DE TIJD VAN DE SPECULATIEVE WIJSBEGEERTE.
Reading edition
§ 13. Voorloopige opmerkingen.
Na Kant is er veel leven in de Duitsche wijsbegeerte. Er worden groote systemen gebouwd. Zooals in de staatkunde in het begin der 19de eeuw ieder jaar haast een nieuwe politieke indeeling ontstond, zoo kwam in de wijsbegeerte met elk jaar bijna een nieuw stelsel.
Duitschland is het leidende land in het eerste gedeelte der 19de eeuw. Daar valt de letterkundige bloei gedeeltelijk nog samen met de wijsgeerige, de wederopleving van het Duitsche nationaal gevoel wordt mee bevorderd door de denkers.
Jena is een belangrijke stad geworden. Daar ontmoeten elkaar denkers en dichters. Daar wonen allerlei bekende figuren uit de Duitsche literatuur. Daar voert men zware gesprekken, is men bezig omver te halen en weer op te bouwen. Daar is het brandpunt van het romantisme.
Vertoont de filosofie veel overeenkomst met die richting, het is toch minder juist om de filosofie uit de eerste 40 jaren van de 19de eeuw die der romantiek te noemen. Hegel, de grootste denker uit dien tijd, is geen dwepend romanticus als Schelling.
Beter spreekt men van de speculatieve filosofie. Wat zijn hare kenmerken? Zij knoopt aan bij Kant’s leer: de lichamelijke wereld is een verschijnsel, die heenwijst op een absolute werkelijkheid, de intelligibele wereld.
Die intelligibele wereld heeft zij te bereiken met het denken: het zuivere denken moet ons de waarheid brengen.
De methode is dus aprioristisch; een opbouw van stelsels, die niet op ervaringsgrondslag steunen, maar van uit het denken geconstrueerd worden, wordt beproefd.
Zijn die eenmaal gevonden, dan heeft men den zin der dingen verstaan, de werkelijkheid wordt gekend.
Drie groote speculatieve filosofen zijn er.
Fichte, de ethicus, die ’t meest uitgaat naar de zedenleer.
Schelling, de kunstenaar, die kunst als hoogste wijsbegeerte ziet.
Hegel, de denker.
Fichte vormt geen school, Schelling vindt geestverwanten, Hegel vormt een school, die op verschillende terreinen werkzaam is. “Zijn invloed, hoewel dikwijls niet erkend, steekt in onzen arbeid, onze begrippen, onze problemen. Hij heeft zich ingegraven in het geestesleven der eeuw” (Eucken). De school van Hegel vormt met haar linkerzijde den overgang tot het positivisme in Duitschland.
In Schopenhauer vindt de romantiek een pessimistischen filosoof.
Dit gedeelte is genoemd de tijd der speculatieve filosofie. Want er waren ook andere, geenszins onaanzienlijke denkers, nevens de genoemde. Onder hen valt te noemen Herbart, die op ziel- en opvoedkundig gebied tot nu nog invloed uitoefent.