Na den oorlog.
Reading edition
Eindelijk was de oorlog uit. De Kannibalen waren volkomen verslagen en de eilandbewoners lagen geen nachten achtereen meer wakker door den angst om geroosterd en opgegeten te worden. Een groote hoeveelheid van vele nuttige dingen was natuurlijk vernietigd geworden en men zou meenen, dat het bewustzijn daarvan maken zou, dat de bevolking van het eiland zich verarmd voelde. Maar vreemd genoeg was dit niet het geval. De belofte dat voor de vernielde artikelen vergoeding zou betaald worden was vervuld geworden. Zij werden door vrijwel iedereen als geld beschouwd; en van af het oogenblik dat zij geld waren, dat wist iedereen, waren zij natuurlijk ook rijkdom, en wel zulk een groote en overvloedige rijkdom, dat den menschen verder niets anders te doen stond dan het uitdenken van plannen op welke wijze zij al dien rijkdom zouden gebruiken.
Iedereen verzon derhalve plannen en in het bijzonder zij die geen geld hadden, bedachten deze voor hen, die het wel hadden. Allerlei plannen werden zoodoende ontworpen; het aanleggen van spoorwegen om de menschen naar de tropen te brengen en naar alle andere plaatsen, waar zij niet naar toe wenschten te gaan; het exploiteeren van olie en petroleumbronnen aan de Bedrog- en de Kostverloren Rivier en gepatenteerde uitvindingen om thee en koffie te vervangen, die zeer werden aanbevolen als geldbelegging. John Law, Lemuel Gulliver, Baron Münchhausen, Sir John Mandeville, Juan Ferdinand Mendez Pinto en Sindbad de Zeevaarder kwamen allen naar de stad en in de couranten werd vermeld dat zij in de voornaamste hotels in het vreemdelingen-boek waren ingeschreven.
Toen hielden de fabrikanten op met produceeren en daarop konden ook de arbeiders, door gebrek aan werk veel minder van den bestaanden overvloed koopen, zoodat het er een tijdlang op geleek, alsof het eiland in een zelfden toestand zou geraken als die ongelukkige menschen die sterven aan vetzucht.

Het papiergeld schept moeielijkheden.
Op deze wijze werd het economisch leven steeds meer uit zijn voegen gerukt. Langzamerhand kwamen de menschen op het eiland tot het inzicht, dat veel wat zij voor rijkdom hadden aangezien, geen rijkdom was, en dat vele invloeden, waaraan vroeger weinig aandacht was geschonken, nu machtig samenwerkten om hen voorgoed te verarmen. Allen waren het er over eens, dat het papiergeld, dat zij gebruikten, een hoofdoorzaak van hun moeielijkheden was, maar in welk opzicht dat papiergeld precies invloed uitoefende, daarover waren weinigen het eens. Allen deelden de opvatting, dat er voortdurend en zooveel mogelijk over gesproken moest worden en dat deden zij dan ook, maar wie het minste wist, had het meeste te zeggen. Sommige meenden, dat de eerlijkste en daarom ook de beste handelwijze voor de Regeering van het eiland zou zijn, dat zij haar beloften om te betalen op vertoon zoo snel mogelijk moest nakomen, en dat, waar zij een canoe van den eenen had geleend, kleedingstof van een ander, speren van een derde en geld van een vierde, zij al die zaken behoorde terug te geven en niet te blijven beloven zonder iets te doen. Sommigen dachten dat het beste zou zijn om de canoes, het ijzer, de stof en het geld achtereenvolgens terug te geven, juist zooals het gouvernement ze gekregen had. Anderen meenden weer, dat het beter was om alle verschillende voorwerpen in afzonderlijke pakhuizen te bergen en dan, als de pakhuizen vol waren, de deuren te openen en alles tegelijk terug te geven, wat er geleend was. Maar, zooals reeds eerder is aangeduid, kon de Regeering alleen canoes, kleedingstof, ijzer of geld hebben, wanneer zij die eerst van het volk had gekregen en daarom was teruggave van de zijde der Regeering feitelijk hetzelfde als betaling van de zijde van het volk. Maar het betalen van schulden is iets waarvan vele menschen een natuurlijken afkeer hebben, en zoodoende vond ook dit plan een groot aantal tegenstanders, die algemeen van oordeel waren dat de uitvoering van dit plan hen van hun geld zou berooven en dus ook van de middelen om handel mee te drijven. Niemand begreep wat er eigenlijk aan haperde bij de menschen. Nu zij namelijk geen nuttige artikelen (de producten van hun eigen werkzaamheid) hadden om te verkoopen, zouden zij alleen geld kunnen krijgen, wanneer zij ervoor gingen werken, tenzij, wat zij nog liever wilden, zij kans zagen het eenvoudigweg aan een ander te ontfutselen.
“Toen de duivel ziek was, wilde de duivel een monnik wezen;
en hierna duidden zij de tegenstanders van het uitbetalen der bluebacks aan als inflatie-copperheads, onder welken naam zij sindsdien steeds in de geschiedenis bekend zijn gebleven.
Er waren ook welmeenende burgers, die oprecht wenschten, dat de ballon van inflatie naar beneden mocht komen, maar die er zich hardnekkig tegen verzetten, dat dit resultaat bereikt zou worden door het gasvolume, dat zij bevatte, te verminderen. Alle volle neven van den man, die gewoon was te wachten, totdat het snel stroomend water der rivier voorbij zou zijn, alvorens deze over te steken, waren er zeker van, dat de ballon wel neer zou komen als het volk maar geduld wilde oefenen, goed op den uitkijk blijven en wachten wilde. Maar hiertegen opperde men het bezwaar, dat, wanneer het volk verplicht was om een groot gedeelte van zijn tijd te gebruiken om op den ballon te letten ten einde te voorkomen dat hun hoofden zouden verbrijzeld worden, wanneer deze na lang gedobber en op en neder gaan naar beneden zou storten, een dergelijke tijdverspilling op den duur een schaarschte van levensmiddelen zou veroorzaken; en dat zij, die er belang bij hadden, tenslotte tot wanhoop gedreven door het onophoudelijk opletten en door gebrek aan werk, voedsel en kleeding, er eindelijk op zouden aandringen om de kleppen van den ballon te openen en het geheele volume gas ineens te laten ontsnappen. Sommigen stelden voor om het voorbeeld van “Peter den stijfhoofdige” te volgen, toen deze tegen de Yankees streed en den ballon te doen dalen door een proclamatie, terwijl anderen verklaarden dat zij veel vertrouwen hadden in een gemeenschappelijk gebed. Eminente vaderlandslievende rechtskundigen hielden vol, dat daar een oorlogsnoodzaak de eenige aanleiding was geweest van de wettiging en van de uitgifte der bluebacks, deze geen recht van bestaan meer hadden, zoodra die oorlogsnoodzaak was opgeheven; maar dat integendeel het voortgaan met het uitgeven en gebruiken van deze biljetten na de nederlaag der Kannibalen, niets anders beteekende dan een voortzetting van den oorlog, niet tegen den vijand, maar tegen het eigen volk. De geslepen inflatie-copperhead-rechtskundigen hielden daartegenover stokstijf vol, dat een werktuig, eenmaal door oorlogsnoodzaak in het leven geroepen, steeds van nut bleef en dat het gebruik daarvan ten allen tijde moest worden voortgezet; zoodat een kogel of granaat, ééns rechtmatig gebruikt om vernieling te bewerken in oorlogstijd, met het volste recht opnieuw kon worden afgeschoten in vredestijd, onverschillig wien zij mocht treffen of welke bezittingen zij mocht vernietigen; en dat het volstrekt geen misdaad was om deze moorddadige werktuigen telkens opnieuw te laden en af te vuren en daardoor dood en verderf te verspreiden, maar integendéel een groote daad van vaderlandsliefde. Deze theorie verschrikte evenwel enkele beschroomde menschen, die zeiden, dat één granaat of kogel, op deze wijze opnieuw gebruikt, wel eens alle eigendommen van het eiland kon vernietigen of alle menschen dooden en in dat vooruitzicht konden zij niet nalaten te betreuren, dat zij maar niet dadelijk bezweken waren voor de Kannibalen, wier honger mettertijd misschien wel eens verzadigd zou zijn geworden of die wellicht op den duur de voorkeur zouden gegeven hebben aan een ander soort voedsel, zij het tengevolge van een menschenvleesch-indigestie dan wel uit meer moreele overwegingen.
In de periode van algemeene verwarring en onzekerheid die nu op het eiland aanbrak, begonnen eenige menschen, die er een voorliefde voor hadden om parallelgevallen in de geschiedenis op te sporen, nauwkeurig alle oude kronieken en geschiedrollen van andere naties door te snuffelen, om daaraan hun licht op te steken; en onder verschillende stukken die van belang voor hen waren, vonden zij in de kronieken van dien geleerden Spaanschen geschiedkundige Fray Antonio Agapida het verslag van wat de beproefde legeraanvoerder Don Inigo Lopez de Mendoza, Graaf van Tendilla, deed, toen hij, tijdens een beleg van de Mooren, in de stad Alhama ook ernstige finantieele moeilijkheden te bestrijden had.
“Het gebeurde”, zegt Agapida, “dat deze Katholieke ridder op een oogenblik in het geheel geen goud of zilver meer bezat om de soldij van zijn troepen te betalen. En de soldaten morden zeer, ziende dat zij niet de middelen hadden om de meest noodzakelijke levensbehoeften van de burgers te koopen. Wat doet nu de wijze opperbevelhebber in dit dilemma? Daar neemt hij me een aantal kleine stukjes papier, waarop hij verschillende sommen opteekent, groote en kleine, naar gelang van den aard van het geval en onderteekent ze met zijn eigen handteekening en naam. “Hoe”, zult gij zeggen, “moeten soldaten betaald worden met vodjes papier?” “Juist op deze wijze”, antwoord ik, “en goed betaald ook, zooals ik U aanstonds duidelijk zal maken, want de goede graaf vaardigde een proclamatie uit, waarbij hij den inwoners van Alhama beval om deze stukjes papier aan te nemen voor het volle bedrag, dat er op vermeld stond, terwijl hij beloofde ze in de toekomst in te lossen tegen zilver en goud en ieder, die weigeren mocht ze aan te nemen, bedreigde met zware straffen. Het volk, dat het volste vertrouwen had in zijn woord en er op rekende, dat hij evenzeer bereid zou zijn om de eene belofte te vervullen, als hij in staat was om de andere na te komen, nam deze stukjes papier zonder aarzeling of protest aan. Zoo deed deze Katholieke ridder, door een spitsvondige en meest wonderbaarlijke soort van alchimie, waardeloos papier verkeeren in kostbaar goud en maakte hij dat zijn eerlang verarmd garnizoen overvloed van geld bezat!”

Zulk een uit noodzaak eenmaal toegepast middel, zal ook later van herhaalde toepassing zijn, al zouden duizenden er door getroffen worden.