← Table of contents
Theaetetus

VOORBERIGT.

D. (Dionijs) Burger translation · Edition 2

Toen ik, voor omtrent vier jaren, wenschte te promoveren, ried mij mijn hooggeschatte leermeester, de Hoogleeraar Bake, den Theaetetus tot onderwerp mijner dissertatie te nemen. Dien raad volgde ik op en bevond er mij wel bij. Sedert heb ik altijd voor die zamenspraak veel genegenheid behouden, en werd daardoor, na het uitgeven mijner vertaling van den Phaedo, tot eene dergelijke bewerking van den Theaetetus aangezet. Hierin werd ik versterkt door het groote verband, dat mij tusschen het onderwerp van beide dialogen scheen te bestaan, en door de opmerking, dat hier en daar bij ons een eenzijdig materialismus schijnt veld te winnen, hetwelk, schoon ook zijne regten hebbende, door eene grondige studie der zielkunde binnen zijne grenzen moet gehouden worden. Tot dit laatste kan de studie van den Theaetetus welligt iets bijdragen; althans ook met dat doel heb ik juist dit werk van Plato zoeken op te helderen.

Misschien heeft het sommigen verwonderd, dat ik tegenwoordig alleen over de Grieksche Wijsbegeerte schrijf, en niet mede strijd op het wijsgeerig-theologische slagveld. Behalve door de belangrijkheid der Grieksche Wijsbegeerte, die op zich zelve aantrekkelijk genoeg is, om bij uitsluiting beoefend te worden, ben ik daartoe genoopt: vooreerst door mijn afkeer van theologische twisten, die meest verbitteren en zelden verbeteren, daar de Grieksche Wijsbegeerte door den tijd van haren bloei in dit opzigt meer onzijdig is, en haren beoefenaar, niet meer dan hij zelf wil, met theologische strijdpunten in aanraking brengt; ten andere door mijne overtuiging, dat eene meer oplettende beschouwing dier Wijsbegeerte nog tegenwoordig van onberekenbaar nut is; eindelijk door mijn beroep: het geven van privaat-onderwijs in de oude letteren, daar ik mijne neiging tot de Wijsbegeerte door die studie althans gedeeltelijk voldoen kan, zonder mijn dagelijksch werk te benadeelen. Naarmate toch iemands beroep en studie meer zamenvallen, kan hij beiden beter uitoefenen, daar dan beiden elkander schragen en bevorderen.

Ik heb bij den Theaetetus eenige taalkundige aanmerkingen gevoegd, zoo om mijne vertaling te regtvaardigen, als om eene soort van letterkundige geloofsbelijdenis af te leggen. Hoezeer volmondig erkennende,—en wie zal zulks na de redevoering van den Hoogleeraar Cobet nog tegenspreken?—dat vele plaatsen der oude schrijvers alleen door verandering der lezing kunnen verklaard worden, heb ik echter altijd meer neiging tot interpreteren dan tot emenderen gehad. Daar ik nu, vooral in den Theaetetus, menige plaats, die oppervlakkig zeer verward is, door naauwkeurige interpretatie, zonder verandering der lezing, meen te kunnen redden, heb ik hiervan eenige proeven gegeven, om daardoor het oordeel van bevoegde beoordeelaars uit te lokken.

Dit moge volstaan tot regtvaardiging van mijne handelwijs. Verder hoop ik, dat ook door deze vertaling en opheldering van den Theaetetus iets moge bijgedragen worden, om de ontwikkeling der Wijsbegeerte in Nederland te bevorderen.

Amsterdam, 19 April, 1847.

D. Burger jr.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings