← Table of contents
Warda

Note 256) — TWEEDE BOEK. (continued 4)

Hendrik Cornelis Rogge translation

Zie boven blz. 183. Bijna alle koningen van het nieuwe rijk zorgden, zelfs met verkwistende vrijgevigheid, voor den tempel van Karnak. De oudste koningsnaam, die op de overblijfselen van dit heiligdom bewaard bleef, is die van Oesertesen I (12e dynastie). Gedurende den tijd der Hyksos werd de arbeid gestaakt, maar de Koningen der 18e en 19e dynastie breidden den tempel uit met gebouwen van buitengewone afmetingen. De groote zaal, waartoe Ramses I den grondslag legde, die Seti I deed bouwen en Ramses II versierde, had 134 zuilen en was 102 bij 51 Meters groot. Ook de met Karnak verbonden tempel van Loeqsor, onder de 18e dynastie aangelegd, werd door Ramses II met grootere gebouwen voltooid. Aan de oostzijde van Karnak werden nieuwe gedeelten aangebracht, en onnoemelijk vele koninklijke geschenken, in de schatkamers van dit heiligdom samengebracht. Mariëtte heeft onlangs in zijn Karnak, voortreffelijke teekeningen van alle deelen en onderdeelen van dezen tempel in het licht gegeven.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings