Note 1 — De uitgeweken Prins. 1567.
D. C. (Dirk Christiaan) Nijhoff translation
Op zijn weg uit Italië had de hertog ook Genève, het broeinest van het Calvinisme, in het voorbijgaan willen verwoesten, doch door de diplomatieke zorgen van Condé en Coligny had dit wreede plan niet kunnen vervuld worden. In Augustus kwam hij in Luxemburg aan, waar hij begroet werd door Barlaimont en Noircarmes, die hem in naam der regentes welkom heetten. Graaf Egmond reed hem zelfs tot Tirlemont tegemoet en bood hem als welkomstgeschenk eenige schoone paarden aan. De ontvangst echter was, trots dat geschenk, niet zeer hartelijk. Alva had Egmond nooit de overwinningen bij St. Quentin en Grevelingen vergeven. Toen hij den “Prins van Gavere”1 zag, zeide hij zoo luid, dat Egmond het kon verstaan: “Ziedaar de groote ketter!” Dit voorspelde den graaf weinig goeds, die alles van zijn loyauteit verwachtte. Een oogenblik later veranderde de hertog van toon en deed hij, alsof hij dat woord in scherts had gesproken. Hij werd plotseling hartelijker, sloeg den arm om zijn hals—den hals, dien hij reeds den beul had gewijd!