Note 1 — XIV.
Reading edition
Toen doctor Ferguson des morgens weder op zijn post stond, raadpleegde hij zijn kompas en bemerkte, dat de richting van den wind gedurende den nacht was veranderd. De Victoria was sedert ongeveer twee uren 30 mijlen naar het noordwesten afgedreven; hij zweefde boven Mabunguru, een steenachtig land, doorzaaid met fraai gepolijste blokken syeniet, dat geheel en al met rotsen was bezet in den vorm van een ezelsrug; kegelvormige massa’s, gelijk aan de rotsen van Karnak, bezetten den grond, even als zoovele grafrotsen der druïden1; eene groote menigte beenderen van buffels en olifanten lagen hier en daar; er waren weinig boomen, maar in het oosten dikke bosschen, die eenige dorpen verbergden.