← Table of contents
Natuur en leven

VERLANGEN

Reading edition

Wanneer in groene dreven, De koeltjes zachtkens zweven, De takjes wieg’lend beven,— En als de zangerskoren, Dan hunnen zang doen hooren, En hart en zin bekoren: Dan zal ik naderen, In luwte van de bladeren, En toon bij toon vergaderen.

De bloesem, half ontloken, In blad’rengroen gedoken, Heeft wierookgeur ontstoken: En door dien geur bevangen, Is ’t of der zangren zangen. Een schoon’re toon erlangen: Met U wil ik dan fluisteren, Me aan uwe stilte kluisteren, Natuur en met u luisteren.

Zing dan o nachtegalen, Bij ’s maanlichts zachte stralen, Als lentekleuren malen; Ik zal bij u vertoeven, In smart en bij bedroeven, En uw gezang behoeven.— Naar U is het verlangen; Tot dat aan uwe zangen, Geheel het hart blijft hangen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings