← Table of contents
Zoo mooi als zonneschijn. Het Kaarsemannetje

VI.

Reading edition

Toen ging de deur open en de stem van de zuster zei: „maar, vrouwtje, wat lig jij alleen in het donker. Ik zal maar eens gauw de gordijnen dicht trekken en het licht gezellig voor je opsteken.”

Soezerig keek Milly naar de zuster en knipte met de oogen, toen het gas brandde.

„Je hebt geslapen,” plaagde de zuster.

„Ik weet het niet,” zei Milly droomerig.

„Je bent nog niet goed wakker,” babbelde de zuster. „En ik heb juist een geheimpje voor je. Tante gaat goed vooruit. Je mag daarom van avond dadelijk na het eten op een paar stoelen bij haar bed liggen. Tante verlangt naar haar nichtje.”

Klom voorzichtig op de pendule.
Klom voorzichtig op de pendule.

Klom voorzichtig op de pendule.

„Hè,” zei Milly met een zucht en ze wendde haar gezichtje af, want ze wilde niet laten zien, dat de tranen bijna komen wilden.

Toen werd er hard gebeld. Truus, Bop en Hansje kwamen thuis.

„Ik wil morgen niet meer naar tante,” zeurde Hansje. „Ik wil thuis blijven. Het is niets prettig bij tante. Ik moet maar met mezelve spelen.”

„Zuster,” zei Milly met een kleur, „laat Hansje morgen maar bij mij. Ik zal wel schooltje met hem spelen en hem vertellen.”

„Ja, ja,” juichte Hansje.

„We zullen het Vader vragen,” besliste de zuster.

En toen, zonder dat iemand iets zei, gingen de kinderen rond het rustbed van Milly zitten en zij vertelden van allerlei en het meisje luisterde met een opgewekt gezichtje. En na het eten droegen oom en de zuster Milly naar boven en legden haar heel voorzichtig op een paar stoelen naast tante’s bed.

Toen ging de deur open.
Toen ging de deur open.

Toen ging de deur open.

„Arm kind,” zei tante, „oom heeft me verteld, van je vader.”

Toen greep Milly tante’s hand, en legde er haar bedroefde gezichtje tegen aan.

„Ik heb zoo vreeselijk naar U verlangd, tante, ik voelde me zoo heel alleen.”

„Nu gaan we alle twee weer beter worden,” troostte tante met haar lieven glimlach en zij streelde zachtjes Milly’s haar. „Zuster,” zei zij toen, „geef Milly even zusje.”

Toen legde de zuster het kleine kindje in Milly’s armen.

„Wat een schatje,” bewonderde Milly, „wat een klein kopje, wat kleine vingertjes. Tante, mag ik dikwijls voor haar zorgen?”

Gingen de kinderen rond het rustbed van Milly zitten.
Gingen de kinderen rond het rustbed van Milly zitten.

Gingen de kinderen rond het rustbed van Milly zitten.

„Natuurlijk,” antwoordde tante. „Truus en jij zijn mijn oudste dochters.”

En de zuster legde het kleine kindje weer in de wieg, en Milly kuste tante’s handen, die lang en smal waren geworden.

Toen werd het meisje naar bed gebracht en het duurde lang, voor zij den slaap vatten kon. Zij luisterde naar het rustige ademhalen van Truus, zij keek in de kamer, waarin zij flauw de omtrekken van de meubelen onderscheidde. Weer ving de knop van de kachel den lichtstraal op, die door een kiertje naar binnen viel. Doch geen enkel wonder gebeurde er. Het kaarsemannetje kwam niet.

„Wat een schatje,” bewonderde Milly.
„Wat een schatje,” bewonderde Milly.

„Wat een schatje,” bewonderde Milly.

Milly zag niets dan wat even zichtbaar was: de glimmende kachelknop, het kastje met de beeldjes. Het was donker en stil om haar heen. Geen zoldering week, zoodat zij de sterren niet kon zien schitteren; geen muren werden doorzichtig, zoodat zij de lichtlijnen niet van uit haar bed volgen kon. En toch was het licht, héél licht in Milly.

⁂

„Vader,” vroeg het kreupele Hansje den volgenden dag, „mag ik altijd thuis blijven, zoolang Moes nog ziek is en Milly niet naar school gaat. We hebben zoo gezellig samen gespeeld, niet Milly?”

„Ja,” knikte het meisje met een glunder gezichtje.

„En Milly heeft zoo leuk verteld,” ging het dankbare Hansje door, „van een kaarsemannetje, vader, dat in een kaars zat, vader, hoor U wel, vader?”

„Ja, Hansje.”

„En dat kaarsemannetje is heel klein, vader, en dat springt in je oogen en dan is alles heelemaal licht, vader, ook als het donker is. Leuk, hè, vader? Mag Milly me altijd vertellen en mag ik thuis blijven?”

„Wat zegt Milly ervan?” vroeg oom.

„Ik zal wel goed op Hansje passen,” zei Milly met hetzelfde glundere gezichtje.

„Ik hou veel van Milly,” zei kreupele Hansje toen en hij wipte van zijn stoel aan tafel, ging naar Milly toe en sloeg zijn armen om haar hals.

„Wat een kleine jongen,” plaagde Bop.

„Niet klein,” verdedigde het ventje zich, „is het wel, vader, zusje is klein.”

„Zusje is klein, Hansje is groot, Bop is een flauwe jongen en Milly is een lieve meid,” besliste vader.

Milly antwoordde niet, maar lachte zoo vriendelijk, alsof het kaarsemannetje voor altijd in haar oogen gesprongen was.

ONS SCHEMERUURTJE.

BIBLIOTHEEK VOOR HET KIND.

Met platen van JAN FRANSE, FREDDY LANGELER, C. SPOOR, BAS V. D. VEER, JAN WIEGMAN en G. WILDSCHUT.

De boeken, in deze serie verschenen, zijn goed en goedkoop.

Het blijkt, dat het publiek deze uitgave op prijs stelt—er worden voor weinig geld boeken gebracht, waarvan de uitvoering smakelijk en aantrekkelijk is—de inhoud op een hoog peil staat—en daarbij versierd is met tal van plaatjes van Nederlandsche kunstenaars.

Heeft Uw kind deze boeken? Duizenden genieten er van!

VERSCHENEN:

I. Ida Heijermans—Vertellingen. 9.500–15.500—3e druk. 132 bladzijden met 80 platen. Een stel aardige, kleurige uitgaven voor kinderen, met heel genoegelijke illustraties bij den tekst en goed verzorgd. „Telegraaf.”

Illustration of cover.
Illustration of cover.

II. Gebr. Grimm—Sprookjes. Bewerkt door Tante LIZE. 6–10.000. 2e druk. 124 bladzijden met 80 platen. En ook zijn het aardige boekjes om den vorm wat breeder dan het gewone octaaf met op den omslag een gekleurd tafereeltje. „Handelsblad.”

Illustration of cover.
Illustration of cover.

III. H. C. Andersen—Sprookjes. Bewerkt door Tante LIZE. 6–10.000. 2e druk. 120 bladzijden met 80 platen. De nieuwe vertaling is echter keurig en de uitgave heel mooi. „Boekenschouw.”

Illustration of cover.
Illustration of cover.

IV. Onze oude Versjes en het beroemde prentenboek. 6–10.000. 2e druk. 104 bladzijden met 103 platen. Geen kinderboekenplankje is volledig zonder dit alleraardigste boekje. „N. Vrouwenleven.”

Illustration of cover.
Illustration of cover.

V. Ida Heijermans—Uit Tante’s jeugd. 7–12.000. 2e druk. 172 bladzijden met 40 platen. Wij kunnen dit nummer uit de serie „Ons Schemeruurtje” als een echt kinderboek aanbevelen. „Kath. School.”

Illustration of cover.
Illustration of cover.

VI. Tijl Uilenspiegel. Bewerkt door HERMANNA. 7–12.000. 2e druk. 124 bladzijden met 80 platen. ’t Boekje ziet er smakelijk uit en ’t is goed verteld. „Prov. Over. en Zwolsche Courant.”

Illustration of cover.
Illustration of cover.

VII. Ida Heijermans, Zoo mooi als zonneschijn. Het Kaarsemannetje. 7–12.000. 2e druk. 92 bladzijden met 53 platen. Twee mooie origineele sprookjes van Ida Heijermans, boeiend en fantastisch. „Centrum.”

Illustration of cover.
Illustration of cover.

VIII. Jean Maçé—Sprookjes. Bewerkt door HERMANNA. 128 bladzijden met 80 platen. Deze nieuwe verhaaltjes zullen niet nalaten een goeden indruk op ’t jeugdige kindergemoed te maken. „Prov. Over. en Zwolsche Courant.”

Illustration of cover.
Illustration of cover.

IX. Wilhelm Hauff—Vertellingen. Bewerkt door HERMANNA. 110 bladzijden met 80 platen. Weer is er met dit boekje voor de Meulenhoff-Serie een goede greep gedaan. „De Vrouw.”

Illustration of cover.
Illustration of cover.

X. Ida Heijermans—Nancy’s Avonturen. 104 bladzijden met 56 platen. Dit boekje zal door kinderen met liefde voor planten en bloemen, worden verslonden. „De Amsterdammer.”

Illustration of cover.
Illustration of cover.

XI. Münchhausen. Bewerkt door A. HAES. 160 bladzijden met 80 platen. .… een eeuwig jong boek blijven. Jan Wiegman heeft het boekje van kostelijke zwartjes voorzien. Eén aardige gekleurde plaat in den tekst en een andere heel vermakelijke op het omslag. „De Vrouw.”

Illustration of cover.
Illustration of cover.

XII. Hermanna—Vertellingen. 112 bladzijden met 80 platen. De korte verhaaltjes zijn ook zeer geschikt om aan de kleintjes voor te lezen. „Centrum.”

Illustration of cover.
Illustration of cover.

XIII. Mijn Sprookjesboek. Sprookjes van BECHSTEIN en PERRAULT. 112 bladzijden met 80 platen. Een smakelijk boekje met tal van aardige plaatjes en verhalen. „Zutphensche Courant.”

Illustration of cover.
Illustration of cover.

XIV. Bas v. d. Veer—A. dat is Aafje. Een prentenboek van 32 bladzijden met 14 gekleurde en 13 plaatjes in roodzwart. Het is een pleizier om te kijken naar haar frissche en toch ook gevoelige plaatjes. „De Vrouw.”

Illustration of cover.
Illustration of cover.

XV. W. Dannenberg—Vreugdekind. 114 bladzijden met 77 platen. Dat is aantrekkelijke en goede lectuur voor het kind. „Gron. Courant.”

Illustration of cover.
Illustration of cover.

XVI. Reintje de Vos. Naverteld door HERMANNA. 120 bladzijden met 50 platen. De reeks aardige boekjes voor de jeugd. „Zwolsche Courant”.

Illustration of cover.
Illustration of cover.

XVII. Ida Heijermans, Het goud achter de bron. Het betooverde orgel. 144 bladzijden met 80 platen. Het is een mooi kinderboek. „Dord. Courant”.

Illustration of cover.
Illustration of cover.

XVIII. W. P. Ebbinge Wubben-van Hasselt. Hoor! Moeder leest voor. Een aardig boekje voor de kleinen met tal van verhalen en versjes. 129 bladzijden met 80 platen. Het is vroolijk en oorspronkelijk, van groote verbeeldingskracht en toch kinderlijk van toon. „De Vrouw”.

Illustration of cover.
Illustration of cover.

XIX. H. D. Jacobi. Wat Tante Dora vertelde. Een boekje voor wat oudere kinderen met boeiende verhalen. 130 bladzijden met 80 platen. Ook deze nieuwe schrijfster geeft onze jeugd een bundeltje allerliefste verhaaltjes en smakelijke versjes. „Het Kind”.

Illustration of cover.
Illustration of cover.

XX. De Fabels van Æsopus. Geïll. door G. WILDSCHUT, bewerkt door HERMANNA. Een 60 tal fabels met aardige plaatjes en versjes.

Oorspronkelijke rug.
Oorspronkelijke rug.
Oorspronkelijke achterkant.
Oorspronkelijke achterkant.
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings