Tand om tand.
Reading edition
Eerst tegen den avond keerde Raffles naar huis terug.
Charly Brand was reeds ongerust over zijn lang wegblijven.
Opgewonden trad Lord Lister zijn studeerkamer binnen en wierp met een heftigheid, die Charly niet van hem gewend was, zijn hoed op de divan, terwijl hij riep:
„Charly, men zou werkelijk gaan gelooven, dat alle eergevoel uit de wereld verdwenen was!”
„Wat is je overkomen?” vroeg zijn secretaris, terwijl Lord Lister ging zitten en, om tot kalmte te komen, een sigaret aanstak.
Nadat hij eenige trekjes had gedaan, sprak hij:
„Ik was een dwaas! Ik had het eigenlijk wel kunnen vermoeden. Maar de manier, waarop die ouwe, uitgeteerde Lord Cramesford mij behandelde, mij, den eenigen vriend van zijn oudsten zoon, was schandelijk!
„Eindelijk, toen ik tegen zijn houding opkwam, werd hij ordinair en wees mij met het arme, ongelukkige meisje, voor wie ik een tehuis kwam vragen, de deur”.
Lord Lister rookte weer haastig en Charly Brand schudde zwijgend het hoofd.
Na eenige seconden vroeg hij:
„En wat denk je nu te doen?”
John Raffles sprong op, liep de kamer eenige malen door en zei:
„Ik hoop zooveel te verdienen, dat ik het meisje, ook zonder hulp van haar grootvader, een nette opvoeding kan laten geven.
„Maar ik zal een der beste advocaten van Londen haar aanspraken op het vaderlijke erfdeel toevertrouwen!—
„Wat zeggen de avondbladen, Charly?”
„Ik heb ze nog niet gelezen, maar hier zijn ze”.
Raffles nam de kranten en had nauwelijks een blik in het eerste blad geworpen of hij riep lachend uit:
„O, Charly, luister eens! Ik verzeker je, dat ik nu geld zal verdienen als water! De „Times” meldt, dat theaterdirecteuren, eigenaars van musea, gekke Amerikanen en nog een massa andere menschen, den kapitein ongehoorde sommen voor mijn tanden hebben geboden”.
„Dat voorzag ik al!” lachte Charly Brand. „Ik begreep echter niet, op welke wijze jij daarbij geld kunt verdienen. Hij toch alleen!”
John Raffles lachte opnieuw en antwoordde:
„Ik zal den menschen mijn tanden verkoopen”.
Charly vroeg op verbaasden toon:
„Wil jij je tanden verkoopen?”
„Natuurlijk! En ik verzeker je, dat ik daar zooveel geld uit zal slaan, dat de dochter van mijn overleden vriend een der rijkste meisjes van Engeland zal worden”.
„Maar wil je dan zonder tanden gaan loopen?”
Raffles tikte met zijn vinger tegen het voorhoofd van zijn vriend en antwoordde:
„Jij bent een goed schaap!—Breng nu eens vlug de volgende advertentie naar de kranten en laat ze zoo groot drukken, dat ze een halve bladzijde beslaan.
TANDEN VAN RAFFLES
biedt John C. Raffles persoonlijk aan liefhebbers te koop aan!
Bij het ongeluk in het huis van den Ierschen kapitein McGovern heeft John C. Raffles eenige tanden verloren! Deze wil hij ten behoeve van liefdadige doeleinden aan de meestbiedenden door notaris Smithson, Strand 116, laten verkoopen.
Belangstellenden kunnen zich morgen in den loop van den dag tot dezen wenden.
„Ziezoo”, sprak Raffles, „je moet deze advertentie aan de kranten bezorgen en meteen notaris Smithson melden, dat ik hem morgen eenige van mijn tanden zal sturen, die hij tegen de hoogste prijzen aan liefhebbers moet verkoopen!—
„Ga verder naar gebroeders Brill, de bekende tandartsen en koop daar een paar dozijn porceleinen kunsttanden ad 5 pence per stuk. Die moet je mij brengen. Ik zal ze met een brief aan Smithson zenden.
„Als er zooveel kooplustigen komen als ik vermoed, zal morgen geen enkele tandarts in Engeland nog kunsttanden in voorraad hebben, want ik zal ze alle hebben verbruikt”.
Charly Brand barstte los in schaterlachen en sprak: „Edward, je bent en blijft een genie!”
John Raffles keek hem aan, zonder zijn ernst te verliezen en vroeg:
„Heb je daar ooit aan getwijfeld?”
Daarop verhelderde een glimlach zijn gelaat en hij sprak:
„Ga nu heen, mijn beste, brave jongen en maak dat zaakje met de tanden eens keurig netjes in orde!
„Ik ben van plan, de mijne terug te gaan halen.”
Kapitein McGovern zat met zijn vrouw en eenige vrienden aan het souper, toen het nieuwe dienstmeisje hem een visitekaartje bracht met de woorden:
„Deze heer is van de krant en wenscht u te spreken.”
Onmiddellijk verstomde het gesprek aan de weelderig gedekte tafel.
De kapitein stond op en sprak:
„Breng den journalist hier!”
Toen het dienstmeisje was heengegaan, sprak hij tot zijn gasten, meerendeels familieleden van zijn vrouw:
„Weest allen zoo vriendelijk, uiterst voorkomend te zijn tegenover dezen heer, want hij is vertegenwoordiger van de koningin der aarde, een mensch, die door zijn woorden iemand tot een beroemdheid kan maken. Hij komt mij waarschijnlijk opnieuw interviewen.”
Allen wachtten in eerbiedig zwijgen, toen de vreemdeling, een elegant gekleed heer, de eetkamer binnentrad en met een buiging voor de gasten zich tot den kapitein wendde:
„Ik ben de vertegenwoordiger van de New-York Herald en kreeg bevel van mijn directie om u, kapitein, te verzoeken, mij de wonderlijke geschiedenis van uw overwinning over Raffles voor mijn blad te willen mededeelen. Ik moet nog dezen nacht een kabeltelegram over deze aangelegenheid verzenden.”
Gestreeld boog de held voor den vreemdeling en begon, wel voor den honderdsten keer in de laatste twee dagen, zijn opgesmukt verhaal over den bokserslag en zijn zege over Raffles.
„Ziet gij”, sprak hij, toen zijn verhaal uit was, „hier zijn de tanden! Een heb ik aan mijn horlogeketting en mijn vrouw heeft den andere aan haar armband!”
„Mag ik de tanden eens van dichtbij zien?” vroeg de vreemdeling op bescheiden toon.
Opnieuw boog McGovern gevleid, wendde zich tot zijn vrouw en sprak: „Geef mij je armband eens, lieve Eulalia!”
„Hier is ze”, sprak zij en gaf hem het zware, gouden sieraad, waaraan de tand hing, in diamanten gevat.
Daarop haakte de kapitein zijn zwaren gouden horlogeketting, waaraan het horloge was bevestigd, los en gaf beide dingen aan den vermeenden verslaggever.
Deze bekeek de tanden nauwkeurig en sprak:
„Ja, het zijn de tanden, ik herken ze!”
„Wat?” riepen alle gasten en de kapitein vroeg:
„Hoe kent gij ze?”
„Wel”, sprak de vreemdeling en zijn stem klonk plotseling hard en scherp, „ik zal mijn eigen tanden toch wel kennen, maar— —”
Hij zweeg een oogenblik en trok den valschen baard van zijn kin:
„Gij kent mijn bokserslag immers nog wel, kapitein van de Iersche garde en opdat gij de kranten nog meer berichten kunt zenden, wil ik een als souvenir achterlaten!
„Tand om tand!” voegde hij er bij, op den kapitein toesnellende. (Zie het titelblad.)
Zoo bleek als een doode, verstijfd van schrik en niet in staat om een woord te zeggen, week de kapitein voor Raffles terug.
Als verlamd zaten de gasten om de tafel.
Bliksemsnel, voordat de kapitein zich kon verdedigen, kwam een geweldige vuistslag neer op het gelaat van McGovern, zoodat zijn valsch gebit onder de tafel vloog en hij zelf als een meelzak neerviel.
„Tand om tand!” herhaalde John Raffles.
Glimlachend nam de Groote Onbekende het gebit op, maakte een spottende buiging voor de gasten en sprak:
„Ik zou ook graag een paar tanden als sieraad willen hebben!”
Voordat de gasten tot bezinning waren gekomen, was John Raffles verdwenen.
Eenige oogenblikken later werd er als dolzinnig om de politie geschreeuwd en het duurde niet lang of van het politiebureau in dezelfde straat kwamen eenige agenten het huis binnen.
Verbaasd en hoofdschuddend hoorden zij, wat er gebeurd was.
Weer kwamen de verslaggevers en nu vernamen zij de waarheid en begrepen, dat de held van de Iersche garde alles gelogen had.
„Ah!” riep de redacteur van de Times, „ik vermoedde al, dat hier iets was gebeurd. Want een half uur geleden kreeg ik een vreemde advertentie. Daarin stond, dat John Raffles zijn tanden had teruggehaald en ze morgen bij notaris Smithson aan den meestbiedende zou laten verkoopen.”
„Mijn armband heeft hij ook meegenomen!” klaagde de vrouw van den kapitein.
„En mijn horloge met ketting en de onderscheiding van den koning!” jammerde McGovern.
Lachend verlieten de beambten van politie en de verslaggevers het huis.
Den volgenden dag lachte geheel Londen en bij notaris Smithson kwamen honderden personen, wien hij met een goed geweten, op hun vraag naar tanden van Raffles, kon antwoorden:
„Ja, zij komen uit den mond van den Grooten Onbekende. Hij heeft ze mij zelf gestuurd— —”
Toen hij dien avond Charly Brand een bedrag overhandigde van 90,000 pond sterling voor 211 verkochte tanden, sprak hij lachend:
„Jammer, dat het laatste dozijn niet vol is geworden!”
John Raffles echter verzond nog dienzelfden nacht het volgende bericht aan de Engelsche pers:
„Ik heb tanden verkocht en notaris Smithson kon met een gerust geweten verzekeren, dat ze van mij waren. Het waren er 211! Elk der koopers zal nu vragen of de tanden werkelijk uit mijn mond kwamen.
„Helaas neen, zulk een grooten mond, die 211 tanden kan bevatten, bezit alleen kapitein McGovern van de Iersche garde.
„Ik hoop, dat Zijne Majesteit mij voor het feit, de Iersche garde van zoo’n held van den kouden grond te hebben bevrijd, de onderscheiding laat behouden, die ik den kapitein heb ontnomen.”
Toen de koning deze nieuwe daad van Raffles las, sprak hij:
„De koningen van Engeland hebben tegenwoordig geen hofnarren!
„Deze gentleman is voor mij en de Engelsche politie meer waard dan de zes gebochelde hofnarren van koningin Elisabeth en opdat hij zal zien, dat ik van goede scherts houd en er dankbaar voor ben, dat hij mij van zulk een officier afhelpt, verleen ik Lord Edward Lister, genaamd John C. Raffles, de onderscheiding, die hij den gewezen kapitein heeft afgenomen.”
Toen Baxter dit las en naar zijn leeg knoopsgat keek, sprak hij zuchtend tot de vloo:
„Marholm, gij hebt gelijk! Als ik niet inspecteur Baxter was, zou ik de Groote Onbekende, John C. Raffles willen zijn!”
De volgende aflevering (No. 46) bevat:
„Vereeniging ter bevordering van goede zeden”.
Pakkend! Sensationeel!
Boeiend zijn de avonturen van den beroemden Amerikaanschen Detective
NICK CARTER,
het mooiste wat ooit op het gebied van Detective-verhalen verschenen is.
Elke aflevering bevat een afgerond verhaal.
Prijs per aflevering 10 CENT.
Te bekomen in den boekhandel en bij den Uitgever
Roman-Boekhandel voorheen A. EICHLER te Amsterdam.
Belooning: 1000 pond sterling.
Wie kent hem? Wie heeft hem gezien?

Dat vraagt men in Scotland Yard! Dat vraagt heel Londen!
Lord Lister genaamd John C. Raffles, de geniaalste aller dieven
brengt alle gemoederen in beweging, is de schrik van woekeraars en geldschieters; ontrooft hun door zijn listen hunne bezittingen, waarmede hij belaagde onschuld beschermt en behoeftigen ondersteunt.
Man van eer in alle opzichten
spant hij wet en gerecht menigen strik en heeft steeds de voorvechters van edele levensbeschouwing op zijn hand, nl. allen, die ervan overtuigd zijn, dat:
Ongestraft veel misstanden, door de wet beschermd, blijven voortwoekeren.
Men leze, hoe alles in het werk wordt gesteld, Lord Lister, genaamd John C. Raffles, den geniaalsten aller dieven, te vatten!
WARRANT OF ARREST. Vertaling: Bevel tot aanhouding.
Be it known unto all men by these presents that we hereby charge and warrant the apprehension of the man described as under: Wij verzoeken de aanhouding van den man, wiens beschrijving hier volgt:
DESCRIPTION: Name: Lord Edward Lister, alias John C. Raffles. Age: 32 to 35 years. Height: 5 feet nine inches. Weight: 176 pounds. Figure: Tall. Complexion: Dark. Hair: Black. Beard: A slight moustache. Eyes: Black. Language: English, French, German, Russian, etc. Beschrijving: Naam: Lord Edward Lister, genaamd John C. Raffles. Leeftijd: 32–35 jaar. Lengte: ongeveer 1,76 meter. Gewicht: 80 kilo. Gestalte: slank. Gelaatskleur: donker. Haar: zwart. Baardgroei: kleine snor. Oogen: zwart. Spreekt Engelsch, Fransch, Duitsch, Russisch enz. enz.
Special notes: The man poses as a gentleman of great distinction. Adopts a new role every other day. Wears an eyeglass. Always accompanied by a young man—name unknown. Bijzondere kenteekenen: Het optreden van den man kenmerkt zich door bijzonder goede manieren. Telkens een ander uiterlijk. Draagt een monocle. Is in gezelschap van een jongeman, wiens naam onbekend.
Charged with robbery. A reward of 1000 pounds sterling will be paid for the arrest of this man. Moet worden aangehouden als dief. Voor zijn aanhouding betalen wij een prijs van 1000 pond sterling.
Headquarters—Scotland Yard. London, 1st October 1908. Police Inspector, Horny. Het Hoofdbureau van Politie Scotland Yard. Londen, 1. October 1908. Inspecteur van Politie (get.) Horny.
Roman-Boekhandel voorheen A. Eichler
Singel 236—Amsterdam.