Note 4 — DE SLAG.
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
Nu weêrgalmden luide triumfkreten over het gansche veld. De strijd was gestreden en gewonnen, en de geheele bagage, artillerie en krijgsvoorraad van het Engelsche leger vielen in handen der overwinnaars. Nooit was een zege meer volkomen. Slechts enkelen ontkwamen aan het gevecht, behalve de ruiterij, die het reeds bij den aanval verlaten had, en zelfs deze was naar alle kanten, en in kleine afdeelingen, over de gansche landstreek verstrooid. Voor zoo ver onze geschiedenis aangaat, hebben wij alleen het lot van Balmawhapple te vermelden, die, op een paard gezeten, dat niet minder koppig en onhandelbaar was dan de ruiter zelf, de vluchtende dragonders meer dan vier mijlen van het slagveld vervolgde. Eenige dozijnen vluchtelingen keerden in een laatste opwelling van moed om, kliefden hem den schedel met hunne sabels, en overtuigden daardoor de wereld, dat de ongelukkige edelman inderdaad niet misdeeld was van hersenen, zoodat het einde van zijn leven het bewijs gaf van iets, waaraan men gedurende den loop daarvan zeer sterk getwijfeld had. Zijn dood werd door weinigen beweend. De meesten van die hem kenden stemden er in toe, dat de vaandrig Maccombich gelijk had met te beweren, dat men te Sheriff-Muir4 grooter verlies geleden had. Zijn vriend, de luitenant Jinker, wist zijn lievelingsmerrie vrij te pleiten van eenig deel aan het ongeluk. „Hij had,” zeide hij, „den heer wel duizend malen gezegd, dat het schande en zonde was het arme beest een springriem aan te doen, daar hij hem rijden wou met een kinketting van een halve el lang; en dat hij zich maar in het ongeluk zou storten (het beest daargelaten) door te vallen, of iets van dien aard; zoo hij, daarentegen, naar hem had willen luisteren, zou het dier zoo mak geweest zijn als een karrepaard.”