← Table of contents
De ondergang der Eerste Wareld

AANTEEKENINGEN OP ENKELE PLAATSEN VAN BILDERDIJKS EPOS. (continued 2)

Reading edition

18.

Gods Engel daalt neder tot Noach, en zegt: bereid u de Arke in te gaan met uw gezin; het einde is nabij.—Dagvaarding en verschijning van het gansche menschdom, naar zijn verschillende geslachten, in de vlakte tusschen den Hiddekel en den Frath.—Plechtigheden; waarbij Segol zich in de aanbidding van den waren God meer en meer verlaten gevoelt.—Op het einde en in de algemeene vreugdedronkenschap van het als 't ware onmetelijk loofhuttenfeest, onthult Exaël zijn bedoeling: "Eden, de algemeene oorsprong van ons geslacht, is de eigenlijke plaats waar dit broederfeest volmaakt zal wezen: laten wij ons daar onverschrokken den weg toe banen; mijne goden gaan ons voor: uit hun naam spreek ik."—Heldhaftige tegenstand van Segol tegen den algemeenen afval, die hierop volgt, en hem weldra alleen laat met zijn weinige getrouwen, die door het zwaard worden uitgeroeid; en daar men hem om zijn vroegere weldaden niet dooden wil, voert men hem naar de woestijn aan de overzijde van den Hiddekel, waar het graf van Adam is en der eerste Aartsvaders, die daar in de stilte der woestijn en in het gezicht van Eden begraven wilden worden. Daar, over de rotsen gesleept en aan een rots geketend, blijft hij van elk verlaten, behalve van Zilfa, die door een afwijzing vol verachting den haat van Exaël eindelijk ook tegen zich zelve gewekt heeft.

19.

Intusschen is het menschenheir opgebroken om Eden aan te vallen.—Optocht, met de Reuzen en het afvallige leger van Segol aan het hoofd, thans door Exaël geleid, voorafgegaan door onweêrswolken, waarin zijn goden (Semeaza met de Paradijsgeesten) hem den weg wijzen, en door de onzichtbare Hellemachten voortgedreven. Nadering tot de steile hemelhooge rotsen van Eden, waarboven, als een noorderlicht, de weêrschijn blinkt der vlammende zwaarden der Wachtengelen.—Onthulling van het helsche geheim, aan Exaël medegedeeld, om de ontoegankelijke rotsen door ontploffing van het inwendige aardsche vuur te verbrijzelen.—Rustelooze arbeid, ter bereiking van dit misdadig doel.—Rouw, ontzetting en afgrijzen in den Hemel. De Raad Gods wordt aan de Hemelingen bekend gemaakt, en de bevelen gegeven tot de naderende ontknooping.

20.

Schijnbaar welgelukken van den hemeltergenden aanval:—instorten der rotsen, waarlangs Eden beklommen wordt. Reeds meent Semeaza meester van Eden en van Elpine te wezen. Onthulling der ontzachlijke Engelenwachten, waar de Reuzen op aandruischen met vruchtelooze woede. Nog geduchter, dieper liggende vuren moeten, op aandrijven der Hel, gebezigd. Laatste schok dier ontstoken onderaardsche vuren ter omstorting der engelenweeren beproefd, maar waardoor Eden van de Aarde wordt losgemaakt, (Bild. Luchtreis bl. 48, 49) om als zelfstandig hemellichaam voortaan zijn loop door het hemelruim te nemen; terwijl tevens door dien aardschok de vergaderplaats der onderaardsche oceanen wordt opengebroken; en gelijktijdig, met het inbreken van dien vloed, de dreigende wolken, die zich sinds lang om Eden samenpakten, in cataracten op de aanvallers nederstorten. Het leger wordt het eerst medegesleept, Reuzen, Kaïnieten en Sethieten onder elkander, en met het overig menschdom verzwolgen, dat nog in de vlakte, onder de ongebondenheid der afgodische spelen, den uitslag der onderneming afwacht, en zich door Ada laat paaien, als kon zij door toovergezangen de dreigende onweêren en stroomen bezweren. Onder al deze tafereelen van verschrikking heeft nog een aandoenlijk tooneel plaats: waar Segol, bij het naderen van den vloed, aan zijn berouwhebbende verleidster vergiffenis schenkt, zoodat hun vereende zielen ter plaatse varen waar eenmaal de Heiland, op wien Segol, door Elpine getroost, vertrouwde, zal nederdalen als hun verlosser:—terwijl daarentegen Semeaza met zijn broeders in de diepste duisternis geketend wordt; maar waar toch eenmaal de zoon, dien hij ten verderve wilde sleepen, hem op het aanhoudend gebed van Elpine, door dienzelfden Heiland afgezonden zal komen stemmen tot berouw en bekeering; om hem dan te ontboeien en voor zijn Rechter te brengen, om met Fuäl (Z. III, vs. 143, volgg.) genade te ontvangen.

NOOTEN

[1] Zie Petrus' Eersten Brief III, 19 : IV, 6.

[2] Boek der Schepping, IV, 1: naar het Hebreeuwsch: den man Jehovah.

[3] hichetaeria.

[4] Suringar, Leeuwaarden 1847.

[5] Bri w Ie Dl. bl. 224.

[6] IIe Z. vs. 408.

[7] bl. 446.

[8] bl. 385.

[9] bl. 63 uitg. v. D.C.

[10] Zie IIe Z. vs. 411 volgg.

[11] Z. II vs. 407 volgg.

[12] vs. 370.

[13] vs. 302.

[14] bl. 63. uitg. v. D. C.

[15] bl. 72. uitg. v. D. C.

[16] bl. 58. uitg. v. D. C.

[17] Verg. b. v. Z. I, vs 363, volgg. met Z. II. vs. 504, volgg.

[18] Ovid. Met. III vs. 101 sqq.

[19] vs. 1073, sqq. ed. Well.

[20] Ie Z. vs. 433, volgg.

[21] vs. 648, sqq.

[22] Ie Z. vs. 499, volgg.

[23] vs. 599, volgg.

[24] vs. 880, sqq.

[25] Ie Z. vs. 480, volgg.

[26] vs. 835, sqq.

[27] 582, sqq.

[28] vs. 749. sqq.

[29] vs. 773 en 873, sqq.

[30] vs. 199. sqq.

[31] vs. 281, sqq. 265 sqq.

[32] IIIe Z. vs. 119, volgg.

[33] bl. 64, Uitg. v. D. C.

[34] vs. 498, sqq.

[35] vs. 460 sqq.

[36] bl. 417.

[37] vs. 476, sqq.

[38] vs. 167, sqq.; vs. 758, sqq.; vs. 909, sqq.

[39] IIe Z. vs. 512, volgg. en 532.

[40] vs. 939, sqq.

[41] IVe Z. vs. 543, volgg.

[42] Ald. vs. 475.

[43] vs. 47, sqq.

[44] IVe Z. vs. 575.

[45] vs. 522, volgg.

[46] bl. 69 D. C.

[47] IIIe Z. vs. 39 volgg.—153.

[48] Ald. vs. 153-282.

[49] IIIe Z. vs. 487, volgg.

[50] Z. III, vs. 121-124.

[51] IIIe Z. vs. 307, volgg.

[52] Z. III. vs. 461, volgg.

[53] IVe Z. vs. 363, volgg.

[54] Ald. vs. 487, volgg.

[55] Ie Zang vs. 55, volgg.

[56] IIe Z. vs. 171 volgg.

[57] Ie Z. vs. 442.

[58] IVe Z. vs. 463.

[59] bl. 63. D. C.

[60] IVe Z. vs. 419-421.

[61] Bild. Voorr. bl. 71. D.C.

[62] IIe Z. vs. 480, volgg.

[63] bl. 392, 393.

[64] IIIe Z. vs. 322.

[65] IIe Z. vs. 288, volgg.

[66] IVe Z. vs. 477, volgg.

[67] Ie Z. vs. 262.

[68] Ie Z vs. 303, volgg.

[69] Bild. Voorr. bl. 70, Uitg. van D. C.

[70] Ie. Z. vs. 369.

[71] Ie Z. vs. 99-110.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings