← Table of contents
Waverley

Note 3 — DE SLAG.

M. P. (Mark Prager) Lindo translation

Ter rechter zijde van Eduard woedde de strijd nog hevig en zwaar. De Engelsche infanterie, in den oorlog in Vlaanderen geoefend, hield moedig stand. Maar haar uitgestrekte gelederen werden op een aantal plaatsen doorboord en gebroken door de geslotene massa’s der clans; en in de persoonlijke worsteling, die hierop volgde, gaven de aard der wapenen van de Hooglanders, en hunne buitengewone kracht en vlugheid hun een beslissende meerderheid op dezulken, die geleerd hadden het meest op hunne orde en krijgstucht te vertrouwen, en nu bespeurden dat de eerste verbroken en de andere onbruikbaar was geworden. Toen Waverley zijn oogen naar dit tooneel van rook en slachting keerde, zag hij kolonel Gardiner, door zijn krijgslieden, in spijt van zijn herhaalde pogingen om hen te verzamelen, verlaten, en terwijl hij zijn paard nog door het veld spoorde, om het bevel op zich te nemen over een klein corps voetvolk, dat, met den rug tegen den muur van zijn eigen park geschaard, (want zijn huis grensde onmiddellijk aan het slagveld) een wanhopigen en vruchteloozen tegenstand volhield. Waverley ontwaarde, dat hij reeds verscheidene wonden ontvangen had, daar zijn kleederen en zadel met bloed bedekt waren. Dezen dapperen en braven man te redden, werd nu oogenblikkelijk het doel van Eduards streven; maar hij mocht slechts getuige zijn van zijn dood! Eer Eduard zich een weg kon banen door de Hooglanders, die, woedend en tuk op buit, elkander verdrongen, zag hij zijn voormaligen overste van het paard slingeren door een zeis, en op den grond gestort meer wonden ontvangen, dan noodig waren om hem twintigmaal het leven te benemen. De stervende krijgsman scheen Waverley te herkennen; want hij vestigde zijn oog op hem met een bestraffenden en toch treurigen blik, en scheen een poging te doen om te spreken. Maar gevoelende, dat de dood naderde, gaf hij zijn voornemen op, en zijn handen als tot het gebed vouwende, beval hij zijn ziel zijn Schepper aan. De blik, waarmede hij Waverley, in zijn laatste oogenblikken, aanzag, trof hem, in dien tijd van onrust en verwarring, zoo diep niet, als toen, – na verloop van eenigen tijd, – zijn herinnering, dien voor zijn verbeelding terugriep.3

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings