De Samoa-eilanden.
Reading edition
Den 29sten Juli 1882 wierp de Manua, die de verschillende door fransche missionarissen bezette posten in Centraal-Oceanië bezoeken moest, het Bladzijde 199anker uit voor het eiland Tetuïla, dat tot de groep der Samoa-eilanden behoort. Op deze eilanden ontplooit de tropische natuur al haar weelde en rijkdom; verrukkelijk schoon is de aanblik der fraai geteekende bergen, tot den top met het prachtigste groen bekleed, dat onder den gloed der zonnestralen de schoonste schakeeringen en tinten vertoont. Men zou meenen, dat de mensch, in dit heerlijke land, niet anders dan gelukkig kan zijn; en terwijl ik mij aan het betooverend panorama vergastte, kwam mij de naïeve legende te binnen, volgens welke deze eilanden de bakermat zouden zijn van het polynesische ras, het paradijs der halve goden en hunner schoone gezellinnen.
Het eiland Tetuïla is een groot park, welks zoete geuren zelfs den oceaan welriekend maken; zij stroomden ons tegen op den adem van het koeltje, toen wij in het midden van de baai van Pago-Pago geankerd lagen. Deze natuurlijke haven, die zeer gemakkelijk te bereiken is, biedt een veilige ankerplaats; de oorlogschepen loopen altijd hier binnen. Overigens wordt de haven weinig bezocht; de verschijning van een franschen kruiser is nog altijd eene gebeurtenis in deze streek, die voor een goed deel nog den stempel der oorspronkelijke wildheid heeft behouden. Nauwelijks had de Manua het anker laten vallen in de stille wateren dezer baai, waarin zich de met bosch begroeide bergen spiegelen, of van drie verschillende dorpen staken een aantal prauwen af, allen met inlanders bemand. Mannen en vrouwen, naakt tot aan den gordel, roeiden op de maat van een gezang, waarvan allen in koor het refrein herhaalden. De mannen waren op de dijen getatoeëerd; de vrouwen hadden op de handen en de borst verschillende figuren in reliëf, door inbranding verkregen. Ik vond die wonderlijke versieringen afschuwelijk leelijk. Het kostuum was voor de beiden seksen hetzelfde: een breede gordel van zeegras of bladeren, die bij wijze van rok tot beneden de knieën hing. Eene bijzonderheid trok aanstonds mijne aandacht, toen de eilanders op het dek verschenen: de Samoanen verwen zich de haren wit en wasschen ze met kalkwater; zij zien er uit of zij gepoederd zijn. Deze laatste operatie heeft vooral ten doel om den geweldigen haardos der krijgslieden rood te kleuren; zij zijn zeer trotsch op deze manen, die hun een schrikwekkend voorkomen moeten geven. De bloemen en bloemkransen, die zij op het hoofd en om den hals dragen, staan hun zeer goed.
De jonge meisjes onderscheiden zich door de regelmatige evenredigheid en de schoonheid harer vormen. Echter moet men zich ook hier voor overdrijving wachten: de bevallige ronde lijnen verliezen spoedig haar bekoorlijkheid. Als zij de twintig voorbij zijn, zouden zij er bij winnen indien zij wat minder zuinig met haar kleeding waren. Zij verschenen op het dek, met korfjes vol kokosnoten, oranjeappelen of ananassen in de hand; of wel met de eenvoudige produkten harer nijverheid, fijn bewerkte strooien doosjes, kammen van hout of fijne palmvezels, matten van verschillende grootte. Ieder koos zich onder de officieren of de bemanning een vriend uit, dien zij met geschenken overlaadde en van wien zij gratis alles aannam wat haar in ruil geschonken werd, katoen of snuisterijen. Als de vriend, de taïo, aan land gaat, vergezelt zij hem op al zijne wandelingen. Savali, mijne vriendin, versierde mijne kleine hut op de Manua met een zeldzame collectie van knodsen; haar vader, haar broeders, haar gansche familie plunderden zekere plank in mijne kast, waarop ik een rommel van allerlei dingen bewaarde, die ik tegen curiositeiten van het land wilde inruilen; maar ik heb geen recht mij daarover te beklagen: al de wapenen, de matten, de merkwaardige tapas, die ik van de Samoa-eilanden heb medegebracht, dank ik aan hunne vrijgevigheid.
Den volgenden dag ging ik, aan den anderen kant van het eiland, de Françabaai bezoeken, dicht bij de baai van Aasoe, waar, op den 11{den} December 1787, de kommandant van de Astrolabe, de Langle, de natuuronderzoeker Lamanon en negen matrozen werden vermoord, die allen deel uitmaakten van de expeditie van La Pérouse. De fransche matrozen, die in eene sloep naar het land waren gegaan om drinkwater te halen, vielen als de slachtoffers van de onvoorzichtigheid van hun hooggeschatten chef, die aan sommige invloedrijke krijgslieden glaskralen en snuisterijen uitdeelde en aldus, zonder het te weten, den naijver van eenige anderen opwekte. Den 16{den} Juli 1884 is op de plek waar de geleerde gezagvoerder van de Astrolabe en zijne metgezellen werden gedood, te hunner eere een monument opgericht, waarop, op een plaat, de namen der gevallenen staan gebeiteld.
Dit uitstapje naar França schonk mij de gelegenheid om het eiland Tetuïla dwars over te steken; de inlanders hebben midden door de dichte bosschen, die de beide hellingen van den berg bedekken, een pad aangelegd, dat de grilligste slingeringen beschrijft. Ik volgde dat pad, waarlangs een kristalheldere bergstroom klaterend over de rotsen schoot; boven mijn hoofd ruischten de lange bladeren van de kokospalmen, door den zeewind bewogen, statig en harmonisch als de golven; boomen van allerlei soort, van wier takken lianen tot op den grond afhingen, vlochten hunne armen in onbeschrijfelijke wanorde dooreen. Voor het eerst zag ik, midden in de vallei, hooge krachtvolle boomvarens, die men anders doorgaans enkel op de bergen vindt. Naar de zijde van França, aan den tegenovergestelden kant van Pago-Pago, is het pad steiler en oneffener; het werd zelfs zoo steil, dat ik op een draf je moest gaan loopen en zoo eensklaps terecht kwam bij het gemeentehuis, in het midden van het dorp. Ik trad binnen: daar zaten met saâmgevouwen beenen op den grond neergehurkt, vier grijsaards en een mooi jong meisje, die mij met het gebruikelijke kalofa! begroetten en mij van het hoofd tot de voeten opnamen. De chef Kalo, een der eerwaardige grijsaards wier gesprek ik stoorde, was onderricht van de verschijning van de Manua in de baai van Pago-Pago; hij ontving mij zeer vriendelijk en noodigde Bladzijde 200mij aanstonds uit, in zijne hut wat te komen rusten. Ik bood hem, als blijk mijner dankbaarheid, een pakje tabak aan: van dat oogenblik waren wij de beste vrienden.

Inboorlingen van Mangia.
Kalo gaf mij gelegenheid, eene zeer eigenaardige vischpartij bij te wonen. Drie oude vrouwen riepen met wanluidend gegil de gansche bevolking op het strand samen. Tweehonderd personen ongeveer, mannen en vrouwen, ontdeden zich van de zeer luttele kleeding, die hen in hunne bewegingen zou kunnen belemmeren, en gingen in zee, gewapend met een tak van een kokospalm. Op zekeren afstand van het strand gekomen, keerden zij zich om, schaarden zich naast elkander en vormden alzoo een halven kring, daarbij tevens de palmtakken rechtstandig in het water dompelende. Op een door het opperhoofd, die bij mij op het strand was blijven staan, gegeven teeken, naderden allen, in volmaakte orde en met langzame schreden, steeds meer den oever, eene groote bende van visschen voor zich uitdrijvende, die in dolle sprongen en met haastige bewegingen den vijand trachtten te ontvluchten. Door den levenden muur ingesloten, in de takken der kokospalmen gevangen, kwamen de kleine visschen op het strand terecht, waar de vrouwen ze opraapten en in haar manden wierpen; de grootere trachtten door de linie heen te breken, maar werden met stokslagen gedood. Het deel der vangst, dat rechtens aan het dorpshoofd toekwam, werd nu in de hut van Kalo gebracht, en eene vrouw bakte aanstonds eenige kleine visschen, die zij mij aanbood: een stuk van de gekookte visch, vruchten van den broodboom, bananen en versche kokosmelk voltooiden het menu van dit dejeuner.
Bij mijne terugkomst te Pago-Pago wachtte mij eene verrassing. Het was een heerlijke avond: de maan straalde aan den wolkeloozen hemel; de frissche zeewind deed zijn weldadigen invloed gevoelen in de baai, waar de Manua scheen ingeslapen op de zachtkens kabbelende wateren; alom stilte en verkwikkende rust na een heeten dag. Eensklaps werd mijn oor getroffen door een vroolijk gezang, dat de plechtige stilte verbrak: het was de bemanning van eene groote boot, welke de officieren kwam afhalen, die door het opperhoofd Moses op een feest waren genoodigd. De prauw, bemand met vier-en-twintig roeiers van athletische gestalte, bracht mij naar den oever, waar de menigte onze komst afwachtte.
Het opperhoofd geleidde mij naar een soort van loods, waar de danseressen de laatste hand legden aan haar toilet. Zij dompelden haar vingers in eene kalabas met geparfumeerde kokosolie gevuld, en bestreken hare schouders, haar borst en dijen met deze welriekende olie. Om haar heupen hadden zij een eveneens met olie gezalfden gordel van bladeren; om haar hals droegen zij een ketting van beurtelings langwerpige en ronde peperzaden; op haar borst hing de slagtand van een wild zwijn; een krans van bloemen omgaf haar voorhoofd; het lange zware gitzwarte haar golfde vrijelijk over schouders en rug. De dansers schaarden zich achter hunne dames; zij gingen op eene lijn naast elkander zitten, en begonnen met een soort van pantomime, gevolgd door buigingen met de armen, welke met onberispelijk ensemble werden uitgevoerd. De vlugheid en buigzaamheid hunner handen is inderdaad verwonderlijk: nu eens was het of zij iemand in magnetischen slaap wilden brengen, dan weer speelden hunne vingers, met duizelingwekkende snelheid, op den grond, als op de toetsen eener piano. Terwijl de handen en armen in rustelooze beweging waren, schommelden zij met het bovenlijf heen en weer; de beenen bleven gevouwen, op de turksche manier. Daarop volgde de eigenlijke dans, die zeer verschillend van karakter was, al naarmate de dansers den hartstocht der liefde of dien van den krijg in zijne onderscheidene openbaringen moesten voorstellen. De gebruikelijke verwringingen en verdraaiingen van het lichaam en van de gelaatstrekken waren, in sommige oogenblikken, inderdaad afschuwelijk.

Inboorlingen van de Samoa-eilanden.
Wij hadden in Pago-Pago verder niets te verrichten; de fransche missionaris, de heer Vidal, voor wien wij van Tahiti brieven hadden medegebracht, was juist afwezig. De bisschop van Centraal-Oceanië had te Apia (op het eiland Oepopoe) eene bijeenkomst belegd van alle Maristen, die de verschillende katholieke posten in den Bladzijde 202archipel bezetten; wij begaven ons ook daarheen. De Amerikanen hebben een kolenstation te Pago-Pago, maar, naar het schijnt, maken zij geene ernstige aanspraak op de heerschappij over de Samoa-eilanden; zij stellen zich voorloopig tevreden met de Sandwich-eilanden, die dichter bij Amerika zijn gelegen en waar zij eene onbetwiste heerschappij uitoefenen. Maar niemand kan zeggen, waar de hebzucht der Yankees zich grenzen stellen zal.
De Duitschers hebben van de regeering der Samoa-eilanden vergunning verkregen tot eene nederzetting te Saloeafata, niet verre van Apia, op het eiland Oepoloe, het voornaamste van den geheelen archipel; zij zijn daardoor in het bezit gekomen van eene tamelijk veilige haven, waar zij de noodige magazijnen hebben gevestigd ten behoeve van hunne schepen, die zich daar van levensmiddelen en andere benoodigdheden kunnen voorzien, ingeval Duitschland met eene der europeesche koloniale mogendheden in oorlog geraakte.—De schepen van de Handelmaatschappij te Hamburg vormen een vloot, door welker bemiddeling het geheele vervoer der produkten van het eiland plaats heeft. Van de vijfduizend bunders, die op de Samoa-eilanden worden bebouwd, behooren er vierduizend-vijfhonderd aan duitsche emigranten; van de tweeduizend werklieden, die op de Salomon-eilanden, op Nieuw-Zeeland of elders aangeworven worden voor de ontginning der gronden in den archipel, zijn er achttienhonderd in dienst der duitsche planters, wier invloed zeer groot is. Te Apia vormen de consuls van Duitschland, Engeland en de Vereenigde-Staten eene soort van bestuur, dat zich drie bijzitters heeft toegevoegd en voor de belangen der Europeanen waakt. Dit bestuur is ruim zoo machtig als de inlandsche regeering, wier zetel te Malinuu is, aan de westpunt van de baai van Apia.
Twee koninklijke familiën betwisten elkander het gezag: de Tupua, afstammelingen der oude koningen, staan aan het hoofd van de nationale partij; zij behooren tot de ijverigste bekeerlingen van de fransche katholieke zendelingen. De Maliétoa, die door de Engelschen en de Duitschers ondersteund worden, zijn protestantsche methodisten. Dit verschil van godsdienst is de voornaamste oorzaak—ik moest misschien zeggen het voornaamste voorwendsel—van de moorddadige oorlogen, die de verschillende eilanden en stammen met elkander voeren. De tegenwoordige koning Maliétoa Laupepa, is niet de uitverkorene des volks, maar een creatuur der vreemde residenten. Zijn aangenomen vader, wijlen William, was tegelijk protestantsch predikant en vice-consul van Engeland. De bevolking erkent in schijn het gezag van dien vorst, in afwachting dat eene omwenteling den nationalen pretendent op den troon brengt.
De eilanden tellen te zamen eene bevolking van ruim vijf-en-dertigduizend zielen, welke aldus is verdeeld: op Tetuïla en Manoe vijfduizend inwoners; zestienduizend op Oepoloe; elfduizend op Sawaï; tweehonderdvijftig op Apolina; duizend op Manono, een klein eiland, waarvan de bewoners om hunne dapperheid beroemd zijn; eindelijk tweeduizend op Manoea. Zesduizend Samoanen behooren tot de katholieke Kerk; de anderen zijn Wesleyanen of Methodisten, met uitzondering van tweehonderd Mormonen op Tetuïla.
In 1882 telde men, volgens officieele opgave, in den archipel driehonderd Duitschers, honderd Engelschen, veertig Amerikanen, twintig Franschen, waaronder zestien missionarissen; voorts vijftig Europeanen van verschillenden oorsprong, vijftig Chineezen, en tweeduizend Polynesiërs, die op de andere eilanden als arbeiders waren aangeworven.
De haven van Apia is het voornaamste middelpunt van den handel in den Samoa-archipel. Verbeeld u eene kleine kosmopolitische stad, waarvan de zeer heterogene elementen een bij uitstek bont geheel vormen, waar de beschaving en de barbaarschheid elkander ontmoeten en die gelegenheid biedt tot zeer merkwaardige studiën en waarnemingen. Naast de winkels der europeesche handelaars staan nog de hutten van het oude inlandsche dorp, die de eigenaars niet hebben willen verlaten. De fransche Maristen hebben te Apia eene zeer bloeiende nederzetting. Rondom de kerk, welke te klein is om de schare der geloovigen te kunnen bevatten, en op den heuvel staat de woning der missionarissen en in de nabijheid de scholen voor jongens en meisjes. De stichter der missie van Oepoloe, een eerwaardig grijsaard, die sedert 1847 op dit eiland zijn leven heeft gewijd aan de dienst des Evangelies en der beschaving, had de vriendelijkheid, mij bij mijn bezoek aan de scholen te vergezellen. Op zijn aandrang richtte ik onderscheidene vragen tot verschillende leerlingen, zoo jongens als meisjes; en ik moet verklaren dat zij mij verbaasden door hunne juiste antwoorden en hunne kennis, vooral in rekenen en aardrijkskunde.
Van mijn verblijf te Apia maakte ik gebruik om het binnenland te bezoeken. Tusschen het strand en de bergstreek volgde ik een weg, die, door oranjehagen omzoomd, dwars door de uitgestrekte plantages loopt van de duitsche Handelmaatschappij, wier voornaamste produkten bestaan in coprah, koffie en katoen. Langs zacht glooiende paden steeg ik vervolgens omhoog tot de kam van de hoofdketen; in dit wonderschoone land zijn de hellingen der bergen geheel bedekt met dichte bosschen, waarin het gezang weerklinkt van allerlei vogels; papegaaien, kardinalen, meerlen, groene en grijze tortelduiven en vele andere vogels vlogen bij mijne nadering verschrikt weg. Somwijlen openden zich de levende wanden van ondoordringbaar groen, die ter wederzijde den weg omzoomden, en dan zag ik, vele honderden ellen beneden mij, heerlijke, paradijsachtige valleien, waar beken ruischen en watervallen zich van de rotsen storten. Doorgaans volgde ik, bij het terugkeeren van deze wandelingen, eene kleine rivier, die in de baai van Apia uitloopt; een bad in hare frissche wateren deed mij spoedig mijne vermoeienis vergeten. Bladzijde 203
Bij ons vertrek van Apia namen wij als passagiers den bisschop van Centraal-Oceanië, Mgr. Lamaze, mede en een zijner medearbeiders, den heer Delahaye. Ook hadden wij tijdelijk aan boord opgenomen de geestelijke zusters van Apia, waaronder twee Françaises, eene Iersche en vier inlandsche vrouwen, die te Sawaï hare vacantie van eene maand gingen doorbrengen. Ondanks het heerlijke weder, had de overste, eene bejaarde vrouw, schrikkelijk te lijden van de zeeziekte. Hare twee europeesche zusters—vroeger dames die een hoogen rang in de maatschappij innamen, en die zich nu, met nooit genoeg te waardeeren zelfopoffering, op de Samoa-eilanden aan de opvoeding der jeugd en de werken der barmhartigheid wijden,—waren gelukkiger. Zij deden ons allerlei verhalen aangaande het land, terwijl de verschillende eilanden van den archipel voor onze oogen uit de wateren oprezen en weder verdwenen. Tot mijn leedwezen konden wij deze eilanden niet aandoen, ook Sawaï niet, waarvan de hooge rotsige kust, de vulkanische kegel en de met den weelderigsten plantengroei bedekte vlakten en valleien een verrukkelijk schoonen aanblik opleverden.
Op Sawaï zijn twee fransche missionarissen gevestigd: de een woont te Atatèle; de ander, die bij ons aan boord was, de heer Delahaye, te Salelawaloe. De Manua hield stil voor de baai van Mataoetoe, waar de missionaris aan land ging met de zes geestelijke zusters van Apia. Zeer gaarne zou ik mede naar wal zijn gegaan; maar dat was onmogelijk.