← Table of contents
De Belgische omwenteling

DERDE HOOFDSTUK. (continued 2)

Reading edition

De Antwerpsche episode is een diep treurig en onnoodig nastuk geweest op de gebeurtenissen van September. De prins draagt voorzeker niet de geheele schuld. Ook de koning, die hem in een zoo dubbelzinnige positie had geplaatst, gaat niet vrij uit. Zijn besluit van 4 October erkende de omwenteling niet, en liet alles voortvloeien uit de vóór de nederlaag te Brussel door hem uitgevaardigde stukken. Het was zeer de vraag of deze houding nog tot iets leiden kon, maar zij was in ieder geval volkomen correct. Met zijn brief van den 13den evenwel verliet de koning zelf het gebied van de legaliteit. Beschouwde hij de door hem tegen den 18den te 's-Gravenhage uitgeschreven vergadering der Staten-Generaal als wettig, dan was er geen sprake van dat een Belgische vergadering de souvereiniteit over het Zuiden zou kunnen wegschenken. De prins evenwel ging nog veel verder dan de koning hem in zijn brief toestond: hij wachtte het aanbod der souvereiniteit niet af, maar deed een opzienbarende poging om zulk een aanbod uit te lokken. Zijn hierop gevolgde verloochening door Willem I, de allerheftigste afkeuring van zijn daad door het Noorden, zijn onmacht tegenover Chassé, de volslagen hulpeloosheid van zijn toestand, die geen uitweg overliet dan een vertrek naar den vreemde, maakten het den Belgen duidelijk dat men, door hem te kiezen, een groote dwaasheid zou begaan. Men zou zich, voor een niet te berekenen tijd, in een hoogst onzuivere verhouding hebben gesteld tegenover hetzelfde Noorden waarvan men zoo nadrukkelijk wenschte gescheiden te zijn. Iemand die op een wenkbrauwfronsen van den koning van Holland de vlucht nam, kon geen koning van België wezen. Het Congres, dat den 10den November bijeenkwam, sprak den 24sten daaraanvolgende met 161 tegen 28 stemmen167) de vervallenverklaring van het „huis Nassau” uit. Den 18den was, met algemeene stemmen, de onafhankelijkheid van België geproclameerd; den 22sten had de vergadering, met 174 tegen 13 stemmen, den monarchalen regeeringsvorm aangenomen.

Welken koning België nu kiezen zou, hing niet alleen van eigen voorkeur, maar ook van de goedkeuring van Europa af. Tegelijk met zijn besluit van 4 October had Willem I de hulp van de onderteekenaars der artikelen van Londen ingeroepen om de rust in de zuidelijke provinciën gewapenderhand te herstellen168). Maar het Europa van 1830 was dat van 1814 niet meer. Toen het verzoek van Willem I ontvangen werd, was Engeland reeds met Frankrijk overeengekomen, de Belgische zaak in gemeen overleg te regelen en zoo mogelijk zonder gewapende tusschenkomst. Engeland waarborgde zijn mede-onderteekenaars van 1814, dat België niet aan Frankrijk zou komen; het waarborgde Frankrijk, dat die mede-onderteekenaars niet eenzijdig in België zouden intervenieeren. Men gaf dus aan Willem I ten antwoord, dat niet de vier, maar de vijf mogendheden bereid waren de Belgische zaak te regelen langs vreedzamen weg169). Den 21sten October nam Willem I dit aanbod aan, en verzocht in de eerste plaats om de bemiddeling van een wapenstilstand170). Nadat de conferentie van Londen, die den 4den November haar werk begon, dezen wapenstilstand inderdaad bewerkt had, sprak zij 20 December het beginsel der „toekomstige onafhankelijkheid van België” uit en stelde 20 Januari 1831 de voorwaarden van scheiding tusschen België en Holland vast: herstel van Holland binnen de grenzen van 1790; de rest van het koninkrijk der Nederlanden zal, met uitzondering van het groothertogdom Luxemburg, een neutralen staat België vormen. Den 27sten Januari sloeg de conferentie voor, dat deze staat België met 16/31 der Nederlandsche schuld zou worden belast, en bepaalde dat geen koning van België door de vijf mogendheden zou worden erkend, die de voorwaarden van 20–27 Januari niet aannam, en ook uit anderen hoofde door de mogendheden geschikt werd geoordeeld171). De conferentie kwam hierdoor in strijd met het Congres, dat reeds op Luxemburg, Maastricht en Staats-Vlaanderen aanspraak had gemaakt, en den 19den Januari besloten had tot de koningskeuze over te gaan zonder de mogendheden om advies te vragen. Den 1sten Februari protesteerde dus het Congres met 163 tegen 9 stemmen tegen de voorwaarden van 20 Januari; den 3den Februari koos het den hertog van Nemours tot koning, niettegenstaande Louis Philippe van te voren gewaarschuwd had dat hij zijn zoon niet zou kunnen geven; evenwel was de keuze hem welkom, in zooverre zij die van concurreerenden candidaat, den hertog van Leuchtenberg, zoon van Eugène de Beauharnais, onmogelijk maakte. Den 7den Februari weigerde de conferentie, den nieuwgekozen koning te erkennen. België had dus alles gedaan, om de mogendheden tegen zich in te nemen; tegelijk begon de langdurige regeeringloosheid haar gevolgen te doen gevoelen in een ergerlijke wanorde binnenslands. Velen in Europa gingen twijfelen aan de mogelijkheid van een onafhankelijken Belgischen staat; belustheid op een verdeeling van België maakte bedenkelijke vorderingen. Deze omstandigheden zijn gewis niet zonder invloed geweest op de houding van Willem I, die den 18den Februari in de voorwaarden van 20–27 Januari gaaf toestemde. Hij erkende dus België's onafhankelijkheid (waartegen hij na de beslissing van 20 December nog had geprotesteerd), maar op het oogenblik, dat deze onafhankelijkheid twijfelachtig scheen te worden.

Toch is België uit de moeilijkheid gered: den 24sten Februari koos het zich een regent; de orangistische bewegingen, die in Februari en Maart plaats hadden, werden gemakkelijk onderdrukt, en het inzicht der bestuurders (bovenal van Joseph Lebeau) greep het eenig middel aan, om zich tegenover Europa in een betere positie te plaatsen. Tot dusver had men veel te uitsluitend heul gezocht bij Frankrijk, dat bij de vernietiging van het koninkrijk der Nederlanden een zoo duidelijk belang had; maar Frankrijk had Europa te ontzien. Een Fransche candidatuur was voor Europa onaannemelijk; die van een of ander Belgisch onderdaan zou nimmer alle Belgen vereenigd hebben. In April besloot het ministerie van den regent, de keus te bevorderen van Leopold van Saksen-Coburg, nadat men zich verzekerd had, dat deze keus België den steun van Engeland bezorgen zou tot het verkrijgen van gunstiger voorwaarden dan die van Januari. Den 4den Juni werd, met 152 tegen 43 stemmen, prins Leopold tot koning van België verkozen; den 26sten Juni werden de door België verworpen voorwaarden van Januari door andere vervangen: de „achttien artikelen”, die de mogelijkheid openlieten eener verwerving van Luxemburg en Maastricht, en aan België alleen de schuld oplegden die het vóór de vereeniging had gedragen, benevens een aandeel in de sedert 1815 door het koninkrijk der Nederlanden aangegane schuld. Den 27sten Juni nam Leopold de kroon van België aan, op voorwaarde dat het Congres de achttien artikelen zou aannemen, wat het den 9den Juli met 126 stemmen tegen 70 deed; onmiddellijk kwam Leopold over en aanvaardde de regeering. Het antwoord van Willem I was de tiendaagsche veldtocht, die tot een herziening der voorwaarden van 26 Juni leidde. Die veldtocht was een harde les, die België wel gebruiken kon: het overschatte niet weinig zijn eigen krachten. De aanneming der achttien artikelen door het Congres geschiedde op verzekering van den minister Lebeau, dat men zonder eenigen twijfel Maastricht en Luxemburg zou bekomen172); dat Willem I de artikelen zou afwijzen heette geen bezwaar: men had hem slechts te verslaan; Holland was „de lafste natie van Europa”173). De lafste natie gaf eerlang antwoord aan de... welbespraaktste. België, dat niet dan met moeite overreed was de achttien artikelen van Juni aan te nemen, moest zich nu tevreden stellen met de vier-en-twintig artikelen van 15 October, die haar slechts half Luxemburg bezorgden, en de grens in Limburg bepaalden gelijk die nu is. De kamer gehoorzaamde den 1sten November met 59 tegen 38 stemmen; den 15den November erkenden de mogendheden den Belgischen staat. Door Willem I opgehouden, die niet ophield aan een restauratie te denken, is Holland eerst acht jaar later hiertoe overgegaan.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings