Note noot 34 — VERBETERINGEN.
Reading edition
[14] Opkomende harde wind. Witsen.
[15] Stormachtig. Witsen.
[16] Afnemende wind. Witsen.
[17] Een touw om de zeilen toe te halen. Witsen. Een gording.
[18] Kegel- en steenachtige grond. Witsen.
[19] Mede een eiland op de Noordkust van Java.
[20] Inham of Zeeboezem. Witsen.
[21] Een zekere drank in Japan.
[22] Bl. 113 is Canij: Zilver.
[23] Barsch uiterlijk voorkomen?
[24] Mogelijk tambaga, koper.
[25] Bijdraaijen.
[26] Schralen. Witsen.
[27] Opwaarts aan?
[28] Op bl. 86 Goutsiaer.
[29] Een tobbe of back. Witsen.
[30] Een kort dik ent touws daar men de schepelingen mede kastijdt. Witsen. Tegenwoordig Handdagen.
[31] Een seyl ’t geen aen de onderzeylen vast is, ’t welck af en aen geregen kan worden. Witsen.
[32] Opgearmde fock wordt gezegt, wanneer die op een sonderlycke wyse ter wintfanck staet, als men voor wint seylt. Witsen.
[33] Ongemaniert in see leggen, zeer schudden en bewegen. Dezelfde.
[34] Een seyl ’t geen aen de onderzeylen vast is, ’t welck af en aen geregen kan worden. Dezelfde.
[35] Deze visch was zeven voet breed en vyf voet lang. Onuitgegeven Journaal van den Commandeur Mathys Hendricksz. Quast 1639.
[36] Pieter Willemsz. Knechtjes, Schipper van de Castricum.