← Table of contents
Het kaatsspel

III.

Reading edition

Eereprijzen en Kaatszangen.

Weleer bestonden de prijzen bij de kaatswedstrijden uit zilveren ballen, zilveren lepels, zilveren tabaksdoozen enz. Dat die prijzen zeer gewaardeerd werden, blijkt uit het feit, dat nog heden ten dage in vele families deze zegeteekenen bewaard worden als eene herinnering aan de kaatscorypheeën van dien tijd. In het Friesch museum zijn mede van deze fraaie zilveren eereprijzen te vinden.

Van de oude zilveren ballen is de meest bekende „de ouwe griep” (Bildtsch dialect) of „de âlde gryp” (Friesch) te Lieve Vrouwen Parochie (Bildtsch dorp).

Het was op 24 Aug. 1794, dat te Beetgum deze bal verkaatst werd. Eenige gardeniers uit dat dorp hadden hem als prijs uitgeloofd. Zijn naam „Ouwe Griep” ontleent hij aan de teekening, die er op voorkomt: „een man met een grijp”. (Een grijp is een landbouwwerktuig, gebruikt bij het rooien van aardappelen, een product, daar veel verbouwd). Niet alleen Beetgumers, maar ook de beste spelers uit den omtrek namen aan den wedstrijd deel. Na menig spannende partij werd ten slotte de bal gewonnen door drie spelers uit het dorp „Vrouwbuurt” (L. V. Parochie); nl. Hindrik Faikes, Taeke Johannes en Krelis de Boer.

Illustration from Het kaatsspel handleiding met historische aanteekeningen en kaatszangen

De Ouwe Griep.

Des avonds begaven de winnaars zich naar de dorpsherberg om den bal in ontvangst te nemen, doch vele Beetgumers, die het kwalijk verkroppen konden, dat deze mooie prijs naar elders zou verhuizen, maakten aanmerkingen op het spel der Vrouwbuurtsters en beweerden, dat dezen den bal niet eerlijk hadden gewonnen. Het gevolg daarvan was, dat het weldra tot handtastelijkheden kwam. Een der Vrouwbuurtsterspelers, die den bal in ontvangst genomen had, sprong uit een raam der bovenverdieping, kwam nog al gelukkig beneden, zette het op een loopen en verschool zich in een waterstoep. Ondertusschen werd de vechtpartij in de herberg voortgezet, en de andere Bildtkers moesten, door de overmacht genoodzaakt, mede hun heil in de vlucht zoeken. Nadat ze een eindweegs achtervolgd waren, kwamen de overwinnaars, door slooten en over bouw- en weiland vliedende, behouden met den Eereprijs in hun dorp aan. Sedert dien bewaart men „de Ouwe Griep” als een zegeteeken aan den Beetgumer tocht. De overwinnaars gaven hem aan hun dorp ten geschenke en sedert 1796 wordt hij elk jaar op den eersten Zondag na Vrouwbuurtster (met kermis) onder de inwoners verkaatst. Dan is het een feestdag in dit Bildtsche dorp.

De eerste dorpspartij had plaats op 22 Augustus 1796.

Uit het dak van de herberg van Harmen Keimpes hing toen de bal in een netje zoo hoog, dat er geen gevaar was, om door de Beetgumers weggenomen te worden, waarvoor men nog steeds vreesde. Tevens werd er een wacht bij geplaatst, hetgeen nog vele jaren daarna geschiedde.

Eénmaal is de bal zoek geweest; de winnaar of beter de bewaarder van den bal had hem in den winter bij geldgebrek in den lombard gebracht, waar hij spoedig weer werd uitgelost. In 1894 was de bal een eeuw in het dorp geweest, bij welke gelegenheid men op den meergemelden dag flink feest gevierd heeft. Hoevele beoefenaars van het kaatsspel hebben in deze jaren om hem gestreden, in hoeveel kamers heeft hij niet als een sieraad en ten trots der overwinnaars gehangen!

Als blijk van hooge ingenomenheid met het aloude Friesche volksspel, vereerde de Commissaris des Konings in deze provincie in 1883 aan de Franeker kaatspartij een fraaien zilveren bal als Koningsprijs.

De eene zijde van dezen fraaien gedreven bal bevat het wapen van Harinxma thoe Slooten, terwijl de andere zijde eene voorstelling van de kaatspartij geeft. Op den bal staan de volgende inscripties:

„Vereerd door Mr. Binnert Philip Baron van Harinxma thoe Slooten, Commissaris des Konings van Friesland, ter gelegenheid van de feestelijke herdenking van het 30-jarig bestaan van de kaatspartij te Franeker.”

De andere inscriptie heeft betrekking op het kaatsspel, en is van de hand van den heer J. v. Loon, toen lid van Ged. Staten van Friesland. Zij luidt in 't Friesch aldus:

„—Op 't sté fen 't âlde Sjaerdema Hat Fryslâns Haed van Harinxma Oan Freantjers warb're keatsersboun Mij ta in earpriis joun, For hwa, as kening fen de dei, Mij yn de kampstriid woun. Sont gean 'k der elts jier roun, Sa lang net 't Fryske aerd stjert wei En Freantjer hâlt syn keatsersdei.”

Een der drie winnaars van het partuur wordt door zijn makkers als koning aangewezen. Deze heeft het recht den bal als koning van de partij te dragen bij den optocht na afloop van dezen strijd en 't volgende jaar bij den optocht naar 't kaatsterrein. Daarna komt de bal weer in het bezit van de Commissie der Kaatspartij, welke hem deponeert op de oudheidkamer van 't stadhuis alhier.

Ook de Leeuwarder kaatsclub bezit een zilveren bal.

In 1908 werd te Brussel een wedstrijd gehouden tusschen 2 sterke Friesche en 2 krachtige Belgische parturen. Door den koning van België was als koningsprijs uitgeloofd een prachtige zilveren bal met vergulde kroon.

Illustration from Het kaatsspel handleiding met historische aanteekeningen en kaatszangen

R. Anema van Leeuwarden.

De Friesche spelers waren overeengekomen om dezen bal, zoo zij de winnaars in dezen kamp mochten worden, ten geschenke te geven aan de Leeuwarder kaatsclub, welker bestuur hen op dezen tocht geleidde. De zege werd behaald door de Friesche kaatsers, en één hunner, de kaatser Reinder Anema, lid van de Leeuwarder club, werd als koning uitgeroepen, daar hij den beslissenden slag geleverd had. Getrouw aan de overeenkomst, stelde deze bij terugkomst in Friesland den bal ter hand aan 't bestuur zijner club.

Daarna is op den bal de volgende inscriptie aangebracht:

„Jimmer scil ik tinken bliuwe Oan 'e tiid dat Rein my woun, En ek troch de Fryske keatsers Hjir in plak yn Fryslân foun. Belg en Fries bliuw jimmer striden, Hâld it keatsspil heech yn ear, Lit it bloeie yn ús mieden As it folksspil fen alear.”

Indien de Leeuwarder club hare groote jaarlijksche kaatspartij houdt, wordt deze eereprijs gedragen door den kaatskoning van 't vorige jaar.

De vermaardste Zilveren bal in de Nederlandsche kaatssport is de Mulierprijs, de groote Zilveren Wandelbal van den Ned. Kaatsbond, welke op de groote Bondspartij jaarlijks de Eereprijs is.

Deze Wandelprijs, die in 1900 op de Bondspartij in het dorp Witmarsum, de geboorteplaats van den geachten schenker W. J. H. Mulier, zijne wandeling begon, is de groote attractie van dezen wedstrijd. Reeds weken te voren is de strijd om dezen Wandelbal het onderwerp der gesprekken in de kaatswereld. Dezen bal te winnen, geldt voor de hoogste eer in de kaatssport.

Illustration from Het kaatsspel handleiding met historische aanteekeningen en kaatszangen

De Mulierprijs. Foto „Revue der Sporten”.

Beschrijving van den bal:

Op de bovenste helft is gegraveerd een Friesch landschap, terwijl op een vrij veld twee kaatsers staan. Een bal vliegt door de lucht; opgeslagen door den eenen speler, moet hij door den tegenstander worden teruggeslagen. De benedenhelft is versierd met klaverbladen en klaverbloemen „en relief,” als symbool van het vrije veld, waarop het spel gespeeld wordt. Aan den rand van het inschrift hangen in ruitvormige zilveren plaatjes de wapens der elf Friesche steden. De bal is bevestigd aan een fraai lint in de nationale kleuren. Hierop zijn in ruitvormige zilveren platen aangebracht de wapens der vroegere kwartieren van Friesland: Oostergo, Westergo en Zevenwolden. Op den band, die halverwege om den bal heenloopt, staat het volgende inschrift van den Frieschen bard W. Faber:

„It libben jowt, mei stean en fallen, Rju driuwerkes nei stive ballen: Kom, Keatser! lit de ljue lûd roppe, Siz neat, maar slach de ballen boppe!”

Woordelijke vertaling in het Nederlandsch:

„Het leven geeft, met staan en vallen, Dra drijvertjes na stijve ballen: Kom, Kaatser! laat de liên luid loven, Zeg niets, maar sla de ballen boven.”

Dit inschrift is eenigermate een allegorie op „'s Menschen leven en streven.” Als zoodanig beschouwd, zou men den inhoud in Nederlandsche woorden kunnen overzetten aldus:

Ons leven, met zijn worstlen, strijden, Het geeft verblijden toch na lijden, Laat 's werelds oordeel u niet schaden, Roem niet, maar staal uw kracht in daden.

Door denzelfden dichter is vervaardigd „de Silveren Balsang”, welke zang telken jare op den grooten Bondsdag (Pinkstermaandag) bij de overreiking van den Wandelbal gezongen wordt door eene zangvereeniging ter plaatse, waar de Bondspartij gespeeld wordt, terwijl des avonds bij de feestelijke prijsuitdeeling, en ook gedurende het kaatsseizoen elders, deze balzang met groote liefde en geestdrift door de Friesche spelers en de beminnaars van 't spel wordt aangeheven.

Hier volgt de „Balsang”.

Illustration from Het kaatsspel handleiding met historische aanteekeningen en kaatszangen

SILVEREN-BALSANG. Wize: De Wâldsang. (Frysk Lieteboek)1). 1. Krêft-grea-te kri-gers bin-ne de keat-sers, Kri-gel, nei keat-sers-aerd, krekt by de bal; Li-nich as lek-ken, rêd-dich as wet-ter, Al hin-ne⁀en wer sa, hjir, dêr, oer-al, Al hin-ne⁀en wer sa, hjir, dêr, oer-al! Krêft-ti-ge kam-pers bin-ne de keat-sers, Kri-gel, nei keat-sers-aerd, krekt by de bal, Krekt by de bal, de bal, krekt by de bal. 2. Mannen! „Muliers priis” hat eat to sizzen, De⁀yn-moaije Wandelbal,—hear', hwet er seit: Hwer ús de wei laet yn lot en libben, Jimmer it paed rjucht, hwersa dat leit! Jimmer it paed rjucht, hwersa dat leit! Frjeonen, de Haedpriis hat eat to sizzen, De⁀yn-moaije Wandelpriis,—hear', hwet er seit, Hear', hwet er seit, er seit,—hear', hwet er seit! 3. Tink' om it ynskrift: „fêststean en fallen, Stive ballen, driuwerkes”; kriich is rounom! Merkbyt' myn wapens, loaits' nei myn teikens: Neist Leechlâns trijekleur de⁀âld Swanneblom,2) Neist Leechlâns flagge de⁀âld Swanneblom. Tink' om it ynskrift: „fêststean en fallen, Stive ballen, driuwerkes”; striid is rounom, Striid is rounom, rounom, striid is rounom! 4. Snoerjende ballen!—flink „mei de flecht” ljeafst, Gau'ris in „boppeslach”, fier oer it gea! Heech yn 'e loft mar! sjuch se dêr driuwen! Net folle „bûten”, selden ien „kwea”! Net „foar” ef „bûten”, selden ien „kwea”! Rju moaije ballen!—flink „mei de flecht” ljeafst. Gau'ris in „boppeslach”, fier oer it gea! Fier oer it gea, it gea, fier oer it gea! 5. Lok, stoere striders! Masters yn 't keatsen, Lok mei de Earepriis, lok mei de Bal!— —Dimmen fen wêzen, dregens yn dieden,... Pronkpeinjen binne 't, dûrsum oeral, Pronkpeinjen binne 't, bliuwe 't oeral.— Lok, stoere striders! Helden yn 't keatsen, Lok, ek yn letter tiid, lok mei de Bal! Lok mei de Bal, de Bal, lok mei de Bal! W. Faber, Pietersbierum.

De partij van den Ned. Kaatsbond is een strijd tusschen de aangesloten vereenigingen. Elke vereeniging zendt naar de Bondspartij haar krachtigste partuur van drie spelers. De Vereeniging in haar geheel wordt als winnaar de bezitster van den Mulierprijs voor den tijd van één jaar. Groote vreugde heerscht in de stad of in het dorp, wanneer de eerste boden de tijding van de overwinning komen brengen. De helden van den Bondsdag worden met geestdrift ingehaald en met gejuich begroet. Op het Koningspartuur van den Bond is de geheele plaats trotsch en in den boezem der vereeniging wordt feest gevierd, ter eere der kaatscorypheeën. Hun naam klinkt door de provincie als weleer die van de helden der Olympische spelen in het oude Griekenland. Het volgende jaar moet de winnende Bondsafdeeling den Wandelbal weer verdedigen tegenover de ongeveer 60 zusterafdeelingen.

Behalve deze „balsang” heeft de Ned. Kaatsbond nog zijn eigen Strijdlied, Winnaarslied en Vaandellied. (Hier volgen deze liederen).

Illustration from Het kaatsspel handleiding met historische aanteekeningen en kaatszangen

STRIIDLIET. 1. 't Is keat-sers-dei! 't Is keat-sers-dei! 't Is keat-sers-dei! Bouns-le-den, kom, nei 't keat-sers-lân, Wy hab-be 't nou wol foar 't for-stân, Elts-ien mei 't wol bi-tracht-sje: 't Giet om de priis, ja wis, mar mear Yet giet it hjoed om nam-me⁀en ear'. Dit moat men 't heech-ste acht-sje! Dit moat men 't heech-ste acht- -sje! 2. De keningspriis, (3 kear) Dy liket ús sa hearlik ta. Sa'n earepriis wol elts graech ha, Hwat scill' w'ús dêrom warre! Fol kriich dos nei de krite tein, En rekket faeks yens krêft oan 'e ein, De moed litt' wy net farre! 3. Stiel yn it bloed, (3 kear) In romme boarst, in fleurich sin Jowt 't keatsen ús. Goefriezen binn' Fol lôf oer d'eable stipe Fen Fryslâns keatsspil, âldfaers ear'. Dat wy 't yet ljeaf ha, mear en mear, Is fen gjin freamden skipe. 4. Wy miene 't goed! (3 kear) Giet 't fjochtsjen rimpen en fol fjûr, Dochs hâlde w'ús oan 't bounsbistjûr, Sa 't dat de wet ornearre. Ho fùl de striid, der stoart gjin bloed, Is 't kwea portûr, men bliuwt dochs goed. Nin rûsje scil men hearre. 5. Mei 't bounsbistjûr, (3 kear) Tsjogg' wy nou nei it keatslân ta; Dêr scill' wy nocht en wille ha, Oerdiedich ús formeitsje. Foarút, to gau, nei 't keatsersfjild; 't Giet hjoed om d'ear', dat 's mear as jild, Foar d'eare scill' wy weitsje! W. Andringa, Leeuwarden.

Illustration from Het kaatsspel handleiding met historische aanteekeningen en kaatszangen

WINDERSLIET. 1. Kom, keat-sers, 't is dien, nou mei 'n fleur-ri-ge stoet Ut 't lân wei nei hos-pes-om ta. De priis is for-tsjin-ne, sa ear-lik en goed, Elts hat der mei fre-de, men is wol to moed. Wy moatt' ek hwat nei-pret yet ha. Refrein: Lok, ke-ning mei dyn ke-nings-priis; Lok, jimm' ek, win-ders-ma-ten. Mar pas mar op, jimm' wou-nen 't niis: Wy komm' wol wer 's to pra-ten Oer⁀'e ke-nings-priis. 2. Mei faendels foarop en mei grien as omtein En great op hjar priiswinderssteat, Sa gean' se foaroan. Mar al binn' wy nou slein, Kom op mar in oar, kear, en dan scill it ein Utwize: Wy habb'⁀er oan leard! Refrein: Lok ensfh. 3. Rju lok mei de priis, ek mei d'ear' en de krans', Jimm' winders op 't keatsen fen hjoed. Jimm' wieren de helden, al-d'oaren to mansk. Mar letter, foarsiker, dan wikselt de kans, Wy ha dan op winnen wol moed. Refrein: Lok ensfh. 4. Foar jierren, do drige⁀op ús âldfryske groun It keatsen der onder to gean. Dat koe net. Do makken goefriezen in boun. Sa rûst nou oer Fryslân in sang fier yn 't roun: „Us keatsen, 't bliuw' ivich bistean!” Refrein: Lok ensfh. S. v. d. Burg, Makkum.

FAENDELLIET. Wize: O, schitt'rende kleuren. Hwet laitsje dy kleuren fen 't faendel ús tsjin, Hja sprekke fen iendracht en macht. Hja roppe ús ta 'n striid, yn in eabele sin Nei 't keatsen, dêr elkien nei tracht. Wy helje forien'ge ús faendel omheech, Hjir hellet gjin twadracht it ea wer omleech! Hwêr 't faendel syn kleuren, sa skoan en sa swiid, Sa helder lit blinke yn it roun, Hwêr 't keatsen ús noeget ta 'n eabele striid, Der fiele wy op nij ús forboun. De krêft, dy steech-fêster de koarde omwynt Dy 't ús oan de Leechlânske Keatsboun forbynt, Dêrfen bliuwt ús faendel it treflikst symboal! Us faendel it treflikst symboal! Wij stell' ús nou mei elkoar onder syn kleur En romje „Jan Bogtstra”, dy 't skonk. Wy hâlde de Leechlânske Keatsboun yn fleur, Om 't ljeafde for 't keatsen der blonk. Bestrielje, o kleuren, ús mei jimme gloed, Jimm' jowe by 't keatsen ús krêften en moed! Sa hâlde wij 't faendel mei eare omheech! Us faendel mei eare omheech! Y. Schuitmaker, Franeker.

In deze kaatszangen ziet men een stukje psychologie van het Friesch volkskarakter, de eerlijke erkenning van en 't royale huldebetoon aan de meerderheid van de overwinnaars, maar tevens een vastberaden zich gereed houden voor den volgenden strijd. Een stukje poëzie van het Friesche volksleven. Krachtige longen, die deze forsche woorden zingen: nationaal gevoel, zich uitend in Friesche taal en Friesch tooneelspel tevens. (Er bestaat in de Friesche tooneelliteratuur een tooneelstuk getiteld: Sjirk Walles ef de keningspriis fen it keatsen). De toehoorder voelt zich hier te staan tegenover eigen volksleven met eigen aard, uit oude tijden, historisch opgroeiend in taal, gewoonte, karakter, spel. Eigen volksleven, dat misschien op den duur, wel, maar toch langzaam zich zal assimileeren met wat daar buiten omgaat, dat zeer lang de taal zal bewaren en liefhebben. Die vasthoudendheid aan 't oude en overgeleverde is, naast de zeer menschelijke liefde en piëteit voor wat met ons en onze voorouders is samengegroeid, ook een gevolg van Frieslands langdurig isolement en eigenaardige hoofdigheid der bewoners. Door den Ned. Kaatsbond is het aloude balspel in de laatste jaren wel eenigszins gemoderniseerd, maar met behoud van het typisch Friesche en 't eigenaardige van 't Friesche volkskarakter.

Illustration from Het kaatsspel handleiding met historische aanteekeningen en kaatszangen

C. Werkhoven. Tj. Kooistra.

Op het Kaatsterrein te Sneek.—Foto „Revue der Sporten”.

decoratieve illustratie
decoratieve illustratie

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings