Note 325) — DERDE BOEK. (continued 2)
Hendrik Cornelis Rogge translation
Bij de beschrijving van den slag van Kadesch hebben wij ons in het algemeen gehouden aan het epos van Pentaoer, het nationale heldendicht der Egyptenaars. Aan het slot wordt de schrijver Pentaoer als de vervaardiger genoemd. Het werd zoo hoog gewaardeerd, dat men het te Loeqsor tweemaal en te Karnak eens in steen beitelde. Op papyrussen komt het meermalen voor, zooals op den papyrus-Sallier III en den papyrus Raifet, waarvan helaas! slechts fragmenten in de „salle historique” van het Louvre bewaard worden. De groote katastrophe, namelijk de redding van den verlaten koning uit de handen van de duizenden, wordt met de woorden van het epos ook op het Ramesseum (Thebe) en te Aboe Simbel (Nubië) herhaald. De beste vertaling van het heldendicht, gevolgd naar den meesterlijk herstelden tekst, hebben wij te danken aan den grooten, te vroeg gestorven Franschen Egyptoloog E. de Rougé. Men vindt haar in Recueil de travaux relatifs à la philologie et à l’archéologie Egyptiennes et Assyriennes. Fasc. I. 1870.
Dr. W. Pleyte gaf in het Theologisch tijdschrift van 1869 eene Nederlandsche vertaling met toelichting en kaart. Vert.