← Table of contents
Waverley

Note 3 — HET AFSCHEID VAN WAVERLEY.

M. P. (Mark Prager) Lindo translation

Nadat dit onderwerp uitgelegd en geregeld was, gaf de heer Pembroke zijn wensch te kennen, om een afzonderlijk afscheid van zijn waarden kweekeling te mogen nemen. Des goeden mans vermaningen aan Eduard, om zijn leven en zeden onbevlekt te bewaren, en aan de beginselen van het Christendom trouw te blijven, het godloos gezelschap van spotters en vrijgeesten te vermijden, die er maar al te veel bij het leger waren, bleven niet onvermengd met zijn staatkundige vooroordeelen. Het had den Hemel behaagd, zeide hij, Schotland (ontwijfelbaar om de zonden zijner voorvaderen in 1642) in een nog treuriger staat van duisternis te houden, dan zelfs het ongelukkige koninkrijk van Engeland. Hier immers, schoon de kandelaar der kerke van Engeland eenigermate van zijne plaats was verzet, bestond ten minste nog een schemerlicht: er was eene hierarchie, schoon kettersch en vervallen van de beginselen, door die groote kerkvaders Sancroft3 en zijne broederen aangekleefd en voorgestaan; er was een liturgie, schoon jammerlijk verdraaid in sommige der voornaamste gebeden. Maar in Schotland was het volslagen duisternis, en, uitgenomen eenige steeds vervolgde overgeblevenen, hier en daar verstrooid, waren de kansels overgelaten aan Presbyterianen, en gelijk hij vreesde aan secten-mannen van allerlei aard. Het was zijn plicht, zijn lieven kweekeling in staat te stellen, aan zulke heillooze en gevaarlijke leeringen in kerk en staat, die hij van tijd tot tijd zou moeten vernemen, weerstand te bieden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings