← Table of contents
Warda

Note 126) — TWEEDE BOEK.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Dit is de titel van het eerste hoofdstuk van het zoogenaamde Doodenboek. Het begint: Ha em re’ em per em hroe, welke woorden de Grieken later aanleiding gaven te spreken van een boek der Egyptenaars, „De heilige Ambres” geheeten, dat bij Horappollo (Hiërogl. I, 38) voorkomt.

Het Doodenboek, door Champollion minder juist „Rituel funéraire” genoemd, bevat eene reeks van opstellen of hoofdstukken, die onder elkander niet onmiddellijk samenhangen, of een aaneengesloten doorloopend geheel vormen. Het is eene verzameling van heilige teksten, alle op een hoofdonderwerp: de verrijzenis, het doodengericht en het leven aan gene zijde van het graf, betrekkelijk, en uit verschillende tijden afkomstig. Het behoorde tot de heilige schriften, die aan Toth of Hermes worden toegekend, en kan zoo al niet tot de door Clemens van Alexandrië vermelde 42 Hermetische boeken, dan toch tot de andere geschriften van dezelfde afkomst (Jamblichus gewaagt zelfs van 20000) gebracht worden. Het Doodenboek bevat alles wat men weten moet, om op aarde zich reeds voor zijn dood voor te bereiden. Het levert de beschrijving en den inhoud der formulieren, die bij het vervaardigen der amuletten en andere voorbehoedmiddelen aan den overledene werden medegegeven; de gebeden en toespraken, die hij tot de goden van het doodenrijk richt, en waardoor hij de beletselen overwint, hem door vijandige geesten en booze machten in den weg gesteld. Zelfs treedt hij telkens als handelende op. De inhoud heeft alleen betrekking op hem en zijn tocht door het doodenrijk, waarbij gezegd wordt, waarheen hij gaat, wat hij doet, hoort en ziet en wie hij is. Eigenlijk is de overledene reeds voor de begrafenis, of de plaatsing van zijn gebalsemd lijk in de grafkamer, door zijn leven gerechtvaardigd, als de door Toth tegen zijne vijanden gerechtvaardigde Osiris, in de gemeenschap der zalige geesten en vereenzelvigd met Ra. Een volledige tekst in hiëroglyphisch schrift is, naar het oorspronkelijke in het Egyptisch museum te Turyn, in 1842 door Lepsius, een ander insgelijks volledige tekst, doch in hiëratisch schrift, in het vorige jaar naar een papyrus van het museum te Leiden door Dr. Leemans in het licht gegeven. Laatstgemelde hield in eene vergadering van de Afdeeling Letterkunde der Kon. Academie van wetenschappen onlangs eene voordracht over het doodenboek, waarvan een overzicht in de Verslagen en Mededeelingen der Afdeeling werd opgenomen, en waaraan wij bovenstaande opmerkingen ontleenden. Vert.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings