← Table of contents
Joris Komijn op de Tentoonstelling

Tweede Dag.

Reading edition

AMSTERDAM, Mei 1883.

Geliefde wederhelft kinderen en bloedverwanten!

Heden had onze Klaas een vrijen dag, aangezien zijn patroon, mij als vader willende vereeren, hem verlof gaf mij te vergezellen, ook Nadaniël heeft zich tot ons gevoegd.

Om te beginnen meld ik u, dat wij te voet naar de tentoonstelling wandelden, waardoor ik gelegenheid had eenige der schoonste gedeelten der stad met bewondering te zien, zooals de bogt van de Heerengracht, de Vijzelstraat, de Reguliersdwarsstraat, de groote Broodfabriek, het Wale Weeshuis en meer andere straten.

't Eerste wat mij opviel toen ik het terrein wilde betreden was dat ik nu een gulden moest betalen voor intrée, zoowel voor Klaas als voor mij zelven; te samen twee. Nademaal ik den vorigen dag maar 50 cents had betaald, maakte ik aanmerking tegen de kioskjuffrouw die zich evenwel niet wilde laten afdingen, zeggende dat er geen kwaad geld bij was. Ik betaalde dus met een zuchtend gemoed.

N.B. Zend mij cito een bankje van f 25, maar aan geteekend. Adres den heer J. Komijn, Singel over de Appelenmarkt boven de kruier, 't geld raakt hier veel gauwer op dan in Medemblik; maar dat is minder, 't is Goddank aanwezig.

Ik vervolg mijn dagreisboek.

Met aandachtige eerbiedigheid beschouwde ik op het buitenterrein het standbeeld voor de gevallenen in Atjeh, met bescheidenheid opmerkende dat dit beeld heel mooi is en overdenkend welk beeld wel passelijk zou zijn als de oorlog met de Atjineezen voor goed uit is, 't mag dan nog wel eens zoo mooi en groot zijn. 't Zou zwaar verguld moeten worden ook zegt Nadaniël, om te herinneren aan de batige saldo's die de Atjehkrijgen gaf.

De Heer Jan Pieterszoon Koen, ook figuurlijk voorgesteld door gips, staat voor de Koloniale afdeeling en wijst met zijn rechterhand naar den grond, alsof hij zeggen wil: "Hier is het, de tentoonstelling." Jan Pietersz. Koen zal u nog wel bekend zijn, als de uitvinder van Batavia uit het stuk van Van Lennep, dat de rederijkers te Medemblik in den verloopen winter zoo mooi hebben opgevoerd.

Voor dat ik in de Koloniale afdeeling binnentrad, heb ik met mijn gezelschap nog verder het buitenterrein bezocht, namentlijk die contrijen waar ik gisteren niet aan toe kwam. Eerstens de Indische huisjes waarbij stallen met karbouwen, Oost-Indische paardjes wagentjes enz. enz. enz. Aangezien de huisjes met matten dicht waren gemaakt, en ik niet onbescheiden wilde zijn heb ik er niet ingekeken, maar Nadaniël, luisterde niet naar mijn vermaning en ging er toch in, hij zegt de "pers" is nooit onbescheiden en 't is haar roeping overal den neus in te steken.

Ik vermeende het anders en hield Klaas terug, hem medenemend naar een groen geschilderd huisje voor de bloemen enz., hetwelk wij dadelijk weer verwisselden voor het pavieljoen der stad Parijs dat evenzeer door sluiting uitmunt en ons deed streven naar de machinegalerij die nog niet gereed is, maar gedeeltelijk als geraamte zichtbaar, waarover ik mij troosten moet, want bijaldien ik de machines en de galerij in werking zou willen aanschouwen moest ik hier minstens nog een maand blijven, iets wat onmogelijk is, eerstens door de zaken, tweedens door het vele geld dat ik zou moeten verkwisten wat mij bij mijn beperkte vermogens niet past.

We zijn derhalve de machines die er nog niet zijn voorbij geloopen en hebben een koffiehuis ontdekt dat de Bomarsjee heet, een naam die "goedkoop" beteekend. Door de wandeling was ik al weder dorstig en daarom hebben Klaas Nadaniël en ik aldaar een glaasje bier genoten, dat niet duur was en overheerlijk.

Het terrein in dien omtrek is vervaardigd van zand. Men heeft mij ingelicht, dat dit zand eene eksposietsie van de woestijn Sahara is, in verbindtenis met een pakkisten fabriek en een stroomagazijn, en daaraan is het waarschijnlijk te danken, dat men zoo moede wordt van het loopen en zoo droog in de keel; derhalve is de Bomarsjee een publieke weldaad.

Terwijl wij daar eendrachtiglijk zaten vermeende ik weder thuis te zijn in de achterkamer, want ik hoorde duidelijk onzen buurman Salie zoethoutstampen. Ik vroeg dus aan Klaas "Is hier een drogist in de buurt?" waarop hij mij met verwondering antwoordde "Neen vader, maar ik hoor het stampen ook en zelfs duidelijk hoe de stamper eerst dof op 't zoethout stoot en dan tusschenbeiden tegen de rand van den vijzel klinkt. Nademaal er echter geen drogist of apteker in die contrije te bekennen was bemerkten wij dat het geluid, waarop ons oor viel, van de Gamalang kwam. Daar ik nu evenmin als gij, dierbare aanverwanten, wist wat de Gamalang is, wendde ik mij tot Nadaniël die mij uitlegde, dat het een Indisch orkest is dat speelde. Overmits dit merkwaardig genoeg ter bezichtiging en beluistering is, gingen wij derwaarts en geef ik u als volgt de duidelijke beschrijving van deze muziek. Bruine Javanen en Maleiers zitten op hun hurken en spelen op allerlei wonderlijke dingen. Twee vergulde canapees met vertinde braadpannen worden met stokken door hen beslagen; een paar groote tinnen soepketels hangen in de perspektief aan een mooi geschilderde en versierde galg en aan een dito dito hangen huisschellen. Nu en dan beukt een chocolaadkleurige man met een onverschillig gezicht daarop, terwijl anderen met hamers op voetenbankjes slaan, waarop stukken hout en ijzer liggen, die muziekgeluid voortbrengen. Een maleier met een zwart gezicht, verhelderd door een grijze snor, piept op een fluitje van riet en een ander strijkt over een soortement basviool met twee snaren, dewelke een geluid afgeven zooals onze poes maakt als zij op 't dak zit.

Dan is er nog een trommel, waarop een Javaan nu eens hard dan weer zachtjes slaat met de vlakke hand en somtijds een geluid verschaft evenals de hond van Arie Bakker als hij met zijn stompjestaart op den houten vloer kwispelt. Nog meer instrumenten zijn er die ik niet beschrijven kan. Alles is buitengewoon met kleuren beschilderd en met goud verheerlijkt,—prachtig! zoodat ik voor mij alleen overwegende zeggen moest dat het nog ruim zoo mooi is om te zien dan wel om te hooren.

Ik heb een knoop in mijn zakdoek gelegd om het geluid goed te onthouden, daardoor ben ik nu in staat om u het genoegen te verschaffen met de kinderen te huis den Gamalang te hooren, zonder de onkosten van 25 cents entreé, als men geen pers is.

Waarde wederhelft en kinderen, luistert nu goed naar 't geen ik schrijf:

Neemt het Theeblad van de bovenkamer, zet er behalve het gewone theegoed een stuk of wat bier- en wijnglazen op haalt uit de keuken een vertinde pan en een talhout benevens de blikken theestoof. Vervolgens een leeg botervaatje uit den winkel en de koperen kettingen van de weegschalen, verder nog uit de keuken, de vijzel en de koffiemolen.

Let nu goed op. Een van u lieve kinderen! moet het theeblad zachtjes heen en weerschudden, zoodat alles rammelt en rinkelt, nu eens hard dan weer zacht. Laat moeder met de eene hand op den bodem van het botervaatje slaan en met de andere, met 't talhout op de vertinde pan, dan kan zij van tijd tot tijd de blikken theestoof met den voet omschoppen, terwijl de loopjongen, aan de voordeur, de winkelschel zachtjes laat bellen.

Wanneer Jantje dan op zijn blikken fluitje blaast zoo: "tuut, tuut, tuurelureluut, tuuteruteruut, tuluut! en Pietje zijn muziektol aftrekt en daarna de koffiemolen draait, kan de meid, in den vijzel, wat beschuit stampen en de koperen kettingen laten rammelen—tot afwisseling.

Wanneer ge nu niet te gelijk begint en ongelijk weer uitscheidt, hebt ge als twee druppelen water de muziek van den Gamalang.

Behalve de mannelijke spelers vindt men ook in de Gamalang nog vrouwelijke dansmeisjes, die Tandakmeiden heeten. Alhoewel ik vroeger vermeende dat dansen met de beenen geschiedde, ben ik nu overtuigend verzekerd, dat het in de Oost met de handen gebeurt, want de Tandakmeiden bewegen alleenlijk de handen en armen, die zij met vreemdheid verdraaien.

Het mooiste aan haar is het hoofdstel, dat ik op een goede honderd vijftig gulden aan oud zilver en goud stel, terwijl hare bekleedselen zijn, zooals de schrift zegt—"vol gestikt met rood goud en de kostelijkste sieradieën," maar desniettemin zet de eene een zuur gezicht en kijkt de andere mankoliek, eene omstandigheid die ik aan het klimaat van de lucht, als onpasselijk voor haar, toeschrijf.

Klaas vond het nochtans mooi en een heer die naast ons zat, zei dat er minstens evenveel melodie in de Gamalang was als in de Wagenaarsche muziek, dat wij alleen maar niet begrepen wáár de melodie zat, en dat men eigenlijk zoo'n Gamalang in Indië moet hooren op een verren afstand met warm weer en dan slapend.

Ik voor mij waarde wederhelft en verdere aanverwanten! hoor even lief een draaiorgel als 't met gevoel wordt bespeeld, of de voorzanger van de groote kerk wanneer hij niet verkouden is.

Daar we nu toch eenmaal aan het muzikaal genot bezig waren hebben wij ook het Theelefoon huis bezocht, al waar men door middel van de elektriek van de lucht een concert dat aan het Tolhuis wordt gegeven op de tentoonstelling kan verstaan en waarnemen.

Beste vrouw en kinderen, dit is een wonder der natuur waarbij ik verbazend stil stond. Weet gij wat de Theelefoon eigentlijk is. Neen niet waar! daarom heb ik mij er omtrent doen inlichten, dat het een toestel is, dat de spraak der menschen door den electriek overbrengt op onbepaalde afstanden, onmiddelijk antwoord gevende per zelfde gelegenheid. Nadaniël had mij reeds verteld, dat wanneer men met verlof gezegd in de Theelefoon "niest" men onmiddelijk uit Azië, Amerika, Hoorn, Engeland Buiksloot en alle andere werelddeelen hoort zeggen "wel bekome 't u," ik meende dat Nadaniël overdreef maar nu ik de Theelefoon heb gehoord kan 't wel waar zijn. O! dierbare bloedverwanten 't is bepaald eenigszins tooverachtig. Denk eens aan, men komt in de Auditions Telefoniques (NB) de directeur heeft den naam voor mij opgeschreven, 't Is er keurig netjes en doodstil; men neemt twee groote ijzeren oorlepels houdt die aan de ooren en men geraakt op eens in verrukking door de vroolijke Tolhuis-muziek.

Ik heb mij alles natuurkundig door den vriendelijken heer, die directeur over het huis is, laten uitleggen en ik deel ter uwer ontwikkeling hetzelfde mede, luistert dus:

Het instrument bestaat uit een electrieken magneet in een mahoniehouten kast, en een dito dito in twee groote oorlepels één aan het Tolhuis en één te Amsterdam. Wanneer nu aan het Tolhuis het orkest bespeeld wordt, trekt de magneet het muziek aan; de electriek brengt het over de gespannen draden naar Amsterdam en als gij dan den magneet aan uw oor houdt, trekt uw gehoorvlies de muziek weer uit den magneet in uw hersens waardoor het u duidelijk wordt wat men speelt. Mij dunkt nu zult ge goed kunnen begrijpen wat de Theelefoon is en bewonderend stilstaan voor dit wonder der schepping, waaruit wij al weder de macht der Natuur en de ondoorgrondelijke wijsheid der Voorzienigheid vernemen, dankbaar dat ons deze wonderen worden geopenbaard door de dochter van Madam Angot, die men aan 't Tolhuis liet spelen, raakte ik in vroolijke stemming.

De muziek was overheerlijk, maar ik vroeg of een stichtelijk lied ook over de draden ging en de vriendelijke heer theelephoonde naar de muziekanten, die "Uren, maanden, dagen, jaren" aanhieven, 't welk ik tot mijn verwondering eveneens met de grootste natuurlijkheid hoorde wederklinken en daarom met hoedafneming eerbiediglijk meezong. NB. Als men de Theelephoon niet aan de ooren houdt, is het geluid niemendal, een omstandigheid die nuttig is als men zaken wil zeggen die geheim zijn voor anderen.

Ook de wassenbeelden muziek uit het Panopticum zal men in de Theelefoon kunnen hooren en al zoude het ook mijn laatste kwartje kosten, dit kunstgenot moet ik nog eens smaken, want ook de ziel stemt daardoor tot nadenken en eerbied voor de kwartgulden, dat heel goedkoop is heeft men wel drie gulden genot.

Klaas heeft gehoord, dat er ook een verbinding zal gemaakt worden met het Café-chantant, dit is jammer. Bij natuurwonderen behooren geen lichtvaardige liederen en ik zou mij schamen als ik de onwelvoegelijke dansen in mijn hersens trok door den electrieken magneet. Nadaniël beweert, dat het Café-chantant niets onzedelijk is en dat ik er heen moet gaan, omdat niemand het verzuimt. Waarde bloedverwanten, als ik het goed overdenk moet ik er toch wel naar toe, om Klaas er desnoods voor te kunnen waarschuwen als 't al te erg is. Morgenmiddag wordt het geopend en ik ga er heen, niet om mijnentwille maar om Klaas; hij is nog zoo jong en onervaren. Nadaniël is reeds door de wol geverwd en wil mede. Hierover nader. Voordat we het terrein verlieten zijn we nog in de Indische Kampong geweest, waar allerlei soorten van loofhutten staan, zooals bij ons, Simon de slager voor zijn huis zet, als 't loofhuttenfeest is. Evenwel de Indische loofhutten zijn veel grooter, mooier en hooger op de pooten, ook bemerkt men onder dezelve een Indiaansche brug van bamboes, zeer mooi gebouwd en eigenaardig om te zien.

Als alles daar beplant is en er menscheneters, koppensnellers en ander dergelijk gedierte in hun natuurstaat vertegenwoordigd is, zal de belangrijkheid toenemen, vooral als er zooals Klaas beweert gelegenheid komt om de Indi-sche Rijsttafel te gebruiken ineen der gebouwen, dat zooveel als een restoraatsie wordt.

Al wandelende viel ons oog op het Maastrichtsche bier hetwelk wij met een bezoek vereerden en dat ik, nademaal Klaas en Nadaniël beiden verzekerden dat, dit Bier een volksdrank moet worden met oplettendheid heb onderzocht.

Het Maastrichtsche bier is uitmuntend voor den dorst en vindt veel aftrek voor de liefhebbers, ik geloof dat het ook erg gezond is. Voor mij partiklier beste vrouw beviel het niet. Nadaniël zei mij dat het 't oudste bier van Nederland is en dat 't daarom zoo zuur smaakt, min of meer naar zure appelen, waarvan het ook de werking op de ingewanden heeft.

Hoe verschillend de smaken zijn in het menschelijk leven ziet men hier alweder ten duidelijkste want er worden groote hoeveelheden van gedronken.

Met suiker er in, moet een goed voorbehoedmiddel voor de cholera zijn zegt Nadaniël, die liever Pilsener drinkt al is het duurder. Hij zegt het Pilsener van Fisslthaler is het lekkerste bier van de heele tentoonstelling en de bediening in zijn biertent laat niets te wenschen over.

Behalve het gebouw van 't Maastrichts vindt men daaromtrent nog het huisje van den Volksbond tegen drankmisbruik, dat heeft men met wijsheid ver van de restoraatsie die "Vergunning" hebben en heel ver van 't likeurenhuis van de erven Lucas Bols gezet om geen ruzie te maken.

Aperpo van Lucas Bols; morgen ga ik er naar toe. Ik heb een uitnoodiging gekregen om de likeuren te komen proeven en zal u waarde echtgenoote, omdat ge zooveel van aniesette en kurassou houdt, de smaak der likeuren duidelijk beschrijven, dan hebt ge er toch personeel ook iets aan dat ik hier ben; daarover dus nader.—

Voor dat ik besloot om het binnengedeelte der tentoonstelling te gaan zien, heb ik nog een oppervlakkige wandeling gemaakt over het terrein om alles wat ik nog niet had gezien, goed in mijn geheugen te prenten. Ik merkte de tent op waar allerlei artiekelen worden verkocht ten voordeele van de Weezenverpleging in het huisgezin. Veel menschen loopen er voorbij omdat zij gelooven dat alles er schreeuwend duur is. Waarde echtgenoot en kinderen! ik ben overtuigd geworden van het contrarie; ik kocht er voor de kleintjes een verrassing en was zeer tevreden over de billijkheid der prijsberekening. Dit is een natuurlijk gevolg van de welwillendheid der menschen die de artikelen meestal kado gaven, zoodat ze goedkoop kunnen worden verkocht. Zeg dit aan Kees Vrieman die met zijn vrouw naar de tentoonstelling wil, dan kan hij ook iets koopen goedkoop en voor een goed doel.

Zoo vindt men ook nog een tent voor verminkten, dat wil zeggen een kiosk, waar men iets geven kan voor menschen die door een of ander ongeval een lichaamsdeel hebben verloren. Men vindt er kunstarmen en beenen; ik heb 't adres opgeschreven van den maker, men kan nooit weten waar 't goed voor is, als men een groot huishouden heeft,—ook met het oog op u waarde vrouw! die dikwijls zoo'n geweldige rimmathiek in den rechterarm heeft, waarvan het eind en de gevolgen nog niet te overzien zijn.

Bij de melk-inrichting heb ik langen tijd staan kijken, om eens te zien of ze daar ook met de melk knoeiden, maar 't verheugd mij u te kunnen mededeelen dat alles zuiver in zijn werk gaat en dat we in Medemblik zelfs geen betere waar hebben.

Om u al de kraampjes en winkeltjes beschrijvend te doen verstaan is niet gemakkelijk, nademaal er te veel zijn en men, wanneer men overal iets zou willen koopen, wel een zak rijksdaalders mag medenemen—ten minste wanneer men geen vodden of kleinigheden wil verwerven. Ik heb bijna een turksche schaal voor u gekocht, waarde wederhelft! en ik had het voornemen u daarmede te verrassen, maar aangezien dezelve bij nader onderzoek te duur was, bepaalde ik mijn zin voor u, op een naaldenkoker van been, voorstellende met natuurlijkheid een perreplu en in deszelfs knop een potografie der Tentoonstelling in het verkleind. Dit laatste is de verrassing!

Hoeveel tentjes met koopwaar er wel zijn is onnoemelijk om te zeggen, want een ieder viguleert thans op de bezoekers, hopende zijn kramerijen en andere artikelen kwijt te raken tot civiele of onciviele prijs alnaarmate voor hem verkrijgbaar is.

Nademaal ik nu het buitenterrein voor 't gedeelte betreffend, dat gereed is, genoegzaam had bekeken en er nog tijd overschietend was vóór de sluiting en ik bovendien de uitnoodiging van Lucas Bols tot beproeving van deszelfs likeuren in den zak had besloot ik nog heden dit werk te ondernemen want

Al wat gij heden kunt bezorgen? Stel dit nimmer uit tot morgen.

(

Wijsheid en deugd in klein octavo

).

Ik vulde op de fraaie, ouderwetsch gedrukte uitnoodiging, onze drie namen in en begaf mij wandelend naar het likeuren huis dat "'t Lootsie" heet, maar dat niets van een loods heeft, integendeel een erg mooi ouderwetsch huis is.

O dierbare wederhelft kinderen en nabestaanden! wat is het daar gezellig, altijd is er Gezelschap aanwezig na den middag, vóór den middag niet zoo dikwijls want dan borrelen de bezoekers minder.

Ik liet mij een prijscourant geven en trok mijn jas uit om goed te kunnen proeven, in hemdsmouwen ben ik altijd meer op mijn gemak, maar aangezien Klaas, mij beleefd verzocht niet alzoo te doen, heb ik met mijn jas aan, evenzeer genoten van de liekeur.

Wanneer gij dit leest beste vrouw zult gij watertanden, de Aniesette is overheerlijk, de Kurassou niet te zoet en met een echte Kurassou smaak, heel wat anders als 't bogt dat gij gewoonlijk drinkt, NB. als gij dit gelezen hebt lust gij niets meer uit "de Vergulde druif" waar gij altijd laat halen.

Klaas bepaalde zijn beproeving op, Kakkoulikeur een sterke drank uit sjokolaad gestookt en Nadaniël nam Krem de Mokka—ook een liekeur, evenwel vervaardigd uit koffie met room.

Nadat ik mijn volle bekomst had van Aniesette en Kurassou verlustigde ik mij aan diverse andere zoete dranken als "Hoe langer hoe liever,—Roosjes zonder doorn,—Odematante,—Vergeet mij niet,—Drie maal drie,—Kwartier voorvijven; bovendien probeerde ik een likeur waarvan ik den naam niet durf schrijven als bijgeval Jansje van onzen buurman, die altijd zoo rood wordt als de een of ander een onfatsoenlijkheid zegt, in de kamer is.

Als zij er is, waarde wederhelft! laat zij dan even naar den winkel gaan want de likeur heet—"Hempje ligt op". Ik zal de prijskoerant van Lucas Bols voor u mede brengen dan kunt gij in

gedachten ook alles eens proeven. Klaas en Nadaniël waren geducht aan de beproeving geweest en zagen zoo rood als wortelen en ik voor mijzelf voelde mij zoo vroolijk en pleizierig als ik in lang niet was weshalve ik Wien Neerlandsch bloed zong, waarin Nadaniël de tweede stem vervulde, een omstandigheid waardoor Klaas mankoliek werd en gevoelig begon te huilen. Aan ons gezang vermeidden zich intusschen de andere bezoekers, die echter niet zingend instemden.

Hoewel ik de menigte die wij gedronken hadden op geen gering getal schat, voelden wij geen zwaarte in het hoofd of in de beenen en erkenden dus de deugdzaamheid der liekeuren en ook de goedkoopte, want 't proeven op uitnoodiging kostte niets, weshalve wij meer genoten hadden dan betalender wijs zou geschied zijn.

Aangezien er nog geen Elektriesieteit genoeg door de ondernemers wordt geleverd en nog geen gasverlichting aanstekelijk is op 't terrein kunnen de koffiehuizen enz. s'avonds, niemand ontvangen en moet het publiek een goed heenkomen zoeken. Diensvervolgens gingen wij naar huis waar ik nu dezen zit te schrijven terwijl de jongelui mij herinneren wat ik vergeet.

Vaartwel! morgen verder. Ook de schilderijen tentoonstelling hoop ik ter bezichtiging te bezoeken waardoor mijn verblijf alhier wel een dag langer zal duren. Schrijf me cito terug of alles goed gaat in de koomenij en weest gegroet van uw waarde vader en bloedverwant. JORIS KOMIJN.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings