← Table of contents
Gedichten

II. Verzen uit het Boek"Natuur en Leven".

Reading edition

Blijde Mijmering. De lucht wordt ijler, de eindeloosheid schijnt Door 't eindig huis, waarin wij, aardschen, wonen Uit een ver dorp rijzen de stille tonen Van de avondklok, hoog in de lucht verreind. Zie: voor mijn blijde blikken baadt nu heind' En ver de wereld in den glans van 't schoone, Hier: boomen met de zilv'ren bloesemkronen, Aan d'einder: 't scheem'rend bosch, waar 't licht verdwijnt. En achter 't groen der wijde tarwelanden Staan blanke hoeven in de donkre hoven Omtogen door een zachte schemering; Maar schooner dan al 't schoone op aarde, branden Hóóg de eerste starren; maar nòg schooner boven Al 't zichtb're stijgt mijn blijde mijmering.

Een Weerzien. In memoriam Antoinette van P. Ik zag haar lange jaren niet En toen ik haar nu weder zag Zong in den gouden voorjaarsdag Mijn Blijdschap een nieuw lied. Het Leven had genomen Den wreeden lach van haar gelaat, O, was ze eens zóó gekomen! Maar nú was het te laat. Toen ik haar zag werd Blijdschap stil, Mijn ziel week van meewarigheid, Ik had wel tot haar willen gaan En vragen: "Heeft uw oog geschreid?" Maar wie doet wat hij wil? Nú zagen wij elkander aan Eén oogenblik als wilde elk weten Of alles was voor goed gedaan, En, of het hart ook kon vergeten Wat leek voor 't leven te bestaan.

De Vecht. Er ligt een landhuis aan den stroom verlaten; Verbleekt, met donkre luiken, staart het blind, En laat den stroom, die eenzaam voortglijdt, praten En luistert niet naar 't fluist'ren van den wind. Maar vroeger, toen Hoogmogenden der Staten Daar in den zomer poosden van 't bewind, En staat en krijg voor huis en vreê vergaten, En kind'ren stoeiden over 't melkwit grint, Toen leefde 't Huis en de bevolkte stroom Wiegde de schepen, die blank-zeilig gleden, Vredig van gang naar 't schatrijk Amsterdam, Nu droomt het landhuis daar zijn eeuw'gen droom Van eindloos heimwee naar die lang geleden Glorievolle eeuw, die nimmer wederkwam.

Druilende Dag. Aan Dr. P. H. van Moerkerken. Binnenvaartscheepjes met zwart-glanz'ge rompen Liggen te domm'len langs de kade-lijn In regenschemering, als donk're klompen, Die kinderlijk getuigd met lompen zijn. Een vlagje rook, van diep ultramarijn- Blauw, dat de vochtbezwaarde nevels dompen Waar 't even wappert, wimpelt uit het stompe Vierkanten houten schoorsteenpijpje; een klein Bruin glimmend schipperke loopt langs den boord Van 't schip, blaft naar zijn buurman, om gestild Druilstaartend, 't trapje af naar de roef te gaan. Dan valt de nacht; de schipper hijscht aan 't koord Het mastlicht op, dat vreedzaam medetrilt Met stadslantarens, dié op schildwacht staan.

Scherzo.

I.

Op een warmen voorjaarsmorgen

Dat ik door de velden ging

Zong er, in mijn hart verborgen

't Liedje, waar ik nú van zing:

"Daar toch niets te weten is,

Laat het vreeselijke leeren,

Leef niet langer in ontberen

Door der liefde zwaar gemis.

Weten is een klein vertroosten

Voor het menschelijk gemoed,

Liefde troost het onverpoosd en

Vult het leven met haar gloed.

Wie zijn hart in boei geslagen

Leeft het korte leven door

Klaagt aan 't einde zijner dagen

Om de vreugd, die hij verloor."

II.

En ik zag maar steels bezijen,

Waar een jong gelaat bewoog,

Heerlijk blank voor 't groen der weien,

Pracht van jeugd in 't stralend oog.

Ronde hoed op blonde haren,

Oogen groen en lippen rood,

Die ze, docht me, niet zou sparen

Als ik haar míjn lippen bood.

Toen, terwijl mijn blikken gleden

Over wangen, hals en haar,

Zei ze, en deed wat ontevreden:

"Zeg, waar kijk je toch zoo naar?"

Ik nu, staarde, licht verlegen,

—Wat te zeggen?—naar den grond.

"Waarom heb je een kleur gekregen

"Vondt je iets aan mij, dat niet stond?

Heel haar wezen werd zoó plagend,

Zoó vol tergende overmoed,

En zij wist zich zoo behagend

In haar zomersche overvloed,

—Uit de mousselienen kleeren

Vloeide een geur als van jasmijn,

Van haar lippen het begeeren,

Kussend, weergekust te zijn—

Dat ik het mij kan verklaren

Hoe 'k met onbedwongen lust

Lippen, oogen, hals en haren

Kussend... ben weerom gekust.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings