altijd. Het weer was ook bijzonder mooi.
—Met wie heb je gereden ….?
Die rechtstreeksche vraag klonk Elly zoo vreemd van ingehouden emotie, dat ze even werkeloos bleef, haar moeder met groote oogen aanstarend. Dan snel op haar toetredend sloeg ze de armen om Emilie’s hals, en zag haar vorschend aan.
—Moeder wat is er ….? U doet zoo heel anders dan gewoon …. er is iets …. dát weet ik zeker …. toe zeg ’t me ….
Mevrouw van Weelen gaf Elly haar kussen terug, weerde haar zachtjes af. —Er is niets kindje …. wat zou er zijn ….?…. Maar, zie je nu je groot bent …. een volwassen meisje …. een jonge dame …. nu is alles zoo anders geworden. Je bent nu geen kind meer …. en ….
—En ….? vorschte Elly.
—En nou ben ik bang, dat je me niet alles meer zoo vertelt, als je vroeger deed. Het is nog zoo noodig, dat ik je in veel dingen raad …. een meisje, dat pas uit gaat moet heel voorzichtig zijn. Jij kent de wereld nog niet, en ik maak me wel eens ongerust, dat er verkeerde dingen gebeuren …. dat je bij voorbeeld wat te veel uitgelaten bent, je te veel laat gáán …. dat kan nu niet meer …. het wordt soms door anderen verkeerd uitgelegd.
Een kilte viel plots over Elly nu ze haar moeder zoo tot haar hoorde spreken; en Emilie zelve speurde iets van het ongerijmde van haar betoog, waarvoor ze woorden koos, die ze eigenlijk niet bedoelde.
Waarom kon ze niet recht op haar doel afgaan …. en Elly zeggen wat haar met zooveel vrees vervulde.
Er was nu iets tusschen haar beiden gerezen, dat de beide vrouwen heel bewust voelden ….
—U moest maar altijd met mij meegaan, moes …., u bent veel te jong om zoo teruggetrokken te leven, zei Elly.
Voor het eerst beschouwde Elly haar moeder met den critischen blik van vrouw, en het viel haar op hoe jong haar moeder er uit zag, in het zwart fluweelen kleed, dat haar mooie vormen vast omsloot, en op zijn voordeeligst deed uitkomen, den welgevormden hals en de armen vrijliet. En in het tot vollen bloei gekomen meisje ontwaakte de gedachte, dat haar moeder voor háár zich had teruggetrokken uit de wereld.
Ook zij had nog recht op geluk …. bedacht Elly zich.
Ze had die wondere stemming in den laatsten tijd al vaker opgelet …. En een heel diepe smart vlijmde door Elly’s ziel …. Een smart, die wortel schoot naast een tot leven gewekt geluk, waarvan Elly zich nu bewust werd.
Dreigende stilte hing in de kamer.
Mevrouw van Weelen lei haar werk op de tafel, en zoo, de handen over elkander gevouwen, staarde ze voor zich uit naar buiten, in de grijsheid van den winternamiddag.
Een enkele ster twinkelde flauwtjes aan het uitspansel, en de voetstappen van zeldzame voorbijgangers in de stille straat, klonken hol of deden de aanvriezende rijp knerpen onder hun druk. Heel in de verte ronkte een vrachtwagen over den hardbevroren weg.
Het waren vertrouwde geluiden, die haar niets zeiden …. Waarom vandáág, stemden ze haar tot weemoed ….?
Ze had Elly in haar armen willen nemen, haar koesteren, als ze in de kinderjaren deed, en haar willen sméken …. maar …. wàt …. ? Hoe moest ze het onder woorden brengen wat haar de keel toekneep van smart ….?
Het zwijgen maakte de stemming broeierig.
Emilie voelde de beklemming er van, stond op, wat in de kamer verschikkend, en liep door de breede suitedeuren naar het kleine serretje, waar haar werkmandje stond. Toen ze zich een oogenblik later omwendde, en in de schaduwachtige duisternis van de door een straatlantaren verlichte kamer schouwde, zag ze bij het verglommen theelichtje Elly’s figuurtje silhouetteeren en in het vage schijnsel ging Elly’s hand naar het vaasje met margarieten.
Vlug, als vreesde ze op heeter daad betrapt te worden, trok Elly een bloem er uit, die ze ontbladerde.—Il m’aime …. un peu,…. beaucoup,…. tendrement,…. passionnément …. par caprice …. par fantaisie …. point du tout.
Het was voor Emilie een openbaring; een even schouwen in het diepst van Elly’s ziel.
Ademgespannen volgde ze van uit haar donkere schuilhoek elke beweging van Elly’s rappe handen …. en ze zag de margariet van haar kleine lansvormige blaadjes berooven, die nu gouden tipten op het donkere tafelkleed.
En als een orakel suisde het van Elly’s lippen, nu nog eens, terwijl heel haar denken zich op den uitslag spitste:—il m’aime …. un peu,…. beaucoup,…. tendrement,…. passionnément …. par caprice …. par fantaisie …. point du tout.
Emilie, zelve tot het uiterste gespannen, de oogen sperrend, de blaadjes tellend die er nog over bleven; liep de uitkomst al vooruit.
—Il m’aime …. un peu,…. beaucoup,…. tendrement …. passionnément!!
Het was met een kreet van geluk, dat Elly bij het laatste woord, waar haar levensgeluk op het oogenblik voor haar van af hing, het bloemblaadje afrukte. In haar hand lag de knop, die zij in extase aanzag en dan hartstochtelijk aan haar lippen drukte.