← Table of contents
Reize van Maarten Gerritsz. Vries in 1643 naar het Noorden en Oosten van Japan

Note noot 34 — VERBETERINGEN.

Reading edition

[14] Opkomende harde wind. Witsen.

[15] Stormachtig. Witsen.

[16] Afnemende wind. Witsen.

[17] Een touw om de zeilen toe te halen. Witsen. Een gording.

[18] Kegel- en steenachtige grond. Witsen.

[19] Mede een eiland op de Noordkust van Java.

[20] Inham of Zeeboezem. Witsen.

[21] Een zekere drank in Japan.

[22] Bl. 113 is Canij: Zilver.

[23] Barsch uiterlijk voorkomen?

[24] Mogelijk tambaga, koper.

[25] Bijdraaijen.

[26] Schralen. Witsen.

[27] Opwaarts aan?

[28] Op bl. 86 Goutsiaer.

[29] Een tobbe of back. Witsen.

[30] Een kort dik ent touws daar men de schepelingen mede kastijdt. Witsen. Tegenwoordig Handdagen.

[31] Een seyl ’t geen aen de onderzeylen vast is, ’t welck af en aen geregen kan worden. Witsen.

[32] Opgearmde fock wordt gezegt, wanneer die op een sonderlycke wyse ter wintfanck staet, als men voor wint seylt. Witsen.

[33] Ongemaniert in see leggen, zeer schudden en bewegen. Dezelfde.

[34] Een seyl ’t geen aen de onderzeylen vast is, ’t welck af en aen geregen kan worden. Dezelfde.

[35] Deze visch was zeven voet breed en vyf voet lang. Onuitgegeven Journaal van den Commandeur Mathys Hendricksz. Quast 1639.

[36] Pieter Willemsz. Knechtjes, Schipper van de Castricum.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings