Note 1 — ROSE BRADWARDINE EN HAAR VADER.
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
Als een gevolg van zijn natuurlijken aanleg voor de studie, of misschien volgens eene zeer algemeene gewoonte in Schotland, om de jonge lieden van rang in de rechten te laten studeeren, had men hem voor de balie opgeleid. Maar daar de staatkundige denkwijze zijner familie de hoop voor hem afsneed om in deze loopbaan vooruit te komen, had de heer Bradwardine gedurende verscheidene jaren gereisd, en was in den krijgsdienst eener vreemde mogendheid getreden. Na in 1715 deel aan de staatkundige woelingen te hebben genomen, waar hij in moeielijkheden met de regeering geraakte, had hij in afzondering geleefd, en bijna geen omgang gehad, dan met lieden van zijn beginselen uit de buurt. De vereeniging van de pedanterie des rechtsgeleerden, met den militairen trots des krijgsmans, zou aan meer dan een ijverig lid der corpsen vrijwilligers van onze dagen den tijd voor den geest roepen, toen de toga onzer pleiters dikwijls over een schitterend uniform geworpen werd. Voeg hierbij de vooroordeelen eener aloude afkomst en eener Jacobietische staatkunde, niet weinig versterkt door de uitoefening van een onafhankelijk gezag, dat, ofschoon beperkt binnen de grenzen van zijne heerlijkheid en de daartoe behoorende halfbeschaafde bewoners, aldaar onbetwistbaar en onbetwist was. Want, zoo als hij gewoon was aan te merken, „de landen van Bradwardine, Tully-Veolan, en andere, waren tot eene vrije baronie verheven, door een Charter van David den Eerste, cum liberali potestate habendi curias et justicias, cum fossa et furca et saka et soka, et thol et theam et infang-thief et outfang-thief, sive hand-habend, sive bakbarand.”1 De bijzondere meening van al deze Cabalistische woorden wist bijna niemand te verklaren; maar ze beteekenden over het geheel, dat de baron van Bradwardine zijne vazallen en meijers naar verkiezing mocht gevangen nemen, vonnissen en terechtstellen. Evenals Jacobus I, was de tegenwoordige bezitter van dit gezag echter eer geneigd om over zulk een voorrecht te spreken, dan er gebruik van te maken; en, behalve dat hij twee wilddieven in den kerker van den ouden toren van Tully-Veolan wierp waar ze geweldig verontrust werden door spoken, en bijna opgevreten door ratten, en dat hij een oude vrouw had laten vastzetten, omdat ze gezegd had, „dat er meer gekken in het huis van Laird waren dan David Gellatley,” geloof ik niet, dat hij beschuldigd werd ooit van zijn hooge macht misbruik gemaakt te hebben. Met dat al verleende het bewustzijn, dat hij die macht bezat, min of meer gewicht aan zijn taal en houding.