Note 4 — HET AFSCHEID VAN WAVERLEY.
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
De uitgever ging nu, met een veel deftiger houding, tot het onderzoeken der handschriften over. De titel van het eerste was: „Eene Dissentie van de Dissenters, of de Comprehensie weerlegd, betoogende de onmogelijkheid van alle bijlegging der geschillen tusschen de Kerk en de Puriteinen, Presbyterianen of Sectarissen van welken aard ook, opgehelderd uit de Schriftuur, de Kerkvaders en de voortreffelijkste godgeleerden.” De uitgave van dit werk werd door den boekverkooper stellig geweigerd. „Wèl gemeend,” zeide hij, „en geleerd, buiten twijfel; maar de tijd is voorbij. In klein-Cicero-formaat gedrukt, zou het acht honderd bladzijden beloopen en nooit de kosten goed maken. Ik verzoek dus er van verschoond te blijven – ik bemin en eer de ware kerk van ganscher harte, en was het eene predikatie geweest over het martelaarschap of een kleinigheid van twaalf stuivers – wel nu, ik zou iets wagen, voor de eer van het geestelijk kleed. – Maar, kom, laat ons het andere zien. „Het erfelijke Recht gerecht.” – Ha! daar is eenige zin in, Hm – hm – hm – bladzijden zooveel – papier zooveel, – drukloon, – Hm – evenwel wil ik u zeggen, doctor, gij moet er wat van het Grieksch en Latijn uitgooien; zwaar, doctor, verd.… d zwaar – (met verlof) en zoo gij er wat zout bij doet – ik ben er de man niet naar om ooit mijn schrijvers in ongelegenheid te brengen – ik heb uitgegeven voor Drake en Charlwood Lawton en voor den armen Amhurst.4 – Ach Caleb! Caleb! Wel, het was schande den armen Caleb te laten verhongeren, en er zijn zoo veel vette predikers en heeren onder ons! Eens in de week had ik hem ten eten: maar goede Hemel, wat is eens in de week, als iemand niet weet, waar hij de andere zes dagen wat krijgen zal! – Kom ik moet het handschrift den kleinen Tom Alibi laten zien, die al mijn rechtsgeleerde zaken waarneemt – ik moet onder de lei blijven – het gemeen was laatst al heel onvriendelijk – allen Whigs en Rondhoofden, allen Willemiten en Hannoversche ratten.”