← Table of contents
Mei-droom

VIJFDE TOONEEL

Reading edition

De man stut zich nu, iets achterover leunend, op den rechterarm, terwijl de vrouw, zich voorover naar den stoet buigend, in zijn schoot glijdt en zich daar overheen op den linkerarm steunt, met het hoofd aan zijn borst rustend. – Uit het gewas op het rechter-voorplan komt, als twee elkaar volgende paren, het kwartet van DE GEHUWDEN, gekleed in losse, om de heup gegorde gewaden van paarse kleur, met bruin geboord en met enkele roode bloemen getooid, de mannen zonder baard. Zij dansen den stoet voor met ieder een schaal vol donkere bloemen in de beide handen. – Dadelijk achter hen komt Mei met drie paren gehuwden, in lichtbruine gewaden, met paars geboord en enkele witte bloemen getooid, de mannen gebaard, die aan groen-omloofde koorden een groot nest spelenderwijze voorttrekken. Mei voorop houdt enkel met de linkerhand het meest rechtsche en langste koord, – de gehuwden hebben om en om, een telkens korter koord, dat zij met de rechterhand op den rechterschouder houden en met den linkerarm achter zich omstrengelen. – Het kwartet schaart zich paarsgewijze vóór den heuvel naast elkaar, doch zoo, dat de middelste vrouw en man iets vóór het uiterste paar staan.

DE GEHUWDEN

Het kwartet, zingend

Wij zijn 't gewas van wijder hemelstralen, Van hooger zon, Die tot den bodem van ons hart kwam dalen – Zoo brengen wij u boordevolle schalen Dier levensbron.

Zij nemen de bloemen van de schalen, die met licht-uitstralende kristallen gevuld zijn, en drukken zich de bloemen als een krans om het hoofd.

Wij zijn 't, die na de wemelende slagen Van 't morgenuur Als zegen der doorgloeide levensdagen Van de'ochtend in den milden middag dragen Dien schat van vuur.

Zij knielen vóór den heuvel en zetten de schalen neer.

Ons, die het eigen duizendvoudig bouwen Uit de aarde hief, Ons zijn de zonnetrillende landouwen, Ons is het scheppen – ons het blijde aanschouwen Van 't leven lief!

Bij den tweeden regel van het laatste couplet rijzen zij weer op, waarna zij bij de dan volgende regels de armen wijd uiteenslaan, om ze bij de laatste woorden vóór zich te vouwen. – Het laatste couplet wordt dan door de andere paren als koor herhaald, waarna het kwartet zich achter de schalen en dichter bij den heuvel schaart, en Mei tusschen het kwartet en het koor naar voren treedt, terwijl hij aan de naast hem staande vrouw zijn koord overgeeft.

MEI

sprekend

Over heindeverre weiden, Onder hemelhooge luchten, Duiken, schuilen zachte nesten, Wuiven nesten heen en weder, Wuiven, wuiven zij hun teeder Broedsel tusschen aard en hemel. Over wuivend verre weiden, In de zee van wind en luchten, Stijgen, duiken vlugge vogels, Duiken, duiken zij ter neder, Brengen voedsel voor hun teeder Broedsel tusschen aard en hemel. Over waters, over weiden, Door de nevelverre luchten, Varen stadig vluchten vogels, Vaart hun, vaart hun zacht geveder Naar het wachtend, wazig teeder Einde tusschen aard en hemel. Over heindeverre weiden, Onder hemelhooge luchten, Daalt het, daalt het zacht geveder, Daalt het uit de nesten neder, Daalt ter wereld al het teeder Broedsel tusschen aard en hemel.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings