Note 1 — XXI.
Reading edition
Wilden hadden inderdaad den baobab beklommen, zij kwamen van alle kanten te voorschijn, op de takken kruipende als slangen, langzaam maar zeker klimmende; zij verrieden zich door een onaangenamen geur van een stinkend vet.1 Weldra vertoonden zich twee hoofden aan de blikken van Kennedy en Joe, op de hoogte van den tak, waarop zij zaten.—“Geef acht,” zeide Kennedy, “vuur!” De twee schoten weerklonken als en donderslag en stierf weg te midden van kreten van smart. In een oogenblik was de geheele troep verdwenen. Maar te midden van het gehuil hoorde men een vreemden, onverwachten kreet! Eene menschelijke stem had duidelijk deze woorden in het Fransch uitgesproken: “Help! help!”