PINXTER-ZANG, OP DE STEM VAN DEN C PSALM.
Reading edition
Komt, komt, o driemaal Heilge Geest! Ei, zegent onze Pinxter-feest; Komt, tortel-duif van 's Hemels dak, En brengt ons den olijven-tak! Vertrooster, brengt ons Kristus' vreê, En neemt in ons geweten steê! Geest Gods, maakt onzen geest gewis, Dat God ons aller Vader is. [Pg 96b] O vinger Gods, die 't steenen hert Vermorzelt, dat het wakker[1] werd[2], En Kristus' wet, die eeuwig blijft, In ons gemoed en zinnen schrijft! O gij, die onbegrijplijk zijt! Ons hert tot uwen tempel wijdt! Die onze inwendigheid herschept, En lust bij ons te wonen hebt. Komt, Hemel-dauw! en overstort 't Gemoed, onvruchtbaar en verdord; O stroom des levens! o fontein! Bevochtigt ons en maakt ons rein. Komt, Godlijk vier! en steekt voortaan Ons koude ziel met ijver aan! Komt, heilig vier! verteert, verslindt, Al wat in ons nog 't vleesch bemint. Gij, wind des Heeren! leidt doch meê Des zielen schip in 's werelds zee: Op dat zij, vrij van schip-breuk, dan Lande in 't beloofde Canaän!