← Table of contents
Moeder en kind

VOORBERICHT

Reading edition

VOOR DEN EERSTEN DRUK.

Het kind, als product van het mannelijke en het vrouwelijke, is, zooals onze schoone moedertaal zoo juist uitdrukt, onzijdig, d.w.z. dat noch het mannelijke noch het vrouwelijke in den aanvang op den voorgrond treedt, al moge de bouw van het lichaam in velerlei opzicht reeds aanwijzen, waartoe het komen zal.

Het kind is, pasgeboren, tot zekere hoogte nog maar natuurlijk, niet geestelijk, ontwikkeld, al brengt het den geest mede als mogelijkheid tot ontwikkeling daarvan. Het pasgeboren kind is dus mensch in aanleg en zal zich tot mensch te ontwikkelen hebben, door ontwikkeling van den geest tot begrip.

Zoo verhoudt het pasgeboren kind zich als een menschelijk dier, dat slechts gedeeltelijk voor zichzelf zorgen kan en hulp behoeft van haar, die het ter wereld bracht. Ofschoon hieruit volgt, dat moeder en vader hebben acht te geven ook op de ontwikkeling van den geest van hun kind, en vooral in dàt opzicht eene groote en grootsche taak haar wacht, die moeder worden zal, heeft zij, om te beginnen, te bedenken, dat het kind, waarvan zij de moeder zijn zal, ontsproten uit haar lichaam, allereerst den aard zal hebben van haar natuurlijk leven, zoodat—in ’t algemeen gesproken—alleen de gezonde moeder een gezond kind kan ter wereld brengen, de gezonde moeder de meeste waarborgen geeft voor een gezond nageslacht.

Reeds vóór de vrouw moeder wordt heeft zij dus zorgen en is, met het oog daarop, eenige kennis van de wijze waarop in haar binnenste het kind wordt aangelegd en van de plaats waar de vrucht zich tot kind ontwikkelt, niet overbodig te achten, opdat zij kunne begrijpen, waarom zij, mede ter wille van haar kind, voor zichzelve heeft zorg te dragen.

De plichten van den aanstaanden vader zijn evenmin gering. Het kind, ontsproten uit vereeniging van man en vrouw, is, natuurlijk en geestelijk, herhaling en voortzetting van het voorafgegane of voorafgaande geslacht en zal dus vertoonen, wat men onder erfelijkheid verstaat. Beide factoren zijn in het product begrepen, en is dus te begrijpen, dat het kind van man en vrouw niet afwijkt van, doch gelijkt op beiden, zoodat ook de vader, vóór hij zich zoo zal kunnen noemen, heeft te bedenken hoe, en heeft zorg te dragen dat hij, met recht, zal zijn een goed vader, natuurlijk en geestelijk. De voorafgegane opmerking dient dus uitgebreid te worden tot: slechts gezonde ouders kunnen waarborgen geven voor een gezond nageslacht.

Dit geschrift wil trachten de aanstaande moeder eenigermate in te lichten en raad te geven met betrekking tot velerlei uit den tijd waarin, en omtrent datgene waarvoor, zij in „blijde verwachting” leeft.

VOOR DEN TWEEDEN DRUK.

Toen de uitgevers mij verzochten voor een tweeden druk van „De aanstaande moeder” te willen zorg dragen, voldeed ik daaraan met genoegen. Ik heb daarbij rekening gehouden met een ander verzoek, uitgegaan van talrijke vrouwen, om haar, als de gelegenheid zich voordeed, iets meer omtrent den zuigeling te vertellen. Dit laatste was niet gemakkelijk, doch ik heb mijn best gedaan. In hoeverre ik geslaagd ben, mogen zij, die mij tot nu toe van hare waardeering zoo ruimschoots blijk gaven, beoordeelen.

VOOR DEN DERDEN DRUK.

Met vreugde vernam ik van de uitgevers, dat de tweede druk reeds binnen twee jaren was uitverkocht. Voor dezen derden druk heb ik een uitvoerig register vervaardigd, dat, naar ik verwacht, de bruikbaarheid van het boek zal verhoogen.

Dr. C. N. van de Poll.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings