NASCHRIFT.
Reading edition
VAN MELIS STOKE, ADSPIRANT-VERLOFSOFFICIER.
En nu, goede lezer, gaat dit verhaal eindigen, zooals ieder zichzelf respecteerend verhaal eindigen moet nl.:
Ze vinden elkaar!
Ja, lezer, we hebben elkaar gekregen, mijn militaire- en mijn civiele-ik. Wij gaan ons vereenigen in één vorm, die van verlofsofficier.
Zeer zeker, het is wel een mariage de raison, maar het zal een ideaal huwelijk zijn ook!
Want wij zijn tesamen gekomen door een gemeenschappelijken drang, wat goeds te doen.
Zooals in ieder huwelijk de plicht een goede toekomst waarborgt, zoo zál de plicht, iets goeds te doen voor den soldaat, ons huwelijk vruchtbaar maken.
In ieder leven komt een oogenblik, dat de behoefte aan actie den levenden mensch zijn beschouwende houding doet opgeven.
Zoo gaat het ook in een militaire loopbaan als de mijne.
En zoo moet het ook zijn in den loopbaan van u allen, landstormplichtigen, die nà mij zullen komen. Het heldere bewustzijn van méér te zijn, dan uwe kameraden, geve u de kracht om éérst door den zuren africhtingstijd heen te komen, en u vervolgens de moeiten te getroosten van een studie voor verlofs-officieren.
Uwe ondervindingen in den troep zullen er toe bijdragen, een officier van u te maken, die zijn mannen begrijpt, die de oorzaak voelt van weerbarstigheid en die de goede gevolgen kent van een rechtvaardige behandeling.
Ik hoop, dat in deze losse dagboekkrabbels iets te vinden is van den Nederlandschen soldaat. Tracht ook gij dat te ontdekken; onder den ruwen bolster zit vaak, voor wie het weet te vinden, een vertrouwend en eerlijk hart.
En al ontbreekt het den verlofs-officier, door zijn korten opleidingstijd, wellicht aan tactische kennis, in menschelijkheid en paedagogie behoeft hij nimmer onder te doen voor zijne beroeps-collega's.
Dat blijve u voor oogen staan!
Het Nederlandsche leger vare er wèl bij.
Amsterdam, Maart 1916–'17.