← Table of contents
Dramas in de wolken

IV.

Reading edition

Het oogenblik van de nederdaling kan, wanneer de wind hevig is, met eigenaardige moeilijkheden en gevaren gepaard gaan. De ballon, door den luchtstroom medegevoerd, sleept dan langs den grond, komt telkens met allerlei hinderpalen in aanraking, glijdt over de toppen der boomen en langs de velden, of stoot tegen muren en huizen. Maar de ballon is zoo licht, zoo elastiek; het teenen schuitje is zoo klein in verhouding tot de massa, die het medevoert,—dat de reiziger, die er zich aan vastklemt, nu her- dan derwaarts geworpen, in zekeren zin, zonder dat hij het zelf weet, zweeft of liever voltigeert. Hij gevoelt schokken en stooten, die hem somwijlen kneuzen en kwetsen; maar zoo hij vlug en bij de hand is, zal het, in den regel, ook daarbij blijven. Door dit zoogenoemde sleepen heeft nog nooit een enkel luchtreiziger het leven verloren: het ergste is, dat hij soms een arm of een been breekt, en ook dit gebeurt zeer zelden.

Maar zoo schipbreuken met het luchtschip tot de uitzonderingen behooren, wanneer de tocht over het vaste land wordt ondernomen, met een goed materieel, en degelijke stevige werktuigen om den ballon bij de nederdaling tegen te houden:—zoodra de luchtreiziger zich boven den oceaan durft wagen, komen deze ongelukken veel meer voor.

Onder de luchtreizigers, die de ruimte boven den oceaan hebben doorkliefd, komt eene eerste plaats toe aan den heer J. Duruof. Men heeft, en niet ten onrechte, dezen onverschrokken luchtreiziger gebrek aan beradenheid en overmoedige vermetelheid verweten; men beschuldigt hem, roekelooze coups de tête te hebben uitgevoerd, zonder eigenlijk doel en zonder eenige vracht voor de wetenschap. En die beschuldiging is niet onverdiend: maar wij moeten niet vergeten, dat vermetelheid en energie nooit hare betoovering missen, ook al gaan zij niet met verstandig overleg gepaard, omdat die hoedanigheden niet zoo algemeen voorkomen, of zij moeten bewondering wekken.

In 1868 ondernam Duruof, te Calais, voor het eerst een tocht over de Noordzee, met zijn ballon Neptune, waarin hij mij eene plaats had aangeboden. Door de werking van twee verschillende luchtstroomen boven elkander, konden wij tot tweemaal toe verscheidene mijlen ver in zee gaan, en telkens weder naar het strand terugkeeren.

Den 26sten September 1869, steeg de Neptune te Monaco op, met Durouf en Bertaux; evenals te Calais, vond men boven de wolken een luchtstroom, die den ballon boven de Middellandsche zee voerde. De wolken worden vochtig, en maken den ballon welhaast zoo zwaar, dat hij als een steen naar beneden valt, in de Middellandsche zee stort, en door de golven wordt medegevoerd. Gelukkig woei, in de lagere luchtstreken, de wind landwaarts, zoodat de beide reizigers, als zeelieden in een zeilvaartuig, zonder ongeval het strand bereiken konden.

Nog eenmaal, den 31sten Augustus 1874, stijgt Duruof, van zijne jonge vrouw vergezeld, te Calais op. Hij vangt zijn tocht aan, des avonds ten zeven uur, ondanks den sterken wind, die rechtstreeks naar de zee blaast. De echtgenooten, geprikkeld door de houding van een deel van het publiek, dat hen van vrees beschuldigt, verbeelden zich dat hunne eer bij de zaak betrokken is, en willen liever de gevaren van den tocht trotseeren, dan zich aan bespotting blootstellen. De kleine, nieuw geverniste luchtballon de Tricolore zweeft over de stad Calais en het havenhoofd, en verliest zich weldra in den reeds duisteren nevel aan den gezichteinder. Na een langen nacht, zwevende op geringe hoogte boven de zee gesleten, bemerkt Duruof, bij het opgaan der zon, eenige schepen. Hij vat toen het besluit op, om den Tricolore, die door het uitwerpen van ballast gestegen was, weder naar omlaag te doen dalen. Nu begint een vreeselijke schipbreuk. Het schuitje dompelt in de golven. Mevrouw Duruof, van vermoeienis en aandoening uitgeput, blijft in de mand zitten, die nu en dan, door de geweldige golven, gansch en al wordt overstelpt. De baren breken spattend op het omkleedsel van den ballon, dat elk oogenblik dreigt vaneen te scheuren. Duruof laat den moed niet zinken. Hij ondersteunt zijne echtgenoote, spreekt haar moed in, en wijst haar op een schip, dat vast nadert, op een sloep, die in zee wordt gelaten en met kracht van riemen aanspoedt. Maar de Bladzijde 255ongelukkige jonge vrouw hoort niets meer; zij is in zwijm gevallen, en weet niet meer wat er met haar gebeurt. Nog eenige minuten, en zij zou wellicht bezweken zijn. Gelukkig wordt de sloep gevoerd door twee kloeke engelsche zeelieden, kapitein Oxley en zijn bootsman Bascombe; zij naderen eindelijk den ballon, grijpen het ankertouw, dat op de golven drijft, en willen hem nu met zich voorttrekken. Maar de Tricolore wordt door den wind opgeheven, sleept de sloep mede, en dreigt haar te doen omkantelen. Een vreeselijk oogenblik! Zullen de redders omkomen met de schipbreukelingen? Gelukkig blijken energie, moed en volharding ditmaal niet ijdel. Duruof en zijne vrouw werden gered en aan boord van het engelsche schip opgenomen.

Duruof is niet de eenige, die aldus, in het uiterste oogenblik, als door een wonder, aan den dood ontkwam. In 1785 overkwam hetzelfde aan den beroemden luchtreiziger Zambeccari, een italiaansch edelman. Hij was op den ongelukkigen inval gekomen, om de montgolfière te verbinden met den gasballon, dat wil zeggen om vuur en kruit saam te brengen. Herhaalde malen poogde hij te Bologna op te stijgen: te vergeefs. Het publiek bespotte en beschimpte hem; men schold hem een dwaas, een lafaard, een ellendeling. Den 7den September wilde Zambeccari nog eens zijn geluk beproeven; ditmaal zag hij zich, ondanks ondervonden tegenspoeden bij het vullen van den ballon, gedwongen te vertrekken, wilde hij niet door de verbitterde menigte gesteenigd worden. Na allerlei angsten en oponthoud, werd de tocht eindelijk te middernacht aanvaard. Zambeccari was vergezeld van twee getrouwe vrienden, Andreoli en Grassetti. In de duisternis verloren, in het schuitje neergehurkt, afgemat en uitgeput, hadden zij bitter van de scherpe kou te lijden. Tegen twee uur in den morgen meenden de reizigers het ruischen der zee te hooren. Het was zoo donker, dat zij zelfs den barometer niet konden waarnemen. Na een uur van angstige spanning, ontdekten zij, dat zij slechts eenige ellen boven de golven der Adriatische zee zweefden.

Bij het opgaan der zon bespeurt Zambeccari in de verte den oever. Maar plotseling keert de wind en voert den ballon weder naar de open zee, dat wil zeggen, naar het verderf, terug! Daar vertoonen zich ettelijke schepen; maar de nog onbekende machine is voor de schepelingen een voorwerp van schrik: zij verwijderen zich zoo snel mogelijk. Echter heeft de gezagvoerder van een dezer schepen medelijden met de schipbreukelingen gekregen. Ten acht uur in den morgen worden de luchtreizigers aan boord opgenomen: Grassetti geeft ter nauwernood nog teekenen van leven; Zambeccari en Andreoli hebben welhaast hun bewustzijn verloren.

Eenige jaren later werd Zambeccari het slachtoffer van zijn moed en, wij moeten het erkennen, van zijne onvoorzichtigheid. Bij eene opstijging te Bologna, op den 21sten September 1812, vatte zijn ballon in de lucht vuur en verbrandde. Men vond van Zambeccari niets meer dan een vreeselijk geschonden, half verkoold lijk.

Uit deze voorbeelden, die wij nog met vele anderen zouden kunnen vermeerderen, blijkt, dat luchtreizigers meermalen, met meer of minder goed gevolg, in zee zijn nedergekomen. Sommigen hebben daarbij den dood in de golven gevonden; anderen dankten hunne redding uitsluitend aan de tijdige verschijning van een schip of vaartuig. Deze reizen zijn doorgaans louter proeven van roekelooze vermetelheid, zonder eenig belang voor de wetenschap; toch zouden zij voor de studie der meteorologie zeer nuttig kunnen zijn, indien zij met de noodige voorzorgen geschiedden, indien de ballons voorzien waren van toestellen, die den luchtreiziger in staat stelden, eenigen tijd boven de oppervlakte der zee te blijven zweven, om de komst van een schip af te wachten, zonder gevaar te loopen door hevige winden te worden medegevoerd.

De heer Sivel, een onzer beroemdste luchtreizigers, die bij den tocht met den Zenith zoo jammerlijk aan zijn einde kwam, heeft meermalen luchtreizen boven de zee ondernomen, en een middel gevonden om de kansen op een ongeluk zooveel mogelijk te verminderen. Hij hechtte aan zijn schuitje een lang touw, aan het uiteinde voorzien van een soort van grooten linnen zak, die zich met water vult, daardoor den luchtbol tegenhoudt, en den reiziger de gelegenheid geeft om, in betrekkelijke veiligheid, de komst van een vaartuig af te wachten. Zoo de reiziger zijn tocht wenscht voort te zetten, kan hij, door middel van een touwtje, onder aan den zak bevestigd, dezen omkeeren en laten leeg loopen.

Den 19den Augustus 1874 is de heer Sivel, die reeds vroeger, in de golf van Napels, met goed gevolg zijn toestel had gebruikt, te Kopenhagen opgestegen, met een sterken noordwestenwind, die het mogelijk maakte een poging te beproeven, om over de Sund naar Zweden te komen. Maar omstreeks het midden der zeeëngte draaide de wind naar het noorden. De heer Sivel is niet alleen: drie passagiers hebben den tocht mede willen maken: hij mag zich dus niet moedwillig aan het gevaar blootstellen. Hij opent de veiligheidsklep van zijn ballon; hij nadert de zee; werpt zijn touw uit, voorzien van den ankerzak; deze vult zich met water; de ballon blijft gevangen boven de golven zweven. Zoo worden de reizigers, ongeveer een uur lang, door de bries heen en weder gewiegd, op eene hoogte van omstreeks honderd el boven de zee.

Weldra klieven twee loodsbooten de golven, vergezeld van drie visschersschuiten; de zeelieden grijpen de touwen, die uit het schuitje van den ballon hun worden toegeworpen; zij trekken het gevaarte naar beneden, tot op het dek van het schip; daar wordt de ballon opengescheurd en aanstonds geledigd; de reizigers keeren naar land terug, en besluiten aldus hunne luchtvaart met een zeetochtje.

Zoo als men ziet, is deze wijze van nederdaling in zee zeer eenvoudig, zeer afdoende en zeer praktisch. Welke verbeteringen zouden onze ballons niet kunnen ondergaan, indien onze wetenschappelijke mannen, onze ingenieurs, zich eens ernstig met dit onderwerp wilden bezighouden! Niet alleen moeten de ballons ons de wetten doen kennen, die de bewegingen van den luchtoceaan beheerschen; niet alleen moeten zij een Bladzijde 256nieuw licht werpen op onze kennis van de atmosfeer; maar zij kunnen ook eene gewichtige rol spelen bij de verdediging des lands. Welke vorderingen ook de wetenschap der aërostatiek in de toekomst maken moge, niet licht zullen de diensten vergeten worden door de luchtballons tijdens het beleg van Parijs bewezen.

Duruof en zijne echtgenoote in het Kanaal.
Duruof en zijne echtgenoote in het Kanaal.

Duruof en zijne echtgenoote in het Kanaal.

Evenmin zullen de geïmproviseerde koeriers van de toenmalige luchtpost hunne tochten boven de pruissische liniën vergeten. Voor mij althans wischt zich de herinnering mijner vroegere luchtreizen uit, bij de gedachte aan mijn vertrek uit het belegerde Parijs, in het schuitje van den kleinen ballon de Céleste, waarmede ik, den 30sten September 1870, opsteeg, zonder eenig ander gezelschap dan drie postduiven.

Eenige dagen te voren had de heer Duruof de luchtpostdienst geopend, door met zijn ballon de Neptune, van de place Saint-Pierre, te Montmartre, op te stijgen. De volgende dagen waren nog twee ballons opgestegen. Ook ik werd aangewezen, en ik verliet de gasfabriek van Vaugirard, bij het bulderen der kanonnen, dat uit de verte als een doffe donder weerklonk.

Mijn ballon steeg langzaam omhoog. Het duurde een poos, eer ik de gasfabriek van Vaugirard en de groep mijner vrienden, die mij met de hand groeten, uit het oog verlies; ik wuif in antwoord met mijn hoed; maar weldra breidt de horizon zich uit. In al zijne uitgestrektheid ligt Parijs, ernstig, plechtig, onafzienbaar, diep beneden mij; de bolwerken der fortificatiën vormen als een krans om de groote stad; dáár, dicht bij Vaugirard, bespeur ik den rook der batterijen, wier machtig dof gebrul, als een akelige lijkzang, mijne ooren treft. De forten van Issy en Vanves zien er uit als vestingwerken in miniatuur; weldra zweef ik over de Seine, boven het eiland Billaucourt. Bladzijde 257

Het is tien minuten voor tien uur in den morgen. Ik bevind mij op eene hoogte van duizend el; ik kan mijne oogen niet afwenden van het hartverscheurend schouwspel beneden mij, waarvan de herinnering nimmer, uit mijn geheugen wijken zal. Ik herken ze niet meer, die lachende, levendige, bevallige omstreken van Parijs; die Seine, steeds door tallooze vaartuigen doorkruist, wier wateren spatten onder den maatslag der riemen. Wat ik nu zie, is een woestijn, een naakte, treurige, huilende wildernis. Geen wandelaar of reiziger op de wegen, geen enkel rijtuig, geen enkele spoortrein. De vernielde bruggen maken den indruk van verlaten ruïnen. De eenzame Seine stuwt treurig hare wateren voort door de verwoeste velden. Niets, niets, niets; de verlatenheid van het kerkhof. Het kost eenige moeite, zich voor te stellen dat daar binnen die muren werkelijk twee millioen menschen als gevangenen leven.

Het overbrengen van een ballon naar het kamp van Chilleurs.
Het overbrengen van een ballon naar het kamp van Chilleurs.

Het overbrengen van een ballon naar het kamp van Chilleurs.

Weldra voert de wind mij over Versailles: en het tooneel verandert nu eensklaps. Eene menigte volks beweegt zich door de straten der stad, in den tuin van het kasteel; aan alle kanten vertoonen zich pruissische soldaten. Met mijn verrekijker gewapend, zie ik de officieren, die uit Trianon komen en hunne lorgnetten op mij richten. Het hart klopt mij van toorn en verontwaardiging, als ik de duitsche uniformen zie op het Tapis-Vert, op dat prachtige grasperk, sedert de dagen van Lodewijk XIV, door alle beroemde mannen van Frankrijk betreden.

Verder zie ik een pruissisch kamp, verscholen in het midden van een bosch, waarvan men de boomen heeft omgehouwen om ruimte te verkrijgen voor leemen hutten, tot verblijf voor de soldaten bestemd, die door het dichte gebladerte aan het oog der bespieders worden onttrokken, maar niet verborgen kunnen zijn voor dat van den luchtreiziger, die hen uit de wolken gadeslaat. Men richt eenige geweerschoten op mij; maar ik zweef hoog in de lucht, zestienhonderd el boven den grond: eene hoogte, waarop de kogels van het naaldgeweer niet bijster te vreezen zijn. Mijn broeder, die ook, op den 14den October 1870, met een ballon uit de belegerde stad is opgestegen, is mede over zulk een pruissisch kamp heengegaan, dat in het woud van Armanvillers was opgeslagen. Hij heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt, om haastig een schets van het tooneel te ontwerpen.

Welhaast begon het te Parijs aan bekwame en ervaren luchtreizigers te ontbreken. Men nam toen zijne toevlucht tot bereidvaardige mannen, tot kloeke zeelieden, tot ondernemende jongelui, die den moed hadden een luchtreis te aanvaarden, zonder immer de kunst der aërostatiek geleerd te hebben, en die er toch niet tegen opzagen de benauwde stad te verlaten, somwijlen bij fellen wind, en zeer dikwijls te midden der nachtelijke duisternis: dit laatste ten einde te beletten dat de vijand de richting van den ballon waarnam, en hem, door het vooruitzenden van telegrammen, bij zijne nederdaling liet opwachten.

Het is niet te verwonderen, dat, onder zulke omstandigheden, veelvuldige ongelukken zijn voorgekomen.

De ballon Bretagne, met den heer Cuzon, werd bij zijne nederdaling te Verdun door den vijand overmeesterd; de reizigers werden gevangen genomen en zeer ruw bejegend. De Galilée, met den heer Husson, de Daguerre, vielen evenzeer in ’s vijands handen; de Ville de Paris, met de heeren Delamarne en Morel, de Général Chanzy, met den luchtreiziger Werrecke, die in Duitschland nederkwamen, ondergingen natuurlijk hetzelfde lot. Van de vier-en-zestig postballons, die gedurende het beleg uit Parijs zijn opgestegen, hebben de Pruissen er echter niet meer dan vijf opgevangen; maar de geweldige wind was dikwijls voor deze luchtpost zeer noodlottig.

De matroos Prince en de soldaat Lacaze, van Parijs vertrokken, de eerste ten elf uur des avonds van den 30sten November 1870, de ander ten drie uur in den Bladzijde 258morgen van den 27sten Januari 1871, werden naar den Atlantischen oceaan gevoerd; enkele verschrikte toeschouwers hebben hen van verre, naar de zijde der zee, zien verdwijnen, helaas! om nooit meer terug te keeren. Niemand zal immer te weten komen, op welk punt de golven van den oceaan zich boven deze twee martelaren hunner toewijding aan het vaderland hebben gesloten; niemand, hoe lang en bang hun doodstrijd is geweest!

Andere luchtreizigers, gedurende het beleg opgestegen, zijn niet dan door een wonder aan den dood in de golven ontsnapt. Den 30sten November 1870, bij het aanbreken van den dag, bespeuren de heeren Martin en Ducauroy, den vorigen avond ten half twaalf vertrokken, dat hun ballon boven de zee zweeft, en dat zij naar den Atlantischen oceaan gevoerd worden. Maar weldra vertoont zich een klein eiland te midden der golven: Belle-Ile en-Mer. De luchtreizigers laten zich op dat eiland neder, wat niet zonder moeite en gevaar gelukt, en zij komen te recht dicht bij het huis, waar generaal Trochu geboren werd. Eenige dagen vroeger was een andere ballon nedergedaald aan de uiterste punt van Noord-Holland.

Maar de zonderlingste tocht, gedurende het beleg van Parijs in een ballon volbracht, is zeker wel die van de heeren Rolier en Bezier, die beiden nieuwelingen in het vak waren. Den 24sten November, des avonds ten elf uur veertig minuten, stegen de beide reizigers, met den post-ballon de Ville d’Orléans, te Parijs op. Bij het opgaan der zon bemerken zij, tot hun onuitsprekelijken schrik, dat zij boven de zee drijven. Vergeefs laat Rolier den ballon naar de oppervlakte der wateren dalen, vergeefs roept hij om hulp: een schip poogt den ballon te bereiken, maar deze wordt in de lucht vrij wat sneller medegevoerd, dan zich het schip door het water bewegen kan: hij verwijdert zich al verder en verder: alle hoop op redding schijnt vervlogen, en de beide luchtreizigers meenen niet anders dan dat hun laatste uur gekomen is. Inmiddels verdikken zich op nieuw de wolken en nevels; tevens raakt de voorraad ballast uitgeput. De luchtreizigers zijn verplicht, want de ballon daalt met toenemende snelheid, een zak met depèches over boord te werpen. De luchtbol, daardoor zestig pond lichter geworden, verheft zich eensklaps, en de stroomingen in de bovenlucht drijven hem naar het noorden, op eene hoogte van ruim drieduizend el, te midden van dichte wolken, die weldra tallooze ijskegels doen ontstaan. Het duurt niet lang of de geheele oppervlakte van den ballon is met ijs overdekt, en door dit steeds toenemend gewicht wordt hij onwederstaanbaar naar beneden getrokken. Nu schijnt het voor goed gedaan. Maar in lager streken gekomen, worden de wolken dunner en doorzichtiger: en tot hunne onuitsprekelijke verbazing zien de beide luchtreizigers onder zich een onmetelijk dennenwoud, stralende in al de pracht van smettelooze sneeuw. De luchtbol daalt neder midden in eene wijde vlakte, met eene dikke laag sneeuw bedekt. Zoo als later bleek, waren de reizigers in het hart van Noorwegen, driehonderd-vijftig mijlen ten noorden van Christiania, zestienhonderd-vijftig mijlen ten noorden van Parijs: zij hadden dien ontzaglijken afstand in veertien uren afgelegd: dat wil zeggen, met eene snelheid van honderd-twaalf mijlen in het uur!

Hoewel de ballons het mogelijk gemaakt hebben, gedurende het beleg van Parijs, de gemeenschap met het overige des lands te onderhouden, hadden zij toch niet minder gewichtige diensten kunnen bewijzen als zoogenoemde vaste of gevangen ballons, bestemd om aan de voorposten, van uit de lucht de bewegingen des vijands gade te slaan. Terwijl het leger van de Loire te Orleans werd georganiseerd, werd een kompagnie van militaire luchtreizigers (aérostiers) opgericht. Duruof en Bertaux kregen last, den eersten militairen ballon te vullen. Mijn broeder en ik voegden ons weldra bij hen, en wij ontvingen bevel, onzen ballon, geheel gevuld, naar de voorposten van het kamp van Chilleurs over te brengen. Honderd-vijftig mobielen hielden de vier touwen vast, waardoor de luchtbol verhinderd werd op te stijgen. In het schuitje gezeten, bestuurden wij deze manoeuvre van eene nieuwe soort. Het kamp van Chilleurs was ver weg; de wind was hevig en ons tegen; het vervoer kon niet dan zeer langzaam geschieden. Het werd nacht; de maan kwam op. Enkele boeren kwamen toeloopen, en beschouwden met verbazing den ballon, wiens donkere massa zich reusachtig afteekende tegen den helderen nachtelijken hemel, en die met inspanning van alle krachten werd voortgetrokken door eenige groepen mannen, aan de touwen hangende, die van het schuitje afdaalden.

Na zeer veel moeite en inspanning werd de ballon, door een kouden ijzigen wind, in stukken gescheurd: al onze arbeid was dus vergeefs geweest. In allerijl werd nu een tweede ballon gevuld, en gereed gehouden om te vertrekken, met den ballon van Duruof. Deze ballons werden, bij de inneming van Orleans, nog maar te nauwernood uit ’s vijands hand gered. In het laatste uur werden zij haastig, met de luchtreizigers, in een spoorwegwagon naar Mans en verder naar Laval gebracht—helaas! slechts om getuigen te zijn van nieuwe rampen....

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings