VIERDE HOOFDSTUK.
Reading edition
HET STUREN EN DE STUURMAN (coxswain, barreur, Steuermann).

Evenals men den roeiliefhebber toeroept: „leer zwemmen vóórdat gij in de boot plaats neemt,“ raden wij den aanstaanden stuurman aan om te leeren roeien alvorens de stuurlijnen ter hand te nemen.
Dikwijls komt het voor, dat iemand, door liefde tot de stuurmanskunst aangetrokken, lid eener roeivereeniging wordt en dan maar terstond als stuurman in eene boot plaats neemt zonder zich de moeite te willen getroosten eerst te leeren roeien; immers, aldus redeneert hij, roeien en sturen zijn geheel verschillende kunsten en hebben niets met elkaar gemeen.
Wij behoeven zeker niet te zeggen, welke gevaren een ploeg, door zulk een stuurman gestuurd, bedreigen.
Daar zit hij dan op den stuurbank in eene gedwongene houding, onbekend met de kommando's, bij elken slag met het bovenlijf naar voren slingerende, dan naar bakboord dan weer naar stuurboord glijdende, bij de minste afwijking van den boeg zóó hevig aan een der stuurlijnen trekkend, dat de boot plotseling veel te ver naar de andere zijde vliegt, en bij het minste gevaar aarzelend en gereed om de stuurlijnen te laten glippen.
Neen, eerst leeren roeien en dan sturen zij ieder aangeraden.
Een roeier zal, wanneer hij op den stuurbank plaats neemt, zijn bovenlijf recht gestrekt houden en zorgen dat de boot niet naar ééne zijde overhelt, daar hij als roeier geleerd heeft hoe lastig dit voor de roeiers is. Hij zal een vast punt in de verte in het oog houden en daarop steeds aansturen, daar hij als roeier heeft ondervonden, hoe het zigzag sturen de roeiers afmat en den gang der boot vertraagt. Hij zal de stuurlijnen steeds gestrekt houden, daar hij hierdoor alleen de boot haren rechten koers zal kunnen doen behouden.
Verder moet de stuurman zijne beenen als een Turk gekruist houden en de knieën zoover mogelijk uitgespreid. Tevens zal hij zooveel mogelijk onbeweeglijk zitten en niet elke beweging der boot volgen; dat hij bij elken slag door de meegevende beweging van het bovenlijf de snelheid der boot zou bevorderen, is louter fictie; immers zal hij bij het einde van den slag dezelfde beweging weer achterwaarts moeten maken om zijne gewone positie te herkrijgen en dus daarbij ook de snelheid der boot weer verminderen. Het eenig gevolg van dat heen- en weerslingeren is dus, dat hij door onvast op den bank te zitten de roeiers in hunne taak zal hinderen en door onbedoelde rukken aan een der stuurlijnen den gang der boot kan belemmeren.
Ieder stuurman behoort verder met de volgende regels bekend te zijn:
1º. eene boot, die stroomopwaarts gaat, moet aan den oever blijven en elke boot, die zij ontmoet, aan den binnenkant, d. w. z. in het midden van den stroom laten passeeren.
2º. eene stroomafwaarts varende boot houdt het midden van den stroom en laat eene haar ontmoetende boot aan den buitenkant voorbijgaan.
3º. eene boot, die eene andere boot inhaalt, moet voor deze uithalen om te passeeren, terwijl de ingehaalde boot ongestoord haren koers kan vervolgen.
4º. ontmoeten twee booten elkaar op niet stroomend water, zoo wijken beiden naar stuurboord uit en ieder laat dus de andere aan bakboord passeeren.
5º. eene boot met stuurman moet uitwijken voor eene boot, die zonder stuurman vaart.
6º. eene roeiboot moet steeds voor eene zeilboot uitwijken.
7º. een tweeriems moet voor een vierriems—een vierriems voor een zesriems—en deze weer voor een achtriems uitwijken.
Dit over de plichten van den stuurman in het algemeen.
Thans nog het een en ander over de taak, die hij op wedstrijden heeft te vervullen.
Raceroeiers noemen den stuurman wel eens een noodzakelijk kwaad, en vooral de Franschen en Belgen schijnen deze meening zeer te zijn toegedaan, waarom zij dit kwaad maar zoo klein mogelijk trachten te maken en met de kleinste exemplaren van het genus „stuurman“ op wedstrijden verschijnen. Gewoonlijk zijn het kinderen van 25 à 30 kilo, aan wie in die landen op wedstrijden het roer wordt toevertrouwd. Dat zulk een knaap slechts pro forma in de boot zit ingevolge het reglement, dat een wedstrijd voor „booten met stuurman“ heeft uitgeschreven, spreekt van zelf, daar de slag in werkelijkheid het bevel voert en hem gedurende den ganschen kamp instructies moet geven.
Het voordeel van dezen maatregel ligt voor de hand: de roeiers hebben minder ballast mee te trekken en de snelheid der boot kan daardoor grooter zijn.
Doch ook de nadeelen, die uit die instelling voortvloeien, zijn niet gering te schatten.
Zoo de wedstrijd op een water, dat zeer onstuimig is of waar vele vaartuigen de baan her- en derwaarts doorkruisen, plaats vindt, zullen kinderen al zeer slechte leiders zijn op dat moeilijke pad, en ongelukken zullen allicht voorkomen.
Een goed stuurman kan door eene juiste kennis van den invloed van wind en stroom op den gang der boot zijn ploeg menigen omweg en veel krachtsinspanning besparen.
Wanneer wij bedenken, hoevele wedstrijden met eene bootslengte of minder gewonnen zijn, dan is het duidelijk, dat een goed stuurman, die de boot iedere afwijking, hoe gering ook, bespaart, en van elken gunstigen toestand van wind of stroom onmiddellijk partij weet te trekken, in vele gevallen voor een groot deel tot de overwinning heeft bijgedragen.
En hoe kan men dit van een kind eischen? Hoe kan men in een kind die tegenwoordigheid van geest, dien vasten wil, dat vlug begrip verlangen, die zoo noodzakelijk zijn tot het vormen van een racestuurman in den waren zin van het woord? Wij herinneren den lezer slechts aan de wijze, waarop door belgische ploegen op wedstrijden de boeien worden gemaakt, waarbij zij steeds een eind tegen nederlandsche ploegen verliezen.
Ook zouden wij er op kunnen wijzen, hoe bespottelijk het is op wedstrijden in genoemde landen den slag voortdurend tegen zijn „petit barreur“ te hooren schreeuwen en onophoudelijk te zien omkijken, in plaats van op het tempo zijner slagen en de conditie zijner mederoeiers te letten. Door dat geschreeuw èn van den slag èn van den stuurman, die zonder ophouden zijn „tirez donc“ laat hooren, worden ook de ooren der toeschouwers op een allesbehalve welluidend concert vergast.
Neen, in dat opzicht is het in Nederland beter.
De gecombineerde vergadering van alle nederlandsche roeivereenigen, in 1885 te Amsterdam gehouden, heeft besloten, dat op onze wedstrijden slechts stuurlieden worden toegelaten, die minstens 60 kilo wegen, zoodat hierdoor het kwaad voorkomen wordt, dat sedert jaren in Frankrijk en België voortwoekert.
Het is dus wel te verwachten, dat men binnenkort in België ons voorbeeld volgen en een niet te laag minimum-gewicht voor den racestuurman zal vaststellen.
Het is namelijk noodzakelijk, dat deze taak door iemand wordt waargenomen, die in staat is met vaste hand den koers der boot te bepalen, van elk voordeel partij te trekken, den roeiers op den wedstrijd moed kan inboezemen en hen, zoo zij verslappen, met nieuwe krachten weet te vervullen en tot de uiterste inspanning aan te sporen.
En in dat geval, is de stuurmanskunst eene edele kunst en kan de stuurman met evenveel recht trotsch zijn op zijne behaalde medaille als de roeier op de zijne.
Verkiest men echter zonder stuurman te roeien, zoo kieze men wedstrijden voor booten, die door een der roeiers worden gestuurd, doch trachte niet den edelen roeisport te verlagen door gehuurde kinderen in de boot te nemen en aldus een voordeel op zijne tegenpartij te erlangen.
In vele landen is het roeien in booten, voorzien van een stuurtoestel, (steering-apparatus), reeds doorgedrongen.
Het is eene amerikaansche uitvinding, die het gemis van een stuurman mogelijk maakt door diens taak aan een der roeiers op te dragen. Op de spoorplank van een der roeiers namelijk is een toestel aangebracht, dat met de stuurlijnen in verband staat en den roeier in staat stelt de boot met zijne voeten naar rechts of links te wenden.
Er zijn drie soorten van dit stuurtoestel, die allen, hoewel in hoofdzaak aan elkaar gelijk, in samenstelling een weinig verschillen. Het beste wordt vervaardigd door Searle & Sons te Londen.
Het spreekt van zelf, dat het gebruik van dit toestel van den roeier groote vaardigheid vereischt, zoodat het in eene meerriemsboot gewoonlijk aan den bekwaamsten roeier wordt opgedragen.

