← Table of contents
Waverley

Note 2 — HET AFSCHEID VAN WAVERLEY.

M. P. (Mark Prager) Lindo translation

De baron van Bradwardine, want zoo werd hij in Schotland doorgaans genoemd, (schoon zijn gemeenzame vrienden hem Tully-Veolan, of nog korter Tully noemden) stond niet zoo ras rectus in curia (als gezuiverde voor de rechtbank), of hij begaf zich per post naar Waverley-Honour om er zijn hulde en dankbetuiging te brengen. Eén zelfde zucht voor veld en jachtvermaken, en een algemeene overeenstemming in staatkundige gevoelens, legden den grond tot zijne vriendschap met Sir Everard, al verschilden hunne gewoonten en liefhebberijen in andere opzichten nog al aanmerkelijk: en nadat hij verscheidene weken op Waverley-Honour had doorgebracht, vertrok hij met tallooze betuigingen van achting, terwijl hij bij den Baronet er met warmte op aandrong, dat deze zijn bezoek zou beantwoorden, en in een volgend saizoen deel nemen aan de korhoender-jacht, op zijn veengronden in Perth. Kort daarop maakte de heer Bradwardine uit Schotland eene som tot afdoening der kosten, bij ’s Konings Hoog Gerechtshof te Westminster gemaakt, over; welke som, schoon juist niet zoo ontzaglijk groot, in Engelsch geld berekend, in haar oorspronkelijken vorm van Schotsche ponden, schellingen, enz.2 zulk eene verbazende uitwerking had op het gestel van Duncan Mackwheeble, des Barons vertrouwden zaakwaarnemer, rentmeester en rechterhand, dat hij een aanval van kolijk kreeg, die vijf dagen aanhield, eeniglijk en alleen, zooals hij zeide, veroorzaakt door dat hij het ongelukkige werktuig moest worden, om zulk eene belangrijke som uit zijn geboorteland aan die valsche Engelschen over te maken. Maar, gelijk vaderlandsliefde het schoonste gevoel is, zoo is zij ook dikwijls de meest verdachte dekmantel van geheel andere aandoeningen; en velen met den heer Mackwheeble bekend, beweerden, dat zijne betuigingen van spijt niet geheel belangeloos waren, en dat hij veel minder zou gezucht hebben over het uitbetalen der gelden aan de deugnieten te Westminster, wanneer ze niet waren geheven op de goederen van Bradwardine, een fonds dat hij meer bijzonder als het zijne beschouwde. Dan de rentmeester betuigde, dat hij volstrekt geen eigen belang kende:

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings