DE PLANTENGROEI.
Reading edition
Dat op een zoo klein eilandje, midden in zee en van alle zijden open en bloot liggend, de plantengroei slechts weinig ontwikkeld is, kan niemand verwonderen. Bepaaldelijk geldt zulks van de overblijvende planten, boomen en heesters, die er slechts spaarzaam worden aangetroffen en wel alleen op het hoog liggend gedeelte, te midden der huizen, waar zij nog eenige beschutting tegen den wind vinden. Daar ontmoet men voor de woningen hier en daar eenige lindeboomen, wilgen en populieren, wier toppen echter zelden boven de daken uitsteken. In een paar ommuurde tuintjes zijn ook enkele appel- en peerenboomen, en zelfs een wijnstok. Doch alle deze gewassen dragen de blijken van in hunnen groei door den wind belemmerd te zijn. In een dier tuintjes worden ook aardappelen en eenige moesgroenten gekweekt, ofschoon met weinig gevolg, zoodat dan ook in de behoeften der eilanders aan voedselgewassen door invoer van elders moet worden voorzien.
De geheele overige bodem is met gras begroeid. Het hoog liggend gedeelte wordt als algemeene weide gebezigd, terwijl het laag liggend alleen hooi levert. Tusschen het gras staan een aantal andere jaarplanten verspreid, welker soorten echter nog verschillen naar gelang van de groeiplaats. Men kan vier zulke groeiplaatsen onderscheiden, welke in de volgende lijst bij verkorting zijn aangeduid, namelijk:
1o. het hoog liggend of diluviale gedeelte;
2o. het nieuw aangespoelde stuk gronds nabij de haven;
3o. het alluviale gedeelte, met uitzondering van:
4o. dat gedeelte, hetwelk het laagst gelegen is, en tot voor korten tijd een moeras was.
Het getal der op Urk in het wild groeijend gevonden planten, en welke veilig beschouwd kunnen worden, als, met zeer weinige uitzonderingen, de geheele phanerogame flora uitmakende, bedraagt 86. Daarvan hebben twee, wegens gemis der bevruchtings-organen, niet kunnen bepaald worden. De overige zijn:
Gramineae Alopecurus bulbosus Lin., dil., alluv.

* Agrostis maritima Lam., alluv.
Phalaris arenaria Smith, dil.
Phragmites communis Trin., moeras.
Cynosurus cristatus Lin., dil.
Poa distans Willd, alluv.
* Poa ,, maritima Smith, alluv.
Poa ,, procumbens Curt., dil.
Bromus pratensis Smith, dil.
Holcus mollis Lin., dil.
Schoenodorus liliaceus Dumort., dil.
Festuca duriuscula Lin., dil., alluv.
Festuca ,, bromoides Smith, alluv.
Lolium perenne Lin., alluv.
Lolium ,, arvense Smith, dif.
Hordeum marinum Lin., dil.
* Rottboellia incurvata Lin., dil.
Cyperaceae * Scirpus maritimus Lin., moeras.

Carex flava Lin., moeras.
Carex ,, stellulata Schreber, moeras.
Alismaceae * Triglochin maritimum Lin., alluv., moeras.
Juncaceae Juncus squarrosus Lin., alluv.

Juncus ,, trifidus Lin., alluv.
Najadeae * Ruppia rostellata Koch, moeras.
Urticaceae Urtica dioica Lin., dil.

Urtica ,, urens Lin., bij de haven.
Chenopodeae Atriplex laciniatum Lin., alluv.

Atriplex ,, patulum Lin., alluv.
* Salsola kali Lin., alluv.
* Salicornia herbacea Lin., alluv.
* Chenopodium maritimum Lin., dil., alluv.
Polygoneae Polygonum aviculare Lin., alluv.

Polygonum ,, minus Lin., alluv.
Rumex crispus Lin., dil.
Plantagineae Plantago major Lin., dil.

* Plantago ,, maritima Lin., dil., alluv.
Plantago ,, Coronopus Lin., dil., alluv.
Plantago ,, lanceolata Lin., dil.
Plantago ,, media Lin., bij de haven.
Plumbagineae * Armeria maritima Willd., alluv.
Compositae * Aster Tripolium Lin., alluv., moeras.

Bellis perennis Lin., dil., bij de haven.
Achillea millefolium Lin., dil., alluv.
* Artemisia maritima Lin., alluv.
Senecio vulgaris Lin., dil., bij de haven.
Arctium tomentosum Hayne, bij de haven.
Onopordium acanthium Lin., alluv.
Carduus lanceolatus Lin., dil., alluv., bij de haven.
Leontodon taraxacum Lin., dil.
Aspargia hispida Hoffm., alluv., bij de haven.
Aspargia ,, autumnalis Hoffm., dil.
Picris hieracoides Lin., alluv.
Sonchus arvensis Lin., dil.
Sonchus ,, asper Oeder, alluv.
Sonchus ,, oleraceus Lin., dil.
Rubiaceae Galium Aparine Lin., bij de haven.
Convolvulaceae Convolvulus arvensis Lin., dil.
Solaneae Solanum nigrum Lin., alluv.

Hyoscyamus niger Lin., alluv.
Primulaceae * Glaux maritima Lin., alluv.
Umbelliferae Eryngium maritimum Lin., alluv.
Crassulaceae Sedum acre Lin., bij de haven.
Ranunculaceae Ranunculus acris Lin., dil.

Ranunculus ,, repens Lin., alluv.
Cruciferae Coronopus vulgaris Dec., dil., alluv.

Iberis nudicaulis Lin., alluv.
* Lepidium latifolium Lin., alluv.
Thlaspi Bursa pastoris Lin., dil., alluv.
Erysimum officinale Lin., alluv.
Sinapis nigra Lin., dil.
Caryophyllaceae * Arenaria marina Smith, dil., alluv., moeras.

* Honkenya peploides Ehrh., alluv.
Cerastium vulgatum Lin., dil.
Cerastium ,, arvense Lin., dil.
Alsine media Lin., dil.
Malvaceae Malva rotundifolia Lin., dil.
Geraniaceae Erodium cicutarium Smith, dil., alluv.

Geranium molle Lin., bij de haven.
Rosaceae Potentilla anserina Lin., dil., alluv.
Papilionaceae Ononis spinosa Lin., dil.

Trifolium pratense Lin., dil.
Trifolium ,, procumbens Lin., dil.
Trifolium ,, repens Lin., alluv., bij de haven.
Lotus corniculatus Lin., alluv.
Uit deze lijst blijkt, dat het groote meerendeel der op Urk voorkomende phanerogame planten tot die soorten behoort, welke zeer algemeen door het gansche land verbreid zijn. Alleen die, welke met een * geteekend zijn, en ongeveer een vijfde van het geheel uitmaken, kunnen beschouwd worden als kenmerkend voor eenen in de nabijheid van de zee gelegen bodem. Onder de familien, die hier volstrekt niet vertegenwoordigd worden, verdienen genoemd te worden de Liliaceae, Euphorbiaceae, Labiatae, Boragineae, Ericaceae en Campanulaceae, terwijl van de Umbelliferae en van de Rosaceae van elk slechts eene soort voorkomen.