← Table of contents
De millioenen uit Deli

HET VERDUISTEREN VAN GETUIGEN.

Reading edition

Maar laat ons veronderstellen, dat het den koelie gelukt, den controleur te bereiken. Laat ons veronderstellen, dat de betrokken controleur een vijand is van het toetoepstelsel, de zaak onmiddellijk onderzoekt en de processen-verbaal doorzendt aan den Resident als hulp-officier van Justitie. Laat ons veronderstellen, dat de Resident de stukken doorzendt naar Batavia, aan den officier van Justitie.

Rekenen wij, dat deze zoo spoedig doenlijk den beklaagde oproept voor de voorloopige instructie. Dus, nemen wij alles op zijn gunstigst en voordeeligst, dan heeft toch door deze wijze van behandeling de beklaagde een paar maanden, die hij tot zijn voordeel benutten kan, ten einde den loop van het Recht te stuiten of af te leiden.

En wat ligt nu meer voor de hand, dan dat hij van dezen termijn gebruik maakt tot het verduisteren der getuigen?

De getuigen toch zijn gewoonlijk koelies, die gaarne hunne vrijheid terug erlangen. Bovendien zijn zij zonder uitzondering arm. Het aanbod: ontbinding van het werkcontract—dus voor den koelie terugbekoming zijner vrijheid—, vrije overtocht naar Singapore of eene andere buitenlandsche haven, benevens eene voor den koelie belangrijke som gelds aldaar in contanten te ontvangen, zal zelden, indien het te rechter tijd wordt gedaan, geweigerd worden.

En zoo komt het, dat van de betrekkelijk weinige strafzaken uit Deli, die in Batavia worden behandeld, er zoovele eindigen met vrijspraak, wegens gebrek aan bewijs.

En zoo komt het ook, dat bij den Europeaan het rechtsgevoel meer en meer verzwakt, in daden van geweld en misbruik van macht door hem niets onteerends meer wordt gezien, waar de overheid haar eersten plicht verwaarloost: de handhaving der Gerechtigheid.

Gerechtigheid! wie gelooft aan haar bestaan, wie wenscht haar aanwezen in Deli? De meester niet, omdat zij in strijd is met zijn belang, de magistraat niet, omdat zij eischt nauwgezet onderzoek en eene hinderpaal is voor autocratisch gezag, de koelie niet, omdat hij reeds lang overtuigd is, dat macht gaat boven recht.

Gerechtigheid! Het is een woord geworden, dat goed klinkt in officieele speeches, doch waarover men òf lacht, òf de schouders ophaalt.

Wee den koelie, die, bezwijkend onder den overmatigen last van arbeid, hem opgelegd, den tjangkol laat zinken; wee den arbeider, die, uitgeput door gebrek aan voedsel, de kracht niet meer heeft, zijne schreden te richten naar het veld van zijn zweet; wee den slaaf, die niet verschijnt op het tong-tongen in de morgenvroegte, omdat hij treurt over den dood van zijn kind.

Er is een Magistraat der hoofdplaats, die hem veroordeelen zal wegens.… verregaande luiheid of dienstweigering (art. 10 der koelie-ordonnantie.)

Politie-rol te Medan.

Veroordeeld werden op 5–8 Aug. 1902:

De Chineezen Kim Fau Seng, Oh A Wang, Lim A Heng, wegens diefstal als overtreding gepleegd; de Javanen Soeswan, Amat en Radjio, wegens rondzwerven; Kariodikromo, Ardjopawiro en Tingal, wegens herhaalde desertie.

tot 2 maanden krakal:

De Javaan Salam, wegens gauwdieverij.

tot 1 maand krakal:

De Javanen Sampan, Ketodrono, Projowikromo, Marsiman, Sarjan, Sarimowedji, Trowidjojo, Martoredjo, Mentowikromo, Mertomengolo, Midjan, Lasier, Diran, Sodikromo, Soerowikromo, Jasatirta, Toengging Kariositiko en Radoen, wegens voortgezette weigering om te werken; Najosomito, de Chinees Ho A Boe, wegens diefstal als overtreding gepleegd; en de Javaansche vrouw Ponikam, wegens medeplichtigheid aan diefstal.

Waarom liepen Kariodikromo, Ardjapawiro en Tingal herhaaldelijk weg?

Waarom de voortgezette weigering van zooveel Javanen?

Weet gij, Lezer, wat op deze vragen het onveranderlijke antwoord is van den planter?

Zou het niet zijn, omdat zij het in de gevangenis beter hebben, dan op de onderneming en zou de klacht der planters over de weekhartigheid van het Gouvernement niet een aanklacht zijn tegen eigen hardvochtigheid?

Nog eene andere vraag stelt men zich terstond: wordt bij de overtredingen van de koelie-ordonnantie wel de hand gehouden aan het voorgeschrevene omtrent het bewijs, zooals Mr. Der Kinderen zoo uitdrukkelijk aanbeval?

En dan—in het algemeen sprekend—moet het antwoord ook hier weder ontkennend luiden. Het schijnt mij trouwens practisch een onmogelijkheid toe. Hoe zal men b. v. luiheid wettig en overtuigend bewijzen, wanneer de beklaagde ontkent?

Dat deze wijze van rechtspleging aanleiding moet geven tot misbruik, zoowel bij den werkgever als bij den magistraat, ligt voor de hand. Ik wees er reeds op bij het hoofdstuk toetoepstelsel.

En hoeveel te sterker is de verleiding voor den rechtsprekenden ambtenaar, maar vonnis te vellen naar bloote overtuiging en vertrouwen in den aanklager, waar van deze vonnissen noch is hooger beroep, noch cassatie.

Wel luidt het voorschrift, dat de vonnissen, door den magistraat gewezen, iedere maand aan den President van den Landraad moeten worden gezonden, die ze van zijne opmerkingen zal voorzien.

Dit geschiedt evenwel nooit.

Wat voor ambtenaren deze autocratische macht op den duur kweekt, leert ons

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings