HOOFDSTUK XXV (continued 2)
Reading edition
Het was een hut van zes voet in het vierkant, ongeveer zooals de stuurlieden aan boord van de stoombooten op de Mississippi en den Hudson hebben. In het midden stond een vertikaal rad, dat ingreep in de takels van het roer, dat tot achter onder den Nautilus reikte. Vier groote lenzen, in de vier zijden van de hut aangebracht, lieten den stuurman naar alle zijden vrijen uitkijk.
De hut was donker, maar weldra was ik aan de duisternis gewoon, en toen zag ik ook den stuurman, een krachtig man, die de velgen van het rad vasthield. Buiten de hut was de zee helder verlicht door de lantaarn, die achter den stuurstoel, aan de andere zijde van het plat stond.
"Nu gaan wij den doorgang zoeken," zei kapitein Nemo.
Electrische draden verbonden den stuurstoel met de machinekamer en van daar kon de kapitein aan zijn Nautilus dus zoowel richting als beweging geven. Hij drukte op een metalen knop en aanstonds werd de snelheid verminderd.
Ik beschouwde in stilte den hoogen en steilen rotsmuur waar wij langs voeren; wij volgden dien gedurende een uur en bleven er in den regel slechts een paar meter van verwijderd. De kapitein hield het oog geen enkel oogenblik afgewend van het kompas, dat in een ring aan den zolder hing; op een enkel teeken veranderde de stuurman elk oogenblik de richting van den Nautilus. Ik zat bij het glas aan bakboordzijde, en zag prachtige koralen, zoöphyten, zeegrassen, schaaldieren, die hunne lange pooten uit de spleten der rots staken, enz.
Kwart over tienen nam de kapitein zelf het stuurrad in handen. Een breede, donkere en diepe galerij opende zich voor ons; de Nautilus liep die stoutmoedig binnen. Ik hoorde langs de wanden van het schip een ongewoon geraas, het was het water van de Roode Zee, dat door den hellenden tunnel naar de Middellandsche Zee stroomde. De Nautilus volgde pijlsnel dien stroom, niettegenstaande de inspanning der machine, die de schroef in omgekeerde richting deed werken.
Op de muren van den nauwen doorgang zag ik niets dan schitterende en vurige strepen, door het electrisch licht en de snelheid van de vaart voortgebracht. Mijn hart klopte hevig; ik hield de handen tegen de borst gedrukt.
"Vijf minuten over half elf gaf de kapitein het stuurrad weer over, en zich naar mij wendend, zei hij:
"De Middellandsche Zee!"
In minder dan twintig minuten was de Nautilus, door den stroom medegesleept, onder de landengte van Suez doorgevaren.