← Table of contents
Het eerste ontwerp voor de bedijking der Zuiderzee, 1848

DE INDIJKING EN DROOGMAKING VAN DE ZUIDERZEE EN HET IJ, (continued 3)

Reading edition

Wordt er een goed polder-reglement gemaakt, en daaraan de hand gehouden, zoodat de slooten en weteringen behoorlijk worden schoon gehouden, waardoor de toeschieting tot de waterwerken niet belemmerd wordt, dan zal de drooghouding, bij de diep te graven slooten, even als in de Beemster, niets te wenschen overlaten.

Is deze onderneming niet de meest kolossale, die ooit in ons Rijk is ondernomen of voorgesteld geworden? Is zij dus niet eenig in hare soort, zij is ook eenig door de voordeelen, die zij aanbiedt.

In eenen onlangs ingedijkten polder, die met hooge lasten bezwaard is, werd de bunder beste kleigrond tegen ƒ 70 verpacht; men veronderstelle zich de 260,000 bunders ook droog, en die allen tegen slechts ƒ 40 verhuurd, dan zoude dit ƒ 10,400,000 aan jaarlijksche inkomsten opbrengen.

Men moge aannemen, dat er ook zandbanken in de Zuiderzee zullen liggen. Wij voor ons gelooven, dat de meeste daarvan met slib zullen doormengd zijn, die eeuwen lang vruchtbaar kunnen blijven. Mogen er dan ook streken zijn van een' onvruchtbaarder aard, daarentegen zullen er ook vele zijn, welke, vooral in de nabijheid van volkrijke plaatsen, twee- en driemaal meer zullen opbrengen dan gewone gronden.

De administratie-kosten zullen wel kunnen bestreden worden, uit de opbrengsten der hooiverpachtingen op de uitgestrekte dijken der ringvaarten en buitenwaarden, terwijl er matige sluis- en kanaalgelden zullen kunnen berekend worden; doch daarenboven zal het zand uit de duingronden eene aanzienlijke som opbrengen als ballast voor de schepen.

Wij willen geene hooge waarde der gronden tot berekening voor de winsten der onderneming stellen, maar kunnen toch de daadzaak aanvoeren, dat vele gronden, tot vlas, koolzaad, mostaard- en tarwebouw geschikt, eene viervoudige en meerdere waarde dan ƒ 40 per bunder in huur zullen hebben. In de Wieringerwaard geldt een bunder lands, dat voor de vlasteelt bereid is, ƒ 200 in huur.

De IJpolder zoude al zeer spoedig gereed zijn, en bij het wezentlijk gebrek aan goed land, in het midden eener groote bevolking, zal de grond daarin zeer zeker hooge prijzen opbrengen; indien de onderneming het al niet doelmatig mogt achten, om in de eerste jaren den grond voor eigen rekening te bebouwen, en de oogst te velde te verkoopen, even zoo als men in de Beemster deed, welke in 10 jaren, niettegenstaande de tegenspoeden en grootere kosten, geheel vrij is geworden. De regering laat ook in verschillende droog gemaakte plassen de gronden voor hare rekening bebouwen, en de te veld staande gewassen verkoopen.

De geheele in te dijken oppervlakte zal ook niet in eens voor bebouwing gereed zijn; echter om de kusten heen zal er al spoedig grond droog liggen, waarmede gaande weg aan de eerste behoefte aan land kan worden voldaan. Wij herhalen het, wij willen ter aanmoediging, om deelnemers te vinden, geene berekening van hooge pachten maken, desniettemin is de concurrentie om land te krijgen zoo groot, dat het voor korten tijd in de Betuwe gebeurd is, dat de verhuurder verklaarde, geene verhooging op den inzet te willen nemen, welligt uit overtuiging, dat de inzet zoo hoog was, dat hij vreesde, dat de huurder bezwaarlijk de pacht zoude kunnen opbrengen. Het land, in kleine perceelen verhuurd, brengt daar, voor den aardappelenbouw gebezigd, van 25 tot 40 cts. de kleine roede op. Niet slechts, zooals men zoude kunnen beweren, in de onmiddellijke nabijheid der steden, maar ook overal zal de grond in de zee eene aanzienlijke waarde verkrijgen, daar de onderneming zoo geheel in den geest valt van de wet (of het besluit) van den 6en Junij 1840, vooral met betrekking tot Art. 16, waarbij de uitgestrekste vrijstellingen van grondlasten en registratie-kosten, van de regten op den overgang der daar te stellen gebouwen, voor meer dan eene halve eeuw gewaarborgd worden; en er zijn in die wet termen, welke aanleiding geven om genoegzaam een gelijk aantal jaren, dezelfde voorregten te blijven genieten. Daarbij komt nog, dat men veel van de, tijd verspillende, regtsgedingen zal kunnen vermijden, die bij de onteigening zoo vele bezwaren opleveren, terwijl de wetten bij dijk-collegiën en polder-besturen den afstand van grond, daar waar het tot verbetering van den polder noodzakelijk geacht wordt, naar eene vast gestelde waarde gebieden.

Het lijdt geene tegenspraak, dat hier, even zoo wel als bij andere ondernemingen, zekere belangen zullen gekwetst worden. Hoe vele honderde huisgezinnen lijden niet in hun bestaan door de spoorwegen, waartegen weder anderen bevoordeeld zijn, en die spoorwegen zijn toch voor het algemeen van overwegend belang. Even als bij de spoorweg-maatschappijen, zoude men het zich hier ook tot eenen pligt kunnen maken, om de benadeelden, die werkzaam willen zijn, aan een bestaan te helpen.

De visscherij op de Zuiderzee moge benadeeld worden; doch gaat men de jaarlijksche verslagen na, dan is de toestand derzelve niet benijdenswaardig. Hoe dikwijls werd niet de liefdadigheid voor de bewoners van Schokland en Urk ingeroepen.

Het grootste gedeelte dier eilanders zal zich, door ondervinding geleerd, gelukkig achten, het vischtuig met de spade te kunnen verwisselen, waarmede de visscher voor zijn huisgezin, onder minder afwisseling van voor- en tegenspoed, een aanzienlijker stuk brood zal kunnen verdienen. Vele dier visschers, die hoofdzakelijk maar jagers zijn, welke naar de zeegaten zeilen, om aldaar den visch te koopen, zullen langs de ringvaarten hun bedrijf kunnen blijven doorzetten, en geregelder de vangst kunnen aanvoeren, waarin zij nu dikwerf door storm of door stilte belet worden.

De groot-visscherij zal daarentegen ruimschoots bevoordeeld worden. De visschers zullen in een paar uren uit de Noordzee te Amsterdam kunnen zijn, van waar, langs de ringvaarten en spoorwegen, hunne vangst onverwijld naar het binnenland kan worden vervoerd. Eenmaal het Zeekanaal gereed zijnde, zullen zij zich van beter zee bouwende, en sneller zeilende, schepen voor de vischvangst kunnen voorzien, dan de bommen zijn, welke voor het naderen van een vlak strand, en het daarop vast zitten, zoo moesten gebouwd worden.

Wij zijn geenszins bevreesd voor gebrek aan handen ten behoeve der vele daar te stellen werken. Er openen zich vooruitzigten voor den poldergast of arbeider, om eene woning en een stuk gronds daarbij ter bebouwing te kunnen krijgen.

Men zou eene voorwaarde kunnen maken, waarbij bepaald werd, dat 1⁄10 gedeelte der dagloonen ingehouden zoude worden. Dit moest dienen, om den arbeider eene woning en een stuk gronds te bezorgen, welk een en ander hij in huur had, of na verloop van tijd tot zijn eigendom zal kunnen verkrijgen, het zij dat de arbeider in het reserve fonds eene toereikende som overgespaard hebbe, of dat hij uit andere, hem ter beschikking staande, middelen, zich woning en grond, voor eene, matig te schatten, som aanschaffe.

Op perceelen, te ver van steden of dorpen verwijderd, waren, voor tijdelijke huisvesting der arbeiders, loodsen op te slaan, waar zij eene gezonde drooge ligging hadden, met eene zieken-zaal, waartoe wekelijks eene geringe bijdrage konde afgezonderd worden.

Victualie-winkels konden onder toezigt eener commissie worden geopend, waar de arbeider tegen matig gestelde prijzen, goede waren, en al het benoodigde voor zijn onderhoud moest kunnen vinden, opdat hij niet, zoo als maar te dikwerf het geval is, zooveel voor ligging en voedsel behoeve te betalen, dat hem te weinig overblijft om zijn afwezig huisgezin te kunnen onderhouden, hetwelk menigen arbeidzamen huisvader noodzaakt, van zoodanig werk af te zien. Een bezwaar, na voltooijing der werken den poldergast in den omtrek zwervende te vinden, dat tot onrust aanleiding geeft, kon worden opgeheven, door namelijk bij elke 50 bunders land eene plek voor woning en tuin af te zonderen, waardoor er gelegenheid zoude gegeven worden tot vast verblijf, met het vooruitzigt, om bij den grooten bouwman of grondbezitters later voortdurend van werk verzekerd te zijn, en het gaf den landbouwer, die anders om arbeiders verlegen kon zijn, gelegenheid dezelve om zich heen te vinden.

De onderneming, die dusdanige voordeelen aan den landbouwer en den daglooner verzekerde, zoude geene uitschotten voor den aanbouw van woningen te doen hebben; terwijl dezelve uit de ingehouden 1⁄10 der loonen werden bestreden; voorts verkocht of verhuurde zij aldus eenige duizende bunders land, waarop eene nijvere bevolking zoude aangroeijen, die door haren aanwas tot verhooging der waarde van den grond veel zoude bijdragen. Door de daar nut stichtende arbeiders-gezinnen, werden elders armenkassen verligt.

Wij geloven, dat het tot de spoedige kolonisatie des polders zoude bevorderlijk zijn, wanneer men percelen van 25 bunders of daaromtrent, voor den tijd van 25 á 30 jaren in pacht gave met eene kleine erfpacht, om woningen daarop te bouwen; den pachter het regt gevende, om de in pacht genomen grond, gedurende of na de voleindiging van de pachtjaren, voor eene vastgestelde som te kunnen overnemen.

Aan de mondingen der kanalen, en vooral aan die te Zandpoort, zouden al spoedig dorpen, door visschers en loodsen bewoond, ontstaan, welke de nu woest liggende duingronden zouden bebouwen, en aan dezelve vele waarde verschaffen, dewijl die grond goed voor bebouwing geschikt is.

Er zouden welligt bij of aan de mondingen der zeegaten van rijkswege vuurtorens en defensie-werken moeten aangelegd worden, een punt, dat wij geheel aan de zorg van de regeering kunnen overlaten. De aanleg van beiden zouden kosten veroorzaken, doch die kosten, even als de verminderde inkomsten van het Noord-Hollandsche kanaal, werden rijkelijk vergoed, door de meerdere opbrengsten, welke uit deze onderneming zullen voortvloeien, en uit de besparing van zoo vele kosten, aan dijk- en andere waterwerken, welke nu jaarlijks moeten worden gemaakt, en die een drukkende en blijvende last voor de staat zijn, maar alsdan zoude vervallen.

Wij mogen nog een gewigtig punt hier niet met stilzwijgen voorbij gaan, namelijk de gezondheid. De baron VAN LIJNDEN VAN HEMMEN, heeft daaraan een geheel hoofdstuk gewijd in zijn werk over de droogmaking van het Haarlemmer-meer, toegelicht met certificaten en de gevoelens van H.H. Professoren en Doctoren, welke allen zeer gunstig luiden.

Wij meenen tot geruststelling den lezer daarheen te kunnen verwijzen, en mogen, gelooven wij, veilig daarbij voegen, dat door verbeterde afwateringen, vele moerassen zullen opgeruimd worden, wier opruiming veel tot de gezondheid zal bijdragen, waardoor van zelve de opstijging van vele schadelijke dampen zal ophouden, welke tot koortsen en andere gevaarlijke ziekten aanleiding geven. De Zuiderzee is grootendeels klei, aangegroeide slib en zand, en alzoo geen moeras; van opdroogende klei en zand heeft men geene nadeelige gevolgen te vreezen; maar daarenboven houden wij het er voor, dat uit de opruiming van de groote waterplas in de Zuiderzee niet dan voordeel voor de gezondheid zal ontstaan.

Wij achten, op weinige bladzijden na, onze denkbeelden, omtrent de droogmaking van de Zuiderzee zooveel noodig ontwikkeld te hebben. Vele geleerden zullen zich welligt omtrent den inhoud bedrogen vinden, dewijl ons geschrijf geenszins een technisch betoog is, zooals men later welligt van eene meer bekwame hand dan de onze zal kunnen verwachten, doch dit was ons doel niet. In zoodanige werken, komen statistieke tabellen en waterbouwkundige opgaven te pas, die zulk een werk zeer kostbaar en zeer droog voor den lezer maken, waardoor de schrijver bij deskundigen veel eer en roem verkrijgt; maar waarbij het algemeen minder belang heeft. Er is ook veel tijd toe noodig, benevens de toegang tot bureaux en archieven, al hetwelk ons ontbroken heeft; en toch hopen wij meer nut te stichten, dan anderen, met beter verstand en meerder moeite.

Wij hebben de voordeelen, welke uit de droogmaking van de Zuiderzee en het IJ en de daar te stellen kanalisatiën zullen ontstaan, zoo kort doenlijk voorgesteld. Alle provinciën, steden en dorpen, welke met de voorgestelde onderneming in aanraking komen, zullen de meest gewenschte verbeteringen en voordeelen kosteloos verkrijgen, waaraan wederom andere voordeelen verbonden zijn. Tot de noodzakelijkheid der droogmaking toe, en het te keer gaan van verdere verwoestingen en schaden, hebben wij bewezen.

Wij hebben nu nog te betoogen, dat aan de voltooijing van een zoo nuttig en wenschelijk werk geene moeijelijkheden in den weg gelegd, noch dat hetzelve door nuttelooze vertragingen moet opgehouden worden. Buitengewone omstandigheden vorderen buitengewone maatregelen, en waar zulk een voorstel als dit te berde komt, zal men op middelen bedacht moeten zijn, om buiten den gewonen vorm van den tragen gang der administratiën in het behandelen van zaken, den spoed en de medewerking van alle zijden in te roepen, om alle hulp aan de des benoemde commissie van onderzoek te verleenen; waartoe mondeling, in stede van schriftelijke antwoorden, meer bevorderlijk zullen kunnen zijn. Kleine gekwetste belangen zullen zich om billijke vergoeding mogen aanmelden, die hun ook zullen geworden; zij mogen staande het onderzoek echter geene beletselen zijn.

Voor het algemeen belang gelooven wij te mogen beweren, dat er geene nuttelooze bemoeijelijkingen in den weg gelegd zullen worden, noch dat men vertragende belemmeringen in de werkzaamheden zal ondervinden.

Het is de onmiskenbare bedoeling van de hooge regering, dat particulieren, zich tot uitgestrekte ondernemingen ten algemeenen nutte vereenigen, en van daar de wet (het besluit) van den 6 Junij 1840, welke aanmoedigen zoude, alles, wat wij voorstellen te ondernemen. Zij wilde uitgestrekte woeste gronden ontgonnen hebben, zij wilde zeeën ingedijkt en drooggemaakt zien, zij wilde dat stroomen verbeterd en verlegd en nieuwe daargesteld werden,—nu komt een voorstel, dat dit alles omvat, en waarvan de uitvoerbaarheid mogelijk is.

De departementen van financiën, oorlog, marine en binnenlandsche zaken; provinciale, plaatselijke en polderbesturen; water- en heemraadschappen, en kamers van koophandel zullen geene bezwaren kunnen opwerpen, die niet kunnen opgelost worden.

Al deze ministeriëele departementen, hooge collegiën en achtbare besturen, zullen een votum van goedkeuring kunnen uitbrengen, en de hooge regering in staat stellen, hare bekrachtiging te verleenen, aan een ontwerp, hetwelk zulk een alles omvattend, zulk een afdoend redmiddel is, hetwelk strekken zal tot de physieke verbetering van ons vaderland, en waardoor de welvaart der ingezetenen zoo krachtig zal bevorderd worden.

Naar alle, om dit werk gelegene, markten zullen (hetzij dat de uitgestrektheid in te dijken grond al of niet eene op zich zelve staande en beheerde provincie zal worden) en van die gronden voortkomende producten, welke millioenen guldens zullen bedragen, toevloeijen, van die markten uit zal ook in de groote en vele behoeften, der nieuwe provincie moeten worden voorzien. De omzettingen van zoovele millioenen, zullen op al die markten, bloei en welvaart achterlaten. Bij den daardoor ontstanen handel voegen zich voor de belendende provinciën en steden de voor hun kosteloos daar te stellen verbeterde gemeenschap en afwateringen, met nimmer gekende en hoogst verbeterde waterberging bij hooge vloeden; herstel van havens met gewenschte diepgaande kanalen tot in de Noordzee, behalve een aantal nieuwe veilige land- en binnenwaterwegen, welke een onderling verkeer zullen openen, die het vertier zullen vergemakkelijken, en waardoor alle provinciën, tot elkander in ligging zullen verbeteren.

Geen stad, dorp of vlek, in de nabijheid van dit groote werk gelegen, die niet hun wel begrepen belang er in zoude erkennen, en alzoo niet mede zoude werken, om alles te bevorderen, wat tot de spoedige daarstelling van de geheele onderneming kan strekken.

Geen polderbestuur, water- of heemraadschap, dat in zijne regten bemoeijelijkt zal worden. Hunne thans vermenigvuldigende zorgen tot bestrijding van steeds stijgende kosten zullen verminderen. Hunne waterloozingen zullen door krachtig werkende sluizen spuijen. Door de gedurig in de ringvaarten afloopende boezems zal geen molen meer tot stilstand worden gedwongen, wanneer er aan malen behoefte is, terwijl thans de wind vaak nutteloos door de hekken speelt.

Men zal geen overloop of doorbraak van dijken meer te vreezen hebben, noch bezorgd behoeven te zijn voor verslibbing van de sluizen, van havens en uitwateringen door de krachtig werkende verhangen in de Noordzee, langs nieuwe en verlengde stroomen. De instandhouding der veiligheid van alle werken aan dijken, havens en sluizen zal gewaarborgd zijn. Al de thans kostbare en moeijelijk in goeden staat te houden zeeweringen, worden in beschermingswerken voor den droog te houden grond in de Zuiderzee veranderd. Grooter bewijs voor de alsdan te verkrijgen veiligheid is wel niet te bedenken. De oude zeedijken, monumenten van voorouderlijke vlijt en inspanning, zullen dan eene tegenovergestelde dienst verrigten: zij zullen weelderige beemden beschermen, waar eens menig rijmelaar kwinkeleren zal!

De kamers van koophandel zullen met levendige vreugde een ontwerp omhelzen, dat door Nederlanders is ontworpen, en overwaardig, om ook door Nederlanders te worden ten uitvoer gebragt; een ontwerp, hetwelk eene levensvraag voor de financiën, den handel en de scheepvaart, fabrijken en landbouw is. Wij laten gaarne aan betere beoordeelaars, dan wij zijn, de taak over, al de voordeelen te berekenen en aan te wijzen, welke de verwezentlijking van dit belangrijk ontwerp zal ten gevolge hebben.

De waterstaat zal hare zorgen verligt vinden, omtrent zoo vele belemmerde afwateringen, in de bestrijding van kosten tot jaarlijks onderhoud aan slechts ten halve werkende middelen van zeeweringen, ter voorkoming van afspoelingen en verplaatsingen van land, welke thans zoo vele bekommeringen opleveren, en die alsdan van zelf ophouden te bestaan. Ook die waterstaat zal gaarne een plan bevorderen, waar de waterbouwkunde tot volksgeluk zal bijdragen. In den roem, dit werk te hebben helpen voltooijen, zal dit ligchaam deelen, terwijl het door ons altijd voor wenschelijk wordt gehouden, dat uit haar midden ons een commissaris worde toegevoegd, die, door zijne kunde en zijn beleid veel zal bijdragen tot bevordering van het doel, en tevens alle bestaande regten en belangen zal kunnen voorstaan, waar het zaak is, het goede met het nuttige te verbinden. Het is niet te betwijfelen, of dit ligchaam zal volijverig willen medewerken, om deszelfs alouden roem in de geheele wereld te blijven handhaven.

Het ministerie van binnenlandsche zaken zal zich verheugen, dat het overal de thans bestaande zorgen ziet wijken, die door de steeds toenemende armoede worden verwekt. De aan hetzelve gerigte rapporten van provinciale staten, zullen dan van alle kanten te gewagen hebben van bedrijvigheid en neringen, van trafijken en fabrijken.

Het ministerie van oorlog zal zijnen werkkring doelmatig uitgebreid zien, door den aanleg van verdedigingswerken aan nieuwe havens, die tot roem van de landmagt zullen kunnen verstrekken, waar de kunde onzer Genie, zonder belemmeringen, zal kunnen uitmunten in hare keuze van terrein voor vestingwerken op te werpen, waar zij blijken kan geven, eenen COEHOORN te overtreffen.

De marine zal in het bezit worden gesteld van meerdere en diepere havens, met eene onaantastbare zeehaven voor de stad Amsterdam, waar daarenboven de groote werf, thans genoegzaam slechts tuighuis en door verslibbing ontoegankelijk, weder in hare behoeften, als vroeger, zal kunnen voorzien.

Van voor de stad Amsterdam zal het grootste linieschip, onbekommerd omtrent diepgang, toegerust, gewapend en bemand, zee kunnen kiezen.

De marine zal ook hare medewerking niet ontzeggen; bij toenemende scheepvaart wakkert ook de marine aan, daar, in tijden van gevaar, de eerste de steun voor de laatste wordt, om haar wederkeerig te beschermen.

Door voorspoed en vermeerderden handel vermenigvuldigt de koopvaardij en groeit de marine aan. Hare thans karige budgetten zullen onbekrompen kunnen worden. Door meerdere koopvaardij- en meerdere oorlogschepen zal de schoone hollandsche vlag zich alom in verwijderde zeeën en havens ontrollen en golven.

De tijden kunnen komen, dat wij weder mannen als DE RUITER en TROMP noodig hebben tot verdediging van onzen handel en van onze koloniën, en dan zijn zoo veel onaantastbare havens een eerste vereischte; dit bewijzen ons de schatten, welke door onze naburen met verkwistende handen daaraan besteed worden, en die, door verwezentlijking van ons plan, voor onze marine kosteloos zullen worden verkregen.

De inkomsten van het departement van financiën zullen door spoedig vermeerderende opbrengsten, door den meerderen omloop van geld, door handenarbeid verkregen, en door de gevolgen der indijking worden vermenigvuldigd.

Het crediet van den Staat vindt eene grootere waarborg in de vermeerdering van het nationaal vermogen, in de meerdere welvaart en weelde, die de onafscheidbare trawanten van bedrijvigheid zijn.

Het departement van financiën kan eene bron in de zee, welke zoo mild voor hetzelve zal vloeijen, niet willen verstoppen.

Al deze staatsmagten, elk hunner afzonderlijk voor hare belangen naar één doel strevende, vormen een geheel, hetwelk de Hooge Regering gunstig zal doen stemmen voor een ontwerp, hetwelk onafzienbaar, zoo in dadelijke voordeelen als in de gevolgen, voor haar is. Voorzeker eene bemoediging in den druk van dure tijden, tijden van werkeloosheid en verslagenheid voor velen, eene reden van verstomming voor hen, die de krachten van het volk anders zouden willen aanwenden, dan tot werkdadige verbeteringen,—verbeteringen, te groot en te veel, daadwerkelijk en in de gevolgen, om door den grootsten staatsman in eens te kunnen omvat en omschreven worden, die in eene betere toekomst voor onze natie liggen verborgen.

De gunstige gevolgen nagaande, welke wij met zekerheid door het indijken en droogmaken van de Zuiderzee in derzelver geheelen omvang, door het daarstellen van zoo veel kanalen, door den aanbouw der gronden in die zee zullen verkrijgen, hebben ons den tegenwoordigen toestand van ons Land meer leeren kennen en doen overwegen.

Nederland is dat niet meer, wat het vroeger was, wat het nog zijn kon en zijn moest. Dat, wat de wangunst van vreemden beoogde, wat de mededinging van andere volken zocht te bewerken, is schier bereikt. Onze ontzaginboezemende magt is verdwenen; onze grootheid en invloed naar buiten zijn te niet; vele onzer koloniën zijn ons ontnomen; weg zijn onze wereldhandels-vloten, met oorlogsmagt bemand; weg is die stoute ondernemingsgeest van vroeger, die in 1814 nog eens weder herleefde; weg is onze voordeelige ligging aan de zee, waarin weleer zich rivieren loosden, welke men thans ontberen wil, en vroeger niet ontberen kon, dewijl zij door verslibbing harer beddingen en mondingen onbruikbaar worden, en door tijd en kosten verslindende kanalen zijn vervangen. Wij staan ten achteren met onze wegen van vertier—en te laat vatten wij den stoom aan, die wegen baant, zonder afstanden te kennen.

Wat moet er van Nederland worden, bij de mededinging, en bij die betere wegen van vervoer onzer naburen?

Nederland, overvleugeld door magt, bedreigd door zeeën en rivieren, doorweven van kostbare waterkeeringswerken, zoo naar binnen als naar buiten bezaaid met sluizen en wateropvoerings-werktuigen, welke in ligging, aanleg en onderhoud te kostbaar, en in uitwerking te kort schietend bevonden worden, waardoor zij hun doel misten; de gronden verachteren, en de landbouw, met de lasten daarvan bezwaard, tegen meer bevoordeelden magteloos zich zoekt te verheffen; waar ontoereikende middelen ter verbetering der hydrauliek aangewend, waar kosten tot herstel ontzien worden, en de physieke toestand niet verbetert.

Het komt ons thans meer dan immer te pas, het goed bevonden voorbeeld onzer voorouders na te volgen, en den grond aan de Zuiderzee te ontwoekeren, dien deze ons ontnam,—ja zelfs meer dan zij ons ontnam, en den herwonnen, ons ontroofd geweest zijnde grond, tot een schoone parel aan onze kroon te maken, kostelijker dan die, welke haar thans omringen.

Op dien grond, zoo vruchtbaar, zoo edel, zal onze overbevolking gedijen, die nu een last, maar dan eenen zegen wordt. Onze kinderen zullen het vaderland niet verlaten, om te vergeten, dat zij Nederlanders waren. Door aanwinst van land zullen wij onzen landbouw verbeteren, of door afwatering verrijken. De landbouw zal alsdan de middelen verschaffen, waardoor de fabrijken op vertier naar buiten kunnen werken, en met vreemden zullen kunnen concurreren, zoo doende zullen landbouw en fabrijken, geschraagd door handel en scheepvaart, wederkeerig handel en scheepvaart schragen.

Door onze verbeterde gemeenschap met de zee- en handelskanalen, door verbeterden landbouw, door bloei van op onzen grond te huis behoorende fabrijken, die geene behoeftige bevolking aankweeken, en door bloeijenden handel, zullen wij ons voor andere volken onmisbaar maken, en door het belang dat zij bij ons hebben, hen tot onze vrienden maken, en tot hunnen spijt blijven bestaan, die den ons zoo dierbaren grond gaarne zagen verslinden, om van Keulen af den Oceaan te kunnen bevaren.

Wij herhalen het, Nederland kan door inspanning van krachten, een gelukkig land worden. Het is voor hetzelve eene levensvraag, behalve de aanwinst van eene rijke provincie, verkorte gemeenschap met de zee daar te stellen, welke door mindere kosten, af- en aanvoer aanwakkeren zullen. Het is eene levensvraag om aan den gezonken handel, scheepvaart en landbouw, nieuwe bronnen van welvaart te verschaffen, daarbij den bloei van fabrijken verzekerende.

De aanwinst eener schoone en kostelijke provincie ligt in ons bereik, over welker in bezitneming, wij met geene vreemde mogendheden zullen hebben te onderhandelen; waartoe slechts de wil noodig is, om ze de onze te maken.

Deze schoone taak op ons nemende, dat grootsche werk voltooijende, daarvoor worden de inspanning van krachten en de gemaakte kosten rijkelijk vergoed, het late nageslacht zal er ons voor zegenen.

Het zal aan onze verguisde natie achting en ontzag hergeven.

De invloed zal moreel en physiek zijn: moreel omdat onze werkzame geest stof tot werk zal vinden; physiek daar onze gesteldheid alom zal verbeteren.

Wij dragen met vertrouwen op de uitvoerbaarheid een ontwerp voor, dat reeds vroeger had moeten verwezentlijkt zijn, dat door zijne gevolgen reeds nu zijnen zegen over ons land had moeten verspreiden.

Waande eens NAPOLEON den Helder tot eene oorlogs- en zeehandelshaven te kunnen verheffen, hij zag de reeds lang gebouwde wereldstad over het hoofd, waaraan alleen het Zeekanaal ontbrak, om hare veilige en onaantastbare haven te naderen, van waar zegen en voorspoed alom verspreid werd, en wederom zal kunnen verspreid worden.

Eenmaal zal alsdan door de stad, welke thans ontvloden wordt, wegens gebrek aan versche lucht, aan water en aan vertier, de Rijn kunnen stroomen, en zal hare sluimerende grootheid weder ontwaken.

Wien het geluk van Nederland ter harte gaat, en gelooft meerder voor hetzelve te kunnen verrigten, wijze iets beters aan, dan de droogmaking der van ouds genoemde Goudzee met zeehavens en kanalen, zoo onmisbaar voor landbouw, fabrijken, handel en scheepvaart, een spoorslag en ontwikkeling gevende, waardoor Neerlands crediet, roem en eer gewaarborgd worden en LEEGHWATERS spreekwoord bewaarheid:

Als het water is aan kant, Is de vijand uit ons land.

Illustration from Het eerste ontwerp voor de bedijking der Zuiderzee, 1848

Bijlage I.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings