Note 1 — TEN SLOTTE
Reading edition
Toen ik een kind was, kon ik wanneer mij vleesch werd voortgezet, in mijn gedachten het verband hiervan met het slachten niet wegwisschen. En zoo heeft, zoolang mij heugt, vleesch mij tegengestaan, en dit te meer, naardat het rooder en bloediger op tafel kwam. Ik maakte dan ook al vroeg, als was ’t dan ook onbewust, propaganda voor het vegetarisme. Als tienjarig kind voerde ik altijd oppositie tegen de porties vleesch die ik te verorberen had. Het hielp mij niet veel. Mijn vader was dokter en helaas de waanmeening toegedaan, dat vleesch kind en mensch sterk maakten. Heel dikwijls heeft ’t vleesch een lekkere maaltijd voor mij bedorven. Een paar jaar later, toen ik met mijn moeder alleen was gebleven,1 had de oppositie betere uitwerking, maar toch heeft het nog tot mijn achttiende jaar geduurd, eer ik openlijk een geheel vegetariër was.