← Table of contents
Abraham Lincoln geschetst in zijn leven en daden

HOOFDSTUK I.

Reading edition

De voorouders van Lincoln.—Zijne geboorte.—Zijne ouders.—Verandering van woonplaats.—Dood zijner moeder.—Zijn leeslust.—Hij wordt praamschipper.—Vertrek naar Illinois.—Hij staat bekend als „de brave Bram”.—Hij neemt als vrijwilliger dienst.

Abraham Lincoln werd op den 12den Februarij 1809 in geringe omstandigheden geboren, en wel in dat gedeelte van het graafschap Hardin, in den staat Kentucky, hetwelk later met het graafschap Larue vereenigd is. Even als dit met Jackson, Clay, Webster en anderen, wier namen eene eervolle plaats in de geschiedrollen van Amerika beslaan, het geval was, werd ook hij in zijne jeugd in den smeltkroes van armoede en ontbering gelouterd—een smeltkroes, waaruit wij als schuim of als goud te voorschijn komen. Thomas Lincoln, zijn vader, en Abraham, zijn grootvader, waren geboren in het graafschap Rockingham, in den staat Virginië, werwaarts hunne voorouders, die vroeger in het graafschap Berks, in den staat Pensylvanië, woonden, verhuisd waren. Het is moeijelijk om het spoor van zijn geslacht verder te volgen. De Lincolns behoorden oorspronkelijk tot de Kwakers, maar schijnen zich naderhand aan alle gemeenschap met die secte onttrokken te hebben. De grootvader van den man, wiens levensgeschiedenis wij in dit werkje willen mededeelen, Abraham genaamd, had vier broeders: Isaac, Jacob, John en Thomas. Isaac zette zich met der woon neder op eene plaats digt bij de grensscheiding van Virginië, Noord-Carolina en Tennessee, waar zijne afstammelingen thans nog wonen. De nakomelingen van Jacob en John houden zich nog in Virginië op. Thomas verhuisde naar de wildernissen van Kentucky en stierf later in dien staat, waarop zijne afstammelingen nog verder westwaarts, naar Missouri, trokken.

In het jaar 1780 begaf hun broeder Abraham zich met zijn gezin naar Kentucky en zette zich neêr in eene streek lands te midden der eenzame bosschen. Gewapend met het wachtwoord van den pionnier: »Hoop en noeste arbeid”, vatte hij het voornemen op om voor zich eene geschikte en blijvende woonplaats in te rigten te midden der wildernis, die alleen door wilde dieren bewoond en door Indianen bezocht werd. De uitvoering van dit plan ging met belangrijke persoonlijke gevaren gepaard, welke nog grootelijks vermeerderd werden door de eenzaamheid der plaats, die hij tot zijne woning gekozen had. Hij was nog niet lang op zijne nieuwe woonplaats geweest, of hij moest reeds deelen in het lot, dat honderden pionniers in die dagen getroffen heeft. Een bloeddorstige wilde vermoordde hem, terwijl hij op eenigen afstand van zijne hut aan het werk was, en zijn gescalpeerd lijk werd den volgenden morgen door zijn diepbedroefd gezin gevonden.

Dat was een zwaar verlies voor zijne weduwe, die nu met hare drie zonen en twee dochters alleen in de wildernis achter moest blijven. Armoede noodzaakte het gezin om uit elkander te gaan, en alle kinderen, behalve Thomas, namen afscheid van hunne zwaarbeproefde moeder, om ergens anders een goed heenkomen te zoeken. De tweede zoon verhuisde naar Indiana en de overige naar andere gedeelten van Kentucky. Thomas, de jongste zoon, was ten gevolge van de behoeftige omstandigheden, waarin zijne moeder verkeerde, van der jeugd af een zwervende knaap en groeide zonder opvoeding op. Hij had het in het schrijven zoo ver gebragt, dat hij zijn naam kon zetten. In het jaar 1806, in zijn acht en twintigste jaar, kwam hij eindelijk in Kentucky terug en trouwde met Nancy Hanks, de moeder van het onderwerp dezer levensbeschrijving. Thomas Lincoln en zijne vrouw waren eenvoudige lieden; zij behoorden tot de Baptisten en hadden beiden het voorregt eener goede opvoeding moeten missen. Nogtans wist Thomas de waarde van eene betere opvoeding, dan die hij zelf genoten had, op prijs te stellen, en was niet ontbloot van dien eerbied, welke uit de erkentenis van de meerdere verstandelijke begaafdheden van anderen voortspruit. Hij was bovendien een arbeidzaam, opgeruimd, goedhartig man. Zijne vrouw bezat een goed oordeel, een gezond verstand en eene kinderlijke vroomheid, en was bovendien eene uitstekende hulp voor een boschbewoner van Thomas Lincoln's stempel, en eene moeder, wier vroomheid en liefde een grooten invloed op het lot harer kinderen moeten uitgeoefend hebben. Te regt zegt de dichter:

„Al kiest gij zelf uw levenslot, Één is er, die 't bestuurt:—'t is God.”

Maar hoe die God zich daartoe van het hart en de hand eener moeder bedient, is in het leven van iederen mensch duidelijk. Van de wijze, waarop eene moeder hare kinderen opvoedt, is hun geheel volgend levenslot vaak afhankelijk.

Drie kinderen waren de vrucht van dit huwelijk—eene dochter, een zoon, die reeds vroeg stierf, en Abraham. De zuster van Abraham, die ouder was dan hij, bereikte den volwassen leeftijd en trouwde, maar is sedert lang zonder kinderen gestorven, zoodat het onderwerp dezer levensbeschrijving bij zijn dood broeder noch zuster meer had.

Tegelijk met zijne zuster werd Abraham eerst naar school gezonden, toen hij den leeftijd van zeven jaren bereikt had. Maar deze weg tot het verkrijgen van kennis moest door den jongen Lincoln reeds verlaten worden, toen hij er nog maar weinige schreden op gedaan had, daar zijn vader kort daarop naar een anderen staat verhuisde. Thomas Lincoln schijnt tot deze verandering van woonplaats bewogen te zijn door een onverbiddelijken afkeer van de slavernij, welke gruwel hem reeds vroeg tegen de borst stuitte, ofschoon hij zelf door geboorte en afkomst tot het Zuiden behoorde. Eene vroege bekendheid met de onheilen, waarmede de klasse van menschen, waartoe hij behoorde, door den invloed van die »eigenaardige instelling” bedreigd werd, gepaard aan eene onafhankelijkheid van geest, die zich verzette tegen de diepe vernederingen, welke hij als een »arme blanke” zou moeten ondergaan, als hij daar bleef, waar de slavernij in al hare strengheid gehandhaafd werd, dreven hem telkens meer noordwaarts, totdat hij eindelijk in den herfst van 1816 een kooper voor zijne pachthoeve vond en uit den staat Kentucky, waar de slavernij toen nog heerschte, naar het woeste en onbebouwde, maar vrije Indiana verhuisde. Hij werd daarbij vergezeld door zijne vrouw, zijne dochter en zijn zoon, welke laatste nu zeven en een half jaar oud was. Het oord, waarin de rondzwervende pionnier zich nu wilde vestigen, was in het graafschap Spencer, in den staat Indiana.

Zoodra de koop gesloten was, begaf Thomas Lincoln zich alleen naar Indiana, ten einde aldaar eene plaats voor eene nieuwe woning uit te kiezen om er dan later zijn gezin heen te brengen. Daar hij eenige kennis van het timmeren had, vervaardigde hij eene praam om daarmede de weinige meubelen, die hij bezat, naar den noordelijken oever van de rivier den Ohio over te brengen. De kleine Bram was hem daarbij zoo veel mogelijk behulpzaam. De praam was spoedig gereed; en de pionnier riep nog een laatst vaarwel toe aan zijn Abraham, die op den oever naar hem stond te kijken, en was spoedig uit het gezigt verdwenen. Hij stapte aan wal bij Thompson's Veerhuis, welke plaats het digtst bij de plek lag, waar hij zich met der woon dacht te vestigen. Het district, waarin hij zijne hut wilde bouwen, werd nog slechts door weinige kolonisten bewoond, en het was uiterst moeijelijk om er te komen. Het werd eindelijk zoo erg, dat hij genoodzaakt was om zich door het digtste der bosschen een pad te banen door middel van het omhakken der boomen. Het kostte dan ook verscheidene dagen om een afstand van vijf uren gaans af te leggen. Thomas Lincoln plagt in lateren tijd wel eens te zeggen, dat die reis van Thompson's Veerhuis naar het graafschap Spencer de moeijelijkste taak van zijn moeijelijk leven geweest was.

Nadat de pionnier eene plaats voor zijne nieuwe woning uitgekozen had, keerde hij te voet naar Kentucky terug, terwijl hij de zorg voor zijne goederen aan een zijner nieuwe buren in Indiana opdroeg. De toebereidselen om zijn gezin daarheen over te brengen waren spoedig voltooid, en de landverhuizers ondernamen hunne reis, op drie paarden gezeten, Mrs. Lincoln en hare dochter op het eene, Abraham op het andere, en het hoofd des gezins op het derde.

Na eene vervelende reis van zeven dagen door streken, die bijna nog niet bewoond waren, terwijl de aarde hun des nachts voor bed, de hemel voor dak moest dienen, kwamen zij eindelijk op de plaats hunner bestemming aan. Een bijl werd den jongen in handen gegeven, een buurman hielp ook, en binnen weinige dagen was er eene opene ruimte gemaakt, groot genoeg om daarop eene hut te bouwen. Al spoedig was er ook door de onvermoeide werkzaamheid van Thomas Lincoln eene woning opgerigt, die eene oppervlakte van omstreeks achttien vierkante voeten had. Deze was zamengesteld uit boomstammen, die op de gebruikelijke wijze aan elkander verbonden waren, namelijk door middel van kepen, terwijl de reten, die er nog overgebleven waren, met takken en aarde aangevuld waren. Daarop werden er een bed, een tafel en vier stoelen van ruwe planken gemaakt, en zoo was dan de nederige woning gereed om hare bewoners te ontvangen. De hut bestond uit slechts één vertrek, ofschoon de planken, die op de ruwe dwarsbalken gelegd waren, een soort van zolder vormden. Op dezen zolder, welke tot slaapsalet voor Abraham bestemd was, kon men alleen door middel van een ladder komen. Wij twijfelen echter, of een verkwikkender slaap of een aangenamer rust dan de toekomstige President der Vereenigde Staten in deze nederige woning smaakte, na die vermoeijende dagen, waarop hij zich met houthakken bezig gehouden had, ooit aan het meest vertroetelde kind der weelde ten deel gevallen is.

Ofschoon Abraham gedurende den winter ijverig bezig was met houthakken, en het overige van zijn tijd aan oefeningen in het lezen toewijdde, was hij tevens genoodzaakt om met de buks te leeren omgaan en maakte al spoedig groote vorderingen in het gebruik van dit gewigtig vereischte tot het jagersbedrijf. Het werd als eene zaak van belang beschouwd, dat jongens reeds vroeg met juistheid leerden schieten; en een knaap, die eene aangeborene bedrevenheid had in het hanteren van de buks werd door de kolonisten uit den omtrek als een »ontluikend genie” beschouwd. Bedrevenheid in de behandeling van vuurwapenen werd des te meer op prijs gesteld, omdat men door middel daarvan niet alleen wild tot spijze, maar ook huiden van verscheidene dieren, die zeer gezocht waren, kon bemagtigen. Deze vroege oefening in het gebruik van de buks heeft veel bijgedragen tot de ontwikkeling van die ligchaamskracht en die gespierdheid, waardoor Abraham Lincoln zich in lateren tijd gekenmerkt heeft.

In den herfst van het jaar 1818 had Abraham, die nu bijna tien jaren oud was, het ongeluk om zijne voortreffelijke moeder te verliezen. Dat zij eene waarlijk edele vrouw geweest is, daarvan strekt het latere leven van haren zoon tot een voldoend bewijs. Aan haar had hij dien diepen en innigen eerbied voor het heilige, dat kinderlijk vertrouwen op de Voorzienigheid en dat vaste geloof in de eindelijke zegepraal der waarheid te danken. Van haar had hij die vriendelijkheid en beminnelijkheid van karakter, welke hij op den hoogen post, door hem bekleed, zoo treffend aan den dag gelegd heeft. Van haar had hij dien opgeruimden geest en die zucht om anderen gelukkig te zien, welke later zulk een kenmerkenden trek in zijn karakter uitmaakten. Ofschoon zij ook geen kennis van boeken had, was zij toch rijk in ondervinding en in gaven des harten. Abraham Lincoln heeft haar verlies altijd betreurd en sprak in latere jaren nooit anders dan met den diepsten eerbied over haar.

Een jaar na den dood van zijne vrouw trad Thomas Lincoln andermaal in het huwelijk met eene zekere Sally Johnston, eene weduwe met drie kinderen.

Abraham had het vóór den dood zijner moeder zoo ver gebragt, dat hij kon lezen, en men zal zich wel kunnen voorstellen, dat hij de kennis, door hem opgedaan, zou onderhouden. Van het oogenblik af, waarop hij de eerste beginselen achter den rug had, werd hij een eerste liefhebber van boeken, voor zooverre hij er ten minste in handen kon krijgen, en verwierf zich onder de kolonisten uit den omtrek al spoedig naam door zijne bekwaamheid en zijn ijver in het leeren. Tot voortzetting zijner oefeningen werd onze jonge pionnier, toen hij omstreeks twaalf tot dertien jaren oud was, andermaal ter school gezonden. Al vroeger had hij leeren schrijven, welke kunst hij zich hoofdzakelijk eigen maakte door met een stuk krijt of houtskool op hout te schrijven. In zijne nieuwe school breidde zijne kennis zich verbazend uit, en al spoedig wist hij al wat zijn meester hem van de rekenkunde kon leeren. Mr. Lincoln zeide, dat hij echter met alles en alles niet langer dan een jaar op school geweest was. Hij heeft nooit de lessen aan een gymnasium of aan eene academie bijgewoond, en zelfs het inwendige van een gymnasium of academie niet gezien, voordat hij een graad in de regtsgeleerdheid verkregen had. Wat hij aan opvoeding bezat, had hij door middel van onvermoeiden arbeid, zonder de hulp van anderen, verkregen. Hij was vrij wat trotsch op hetgeen hij al wist, en zijn prijzenswaardige ijver deed hem de achting zijner onderwijzers verkrijgen. Hij was vlugger in het leeren dan de meeste jongens en bezat een stalen geheugen. Boeken waren zijne grootste liefhebberij, en het aanschaffen van een genoegzaam getal daarvan was iets, dat hem het meest bezig hield. Zijn vader deed wat hij kon om ze hem te verschaffen, en wanneer hij van het een of ander boek hoorde, dat hem verkieselijk voorkwam of waar Abraham hem om vroeg, deed hij altijd zijn best om dit voor zijn zoon te krijgen.

Op deze wijze werd hij bekend met »De Pelgrimsreis” van Bunyan, de »Fabelen” van Aesopus, een »Leven van Henry Clay,” en het »Leven van Washington” door Weems. De levensgeschiedenis van Washington, die meer gedaan heeft om jongens tot het goede te bewegen dan honderd ernstige vermaningen, maakte een diepen indruk op Abraham, en was een van die onmerkbare invloeden, die er toe bijdroegen om zijn karakter tot eerlijkheid en regtschapenheid te vormen. De uitwerking daarvan blijkt onder anderen uit het volgende verhaal, dat bestemd is om voortaan een onafscheidelijk bestanddeel van een »Leven van Lincoln” uit te maken.

»Mr. Crawford had hem een exemplaar van het »Leven van Washington” geleend. Op zekeren avond had hij het, naar hij meende, op eene veilige plaats neêrgelegd, maar den volgenden morgen vond hij het met water doorweekt liggen. Het had in zijne woning ingeregend, de regen was juist op het boek neêrgekomen, en het boek was dus bedorven. Hoe kon hij den eigenaar daarvan onder zulke omstandigheden onder de oogen komen? Hij had geen geld om hem het boek te vergoeden, en ging dus regelregt naar Mr. Crawford, liet hem het beschadigde werk zien en bood aan om voor hem te werken, totdat hij zoo veel verdiend had als de waarde van het boek bedroeg. Mr. Crawford nam dit aanbod aan en gaf aan Abraham het boek voor drie dagen van onvermoeiden arbeid in eigendom. Zijne vastheid van karakter en zijne openhartigheid deden hem de achting van de Crawfords verkrijgen, ja, van iedereen, die hem kende.”

Een andere eigenaardige trek in zijn karakter moet zich, naar men zegt, reeds geopenbaard hebben, toen hij nog op school ging. Onder zijne schoolmakkers was hij altijd een vredestichter. Hij legde hunne geschillen bij, trad bij de hevigste twisten als bemiddelaar op, en bij meer dan eene gelegenheid moet hij zich tusschen een paar vechtende jongens geworpen en den vrede hersteld hebben met gevaar van zijn eigene veiligheid. Zeker is het, dat hij dezen karaktertrek later altijd behouden en op eene schitterende wijze ten toon gespreid heeft. Niet het minst merkwaardige voorbeeld leverden zijne langdurige, geduldige en ijverige pogingen tot verzoening bij de uitbarsting van den strijd met de Zuidelijke Staten der Unie. De geschiedenis zal er getuigenis van afleggen, dat hij om den vrede te bewaren en de opgewondenheid van de voorstanders der slavernij te bedaren zoo ver gegaan is als hij slechts gaan kon, overeenkomstig zijn eed om de constitutie te ondersteunen en te handhaven en de wetten te doen gelden.

Toen Abraham Lincoln den regel van drieën kende, was zijn schooltijd om, en zelfs moeijelijker dagen van ligchamelijke inspanning dan die, welke hij tot dusverre doorleefd had, waren voor hem weggelegd.

Sedert den tijd, waarop hij de school verliet, tot op dien, waarop hij zijn negentiende jaar bereikte, was hij onophoudelijk bezig met het moeijelijke werk van een bewoner der bosschen van het Westen van Amerika, het omhakken van boomen, het kloven van stammen, en dergelijke dingen, terwijl hij gedurende den avond de weinige uren, die er tot aan bedtijd verliepen, aan het lezen van al die boeken, welke hij maar wist te krijgen, besteedde.

Toen Abraham twintig jaren oud was, werd hij aangesteld om, tegen een loon van tien dollars in de maand, naar New-Orleans te gaan met een praam, beladen met goederen, welke op de plantages langs de rivier de Mississippi moesten verkocht worden.

In die dagen waren praamschuiten en vrachtschepen op de groote waterstroomen van het Westen en Zuid-Westen bijna de eenige middelen tot vervoer van goederen te water, want de stoombooten waren nog in de eerste beginselen. De schippers, die gebruikt werden om deze groote waterwegen langs te varen, waren een onversaagd, gehard, gespierd soort van menschen, aan velerlei gevaren blootgesteld, en bijna weerloos bij alle verschijnselen van klimaat en water. Met geen ander bed dan het dek van hunne schuiten en geene andere bedekking dan een deken, bragten zij maanden en jaren van hun leven door. Zulke schuiten waren met de rijke ladingen, die de Mississippi afzakten, bevracht. Alleen met behulp van eigen krachten waren zij genoodzaakt om een afstand van meer dan vijf honderd uren gaans tegen den stroom op te werken; dat was een werk, dat natuurlijk geduchte spierkracht en ongehoorde inspanning vereischte. Daarom werd er voor deze scheepvaart dan ook een soort van menschen vereischt van ongewonen moed, en alleen trotsch op hunne bekwaamheid om stormen te trotseren en ontberingen uit te staan. De jonge Lincoln was te dien tijde bijzonder geschikt voor de moeijelijke taak, waarmede hij zich voor een zekeren tijd wel wilde belasten. De natuur had hem bedeeld met een krachtig ligchaam, een vlug begrip en een juist oordeel,—allen eigenschappen, die bij eene reis met eene praam uitstekend goed te pas konden komen.

In gezelschap van een ander (den zoon van dengene, voor wien hij voer) ondernam de jonge Lincoln de reis. Het tooneel langs den oever veranderde gedurig, als een beweegbaar panorama, en zij kwamen dikwijls andere barken voorbij met eene talrijke en vrolijke bemanning, en wisselden eenige woorden met de menschen uit de naburige dorpen en plantages, die zich nu en dan op den oever der rivier vertoonden. Op hunne reis werden zij door een zevental negers aangevallen, zoodat hun leven en de hun toevertrouwde goederen in groot gevaar verkeerden; maar daar zij een goed gebruik wisten te maken van de spierkracht, die zij bezaten, gelukte het hun om de aanvallers af te slaan en hunne schuit goed en wel midden in den stroom te brengen. De uitslag van de reis was zeer naar den zin van den eigenaar der goederen, en Abraham Lincoln kreeg behalve zijne tien dollars in de maand, een naam als iemand, die veel aanleg voor den handel bezat.

De telkens rondzwervende Thomas Lincoln had ook nu weder het plan opgevat om zijne hut te verlaten en met eene nieuwe woning te verwisselen; want de fabelachtige verhalen van de bekoorlijke en vruchtbare landouwen van Illinois begonnen zich ook in de meer oostelijk gelegene staten te verspreiden. Dien ten gevolge vaardigde hij Dennis Hanks, een bloedverwant van zijne eerste vrouw, af om naar Illinois te vertrekken en hem verslag te geven van de werkelijke voordeelen, welke een verblijf in dezen staat aanbood, en zijne meening mede te deelen omtrent de wenschelijkheid van eene verandering van woonplaats. De verkenningstogt werd behoorlijk volbragt, en het verslag, dat de zaakgelastigde daarvan gaf, beantwoordde volkomen aan hetgeen door anderen medegedeeld was. Aanstonds werd er dan ook tot de voorgenomene reis besloten. Het was niet veel meer dan twee jaren na de reis met de praamschuit, en Abraham Lincoln was nog pas meerderjarig (21 jaren) geworden, toen Thomas Lincoln, in gezelschap van zijn gezin en de gezinnen van de beide dochters en schoonzoons van zijne tweede vrouw, zijne woning in Indiana verliet om naar de vruchtbare prairiën van Illinois te trekken. Zij gingen er op wagens met ossen heen, en de overtogt duurde ditmaal vijftien dagen.

Toen zij het graafschap Macon bereikt hadden, hielden zij eenigen tijd halt, en nog in den loop derzelfde maand (Maart) vestigde de familie van Lincoln zich op den noordelijken oever van de rivier de Sangamon, en wel op eene plaats, omstreeks drie uren westwaarts van Decatur gelegen. Zij bouwden aldaar eene houten hut, waarin de familie ging wonen. De daarop volgende verbetering was een houten hek, lang genoeg om er tien acres land mede te omgeven, waarbij de jonge Lincoln hielp in het kloven der boomstammen,—dezelfde boomstammen, die later aanleiding gegeven hebben tot scherts, liedjes en vertelseltjes. Daaromtrent wordt het volgende voorval verhaald:

»Gedurende een der zittingen van de vergadering van den republikeinschen staat te Decatur, werd er eene banier, aan twee zulke ruwe staken vastgehecht en van een gepast opschrift voorzien, in de vergaderzaal gebragt en met alle deftigheid aan dat staatsligchaam aangeboden, te midden van een tooneel van onbeschrijfelijke geestdrift. Kort daarop raakten dergelijke banieren in iederen staat der Unie, waarin de vrije arbeid in eere gehouden werd, zeer in trek. Zij werden daar bij optogten van het volk gedragen en door honderd duizenden vrije lieden als een zinnebeeld van de zegepraal en als een roemvolle verdediging der vrijheid en der regten van den vrijen arbeid begroet.”

Een hevige aanval van koorts trof de nieuwe kolonisten vóór het einde van den eersten herfst na hun verblijf in Illinois. Door die omstandigheid werden zij geducht ontmoedigd en besloten om eene gezondere woonplaats te kiezen. Zij bleven echter gedurende den winter, het saizoen van de »dikke sneeuw” van Illinois, in dien staat wonen. Langer dan drie weken lag de sneeuw drie voet hoog en was het weder ontzettend koud. Dit sleepte voor menschen zoowel als voor beesten schadelijke gevolgen na zich, daar niemand volkomen gewapend was op zulk eene koude weersgesteldheid. Onze pionniers waren gelukkig, daar zij eene genoegzame hoeveelheid graan bezaten, doch zij hadden eene onvoldoende hoeveelheid vleesch in voorraad, en de hoogliggende sneeuw was een beletsel om veel gebruik van hunne buksen te maken. Abraham echter was bereid om zich allerlei opofferingen te getroosten, ten einde in de behoeften der huishouding te voorzien. Door zijne onvermoeide pogingen gelukte het hem om genoeg wild te schieten tot voedsel voor het gezin, ofschoon hij geen bijzonder goed jager was, daar zijne liefhebberij voor boeken al spoedig den lust en de geestdrift had doen bekoelen, waarmede hij de buks voor het eerst ter hand genomen had.

»Wij gingen zelden met elkander jagen,” schrijft een van zijne vroegere kameraden daaromtrent. »Bram stond niet als een goed jager bekend, daar de tijd, door anderen aan het jagtvermaak besteed, door hem aan het lezen van een of ander goed boek gewijd werd.”

In dienzelfden winter deed hij een tweeden togt met eene praamschuit naar New-Orleans. Gedurende den tijd, waarop deze reis plaats had, vatte Offult, zijn lastgever, genegenheid voor den jongen Lincoln op en sloot met hem eene overeenkomst tot het houden van het toezigt op een winkel en een molen te New-Salem in Illinois. Na zijne terugkomst van New-Orleans begaf Lincoln zich, overeenkomstig dit nieuwe kontrakt, naar New-Salem. Dit geschiedde in Julij 1831. Hier kreeg hij al spoedig verscheidene kennissen en vrienden en verwierf zich de achting van allen, met welke hij zaken had, terwijl hij in het gezellige leven nog meer bemind werd door zijne kennissen en algemeen bekend werd onder den naam van »den braven Bram”.

Bij de uitbarsting van den oorlog tegen de Zwarte Valken in 1832, nam hij dienst bij een compagnie vrijwilligers en werd tot zijne groote verwondering tot kapitein daarvan gekozen. Hij heeft dikwijls gezegd, dat hem nooit in zijn leven iets te beurt gevallen is, dat hem zoo veel zelfvoldoening gaf. De compagnie van den jongen Lincoln rukte kort daarop naar Beardstown op, van waar zij binnen weinige dagen ontboden werd naar de plaats, waar men verwachtte, dat de strijd zou geleverd worden. Doch voordat de tijd van dienstneming verstreken was, was de twist reeds bijgelegd en keerde hij naar New-Salem terug, zonder den vijand gezien te hebben. Men zegt, dat hij bij het leger algemeen bemind werd als een officier, die zijn gezag steeds wist te doen gelden, en als een soldaat, die door dapperheid uitblonk, het gevaar verachtte en vermoeienissen wist te verduren.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings