Note 138) — TWEEDE BOEK.
Hendrik Cornelis Rogge translation
De heilige teksten noemen God dikwijls den Eenen en den Eenigen. De pantheïstische leer der mysteriën wordt het duidelijkst uitgesproken in de teksten, die men in bijna alle koningsgraven te Thebe op de wanden van de ingangszalen vindt. Men heeft ze verzameld en bevonden, dat zij lofverheffingen van Ra bevatten, wiens vijf en zeventig voornaamste openbaringsvormen worden aangeroepen. Deze teksten, en het pantheïsme in de esoterische leer van de Egyptenaars heeft E. Naville in zijn werk „La litanie du soleil” grondig en voortreffelijk behandeld. De voornaamste bronnen voor de kennis van de geheime leer der Egyptische priesters zijn: de tekst van het Doodenboek; de hymne aan de zon, die te Boelaq wordt bewaard en door Stern en door Grebaut is verklaard en uitgegeven; de opschriften op de sarkophagen en aan de wanden van de tempels uit den tijd der Ptolemaeën; en in de tweede plaats: Plutarchus’ verhandeling over Isis en Osiris: Jamblichus’ Egyptische mysteriën en de toespraak van Hermes Trismegistos aan de menschelijke ziel. De meer geavanceerde beschouwingen, die in dit gesprek voorkomen, schijnen eerst in het nieuwe rijk tot ontwikkeling te zijn gekomen. De Egyptische godsdienst is oorspronkelijk uitgegaan van een, in verhouding tot andere godsdiensten nog weinig ontwikkelden, Zonne- en Nijldienst.