← Table of contents
Vier Voordrachten over Theosofie

Het verhaal van den Christus

Reading edition

Ik zal hedenavond het verhaal van den Christus beschouwen van het standpunt van den Occultist, Wanneer wij enkel als Theosofen spreken, trachten wij het verhaal van den Christus duidelijk te maken in zijn geestelijke beteekenis. Wanneer wij ons echter op het standpunt van den Occultist plaatsen kunnen wij verder gaan. Wij kunnen terugzien naar de archieven van het verleden en deze onderzoeken, wij kunnen terugzien tot het leven, zooals dat negentien eeuwen geleden werd geleid en het stap voor stap bestudeeren. Maar ik moet u herinneren dat de inhoud dezer occulte archieven niet langs geschiedkundigen weg bewezen kan worden. Het is waarschijnlijk dat in de eerstvolgende twintig jaren eenige oude handschriften zullen worden gevonden, welke dezen inhoud tot op zekere hoogte zullen bevestigen, maar op het oogenblik zijn deze handschriften nog niet door de oudheidkundigen ontdekt. Daarom stel ik mij voor mijn onderwerp niet van den kant der gewone geschiedenis maar van het standpunt van den Occultist te beschouwen, en naarmate ik verder ga zult gij zien dat deze wijze van beschouwing vele moeilijkheden in de

Hat verhaal is vanzelf in twee deelen te splitsen, welke wij in onze beschouwing zullen moeten scheiden. De ééne afdeeling behandelt den geschiedkundigen Jezus en omvat tevens de zonnemyten welke door zijne levensbeschrijving geweven zijn. In de tweede afdeeling spreken wij niet over den geschiedkundigen Jezus maar over den mystieken Christus, en deze vertegenwoordigt in een opzicht den tweeden Logos, en in een ander de individuële ziel, welke goddelijkheid bereikt.

In de evangelie-verhalen en in het geloof der kerk zijn deze beide gedeelten niet scherp gescheiden. Wat tot het ééne behoort wordt dikwijls gerekend bij het andere. Dit geeft tot veel verwarring aanleiding en biedt menig zwak punt voor de aanvallen van den ongeloovigen kritikus. Naarmate wij deze draden ontwarren zult gij beider waarde beter begrijpen en zult gij ook het groote belang inzien, dat het geheel voor de menschheid heeft.

Laten wij eerst het verhaal van den geschiedkundigen Jezus nemen, en de zonnemyten welke daarmede zijn tezamen geweven.

Jezus werd geboren uit Joodsche ouders, ongeveer honderd jaar vóór het tijdstip dat gewoon

Te dien tijde nu was in de wereld een nieuwe aandrang van geestelijkheid noodig geworden. De tijd voor het ontstaan der westersche volkeren brak aan. Reeds ontwikkelden zich jonge rijken welke de kiem van toekomstige grootheid in zich droegen. De beschaving waartoe zij zich zouden ontwikkelen zou van geheel anderen aard zijn dan die van het Oosten. Het verstand dezer nieuwe volken zou krachtig en werkzaam van aard zijn. De omstandigheden van hun klimaat zouden ijver en krachtsontwikkeling eischen. De godsdienst welke bij de vorming van deze beschaving daartoe dienstig zou zijn moest ethisch en praktisch zijn, eenvoudig van wijsbegeerte, helder van leering. Deze godsdienst werd geschonken door de groote Broederschap uit welke alle godsdiensten voortgekomen zijn, en Jezus was het voor die taak uitgekozen werktuig. Hij was voor dit werk bijzonder geschikt door zijn reinheid en toewijding. Toen hij ongeveer dertig jaar oud was kwam voor hem de tijd zijn werk te beginnen. Een bijzondere nederdaling van goddelijke kracht kwam in hem en scheidde hem af van de overigen van zijn ras. Deze nederdaling maakte hem in zeer bijzonderen zin tot den vertegenwoordiger, tot den bode van God. Van deze nederdaling wordt gesproken als van zijn "doop" en gij zult u herinneren hoe in het verhaal van dien doop gezegd wordt dat de geest Gods op hem nederdaalde. Van dien tijd af, gedurende de jaren zijner prediking, kan men Jezus beschouwen als een vleeschwording van het goddelijk Leven. Het is belangrijk,

Vele van de verhalen welke wij in de evangeliën vinden behooren niet tot het werkelijk leven van dezen grooten leeraar, maar zijn verhalen welke zich rondom dat leven hebben gegroepeerd doch ook in verband met andere leeraars aan de wereld bekend zijn geweest. Het is uit dit punt dat de aanvallen van ongeloovigen met zonnemyte-argumenten hun kracht putten. Enkele menschen, zooals Strauss en anderen, hebben getracht het geschiedkundig karakter van Jezus geheel te vernietigen. Maar dat is een overdrijving van ongeloovige kritiek, welke niet kan worden gehandhaafd door kennis welke op goede grondslagen berust. Wat hun aanval kracht heeft gegeven is het feit dat enkele dezer verhalen reeds sedert duizenden jaren bestaan hebben. Het verhaal bijvoorbeeld van de geboorte van Jezus uit een maagd, wat de kerk aanneemt dat plaats heeft gevonden op den 25e December, is een van deze zonnemyten. In de oudste Christelijke handschriften wordt de geboorte van Christus aangegeven op verschillende tijden van het jaar. In het eene verhaal wordt hij geboren in Mei, in een ander in Juli, in een derde in September. Eerst in de zevende eeuw werd de 25^e December algemeen als Kerstdag erkend, en dit is de datum welke reeds van de oudste tijden

Wat de datum van zijn dood betreft: het is u bekend dat de dag van de kruisiging niet op een vasten datum gesteld wordt, maar op een datum welke ieder jaar verandert en berekend wordt uit de standen van zon en maan, zoodat deze dag niet een geschiedkundige, maar een sterrekundige datum is. Een geschiedkundige verjaardag kan natuurlijk op deze wijze niet worden vastgesteld en zij die het Christendom vijandig gezind zijn, gebruiken dit als een bewijsgrond tegen dezen godsdienst. Het is daarom van belang op te merken dat deze datums

Het verhaal van den Christus is van geheel anderen aard. Het woord "Christus" is niet een naam die toebehoort aan éénen enkeling maar een titel welke een zekeren rang aanduidt en sedert onheuglijke tijden gebruikt werd om een zekeren graad van inwijding aan te duiden. Ieder ingewijde die voorbij een zekeren graad van inwijding is, wordt een Christus genoemd, welk woord "de gezalfde" beteekent. De zalving is een deel van de plechtigheid van die inwijding, zoodat de inwijding den mensch tot een "gezalfde" maakt. Ik zeide u reeds dat het verhaal van den Christus van tweeërlei standpunt kan worden beschouwd, en wel in de eerste plaats als een kosmisch verhaal, betrekking hebbende op het heelal. In dit kosmisch verhaal stelt Christus den tweeden Logos voor, den tweeden persoon in de drieëenheid. Deze tweede persoon in de drieëenheid wordt in het Christendom erkend als de God-mensch en de geschiedkundige Jezus wordt met dien God-mensch vereenzelvigd. Het kosmische verhaal is in het kort het volgende: De tweede Logos, de tweede persoon in de drieëen

Deze kosmische gebeurtenis wordt herhaald in de geschiedenis van iedere menschelijke ziel, want wat in het heelal geschiedt, gebeurt ook in het kleine heelal, in den mensch. Wanneer wij het verhaal van den Christus toepassen op de menschelijke ziel, geven wij het in den vorm waarin het door de Christelijke mystieken werd beschouwd. De ziel des menschen wordt beschouwd als voortgekomen uit God. Door een lange reeks van aardlevens ontwikkelt zij de eigenschap van verstand, begripsvermogen, denken, de weerkaatsing van den Heiligen Geest of den derden persoon in de drieëenheid. De geest van den mensch wordt, van dit standpunt gezien, beschouwd als het beeld van God. Hij is een drieëenheid in zijn wezen evenals God een drieëenheid is, en de ontwikkeling van het leven, van die drieëenheid in den mensch vervalt vanzelf in drie onderdeelen: de eerste stap is die, waardoor het denkvermogen wordt ontwikkeld; deze stap

Na al deze inwijdingen komt de mystieke kruisiging. De Arhat offert zich geheel en al op voor het welzijn der wereld. Hij geeft al wat hij bezit opdat het der menschheid ten goede moge komen. Hij verzaakt alle afgescheiden leven, opdat zijn leven het leven der menschen zijn moge. Hij neemt niets voor zichzelf opdat de menschheid alles moge ontvangen, en deze laatste daad van opoffering wordt de "kruisiging" genoemd. Door dien dood van het lagere rijst de ingewijde tot het goddelijk leven. Hij wordt één met den Vader, hij stijgt boven het leven der wereld. Om de Theosofische uitdrukking te gebruiken: Buddhi gaat op in Âtmâ; de Arhat wordt daardoor een Meester. In de Christelijke spreekwijze zegt men: de Zoon wordt één met den Vader en, in den hemel opgestegen, zit hij aan de rechterhand Gods. Dit "zitten aan de rechterhand Gods" is een zinnebeeldige uitdrukking, welke beteekent dat hij de goddelijke krachten bezit. Hij is in staat om een werktuig te zijn van de godheid voor de ontwikkeling der menschheid en iedere Zoon, die de eenheid met den Vader bereikt heeft wordt een van de krachten die de wereld vooruit helpen, zoodat door zijn ontwikkeling die der geheele menschheid wordt bevorderd.

Het is een deel van de zending der Theosofie, aan het Christendom de mystiek terug te brengen welke het verloren heeft. Voor millioenen menschen in Europa is de Christelijke symboliek degene welke zij het gemakkelijkst kunnen begrijpen. Indien wij tot hen spreken van Manas, Buddhi en Âtmâ, begrijpen zij ons niet. Indien wij hun echter aantoonen, dat hun eigene woorden dezelfde beteekenis hebben, kunnen wij ons doel bereiken. Wanneer wij hun vertellen, dat zij Buddhi kunnen ontwikkelen, en dat Buddhi kan opgaan in Âtmâ, weten zij niet wat wij bedoelen. Maar wanneer wij hun leeren

Nog één punt is er betreffende den geschiedkundigen Jezus, dat van groot belang is, namelijk dat hij nog leeft in een lichaam, als één van die groote Broederschap van Meesters waarvan de Theosofie ons leert. Hij vindt zijn bijzondere taak in de Christelijke kerk. Door die kerk kunnen nog heden de zielen hem als Meester bereiken; en zij die er toe zijn gekomen de Meesters te kennen, weten dat Jezus één van hen is, en dat hij nog thans door Christenen kan worden bereikt. Maar de voorwaarden hiervoor zijn nog steeds dezelfde als immer te voren. Zij zijn neergelegd in de woorden van Jezus in de Christelijke evangeliën, woorden die letterlijk moeten worden gevolgd, en niet weggeredeneerd. Thans, gelijk oudtijds, moet de mensch die het leven van den Christus wil vinden het lagere leven dooden. Thans, gelijk voorheen, moet hij alles opgeven, wat behoort tot het per

DE THEOSOFISCHE VEREENIGING.

De Theosofische Vereeniging is een internationaal lichaam, den 17den November 1875 te New-York gesticht.

Haar doel is:

I. Het vormen van een kern van de algemeene broederschap der menschheid, zonder aanzien van ras, geslacht, kaste of kleur.

II. Het aanmoedigen van de vergelijkende studie van godsdienst, wijsbegeerte en wetenschap.

III. Het naspeuren van onverklaarde natuurwetten en van de ongeopenbaar de krachten in den mensch.

Van deze drie doeleinden is alleen het eerste bindend voor alle leden terwijl de twee andere tot hulp voor de bereiking van het eerste dienen.

Het volbrengen van het tweede, dat het Oosten en het Westen aan elkander ontsluiert strekt om misverstanden voortspruitende uit verschil van ras en godsdienstvorm uit den weg te ruimen en stelt ten dienste

De leden der Vereeniging zijn meer verbonden door een ethischen dan door een verstandelijken band en hun eenheid berust op een verheven ideaal, niet op een omschreven geloof. De Vereeniging heeft geen geloofsstellingen, dringt aan op geen enkel geloof, schaart zich onder geen kerk, steunt geen partij, neemt geen deel aan de eindelooze kibbelarijen welke de maatschappij verdeelen en het nationaal, maatschappelijk en persoonlijk leven verbitteren. Zij tracht geen mensch van zijn eigen godsdienstvorm af te trekken, maar noopt hem integendeel in de diepten van zijn eigen godsdienst het geestelijk voedsel te zoeken dat hij noodig heeft. De uitkomsten der studie welke in het tweede doeleinde genoemd wordt biedt zij aan als voorwerpen van onderzoek, niet als geloofsstellingen waaraan blind

LIDMAATSCHAP.

Lidmaatschap kan worden verkregen op aanvrage aan den Algemeenen Secretaris eener Afdeeling of door middel van een der Loges of Centra der Vereeniging. Nadere inlichtingen hieromtrent worden op aanvrage gaarne verstrekt. Een exemplaar van de "Wet en Regels" der Theosofische Vereeniging en der Nederlandsche Afdeeling wordt, op verzoek aan den Algemeenen Secretaris, toegezonden.

LIDMAATSCHAPSKOSTEN.

De kosten van het lidmaatschap der Nederlandsche Afdeeling (insluitende het lidmaatschap der Theosofische Vereeniging) bedragen f 3.—per jaar en f 3.—intreegeld (éénmaal). Deze bedragen

In bijzondere gevallen kan ontheffing van geldelijke verplichtingen worden verleend.

ADMINISTRATIEVE INDEELING.

In verschillende landen voor zooverre die een voldoend aantal leden tellen zijn Afdeelingen der Vereeniging gevormd. Deze Afdeelingen worden vertegenwoordigd door een Algemeenen Secretaris. Iedere Afdeeling is onderverdeeld in Loges en Centra. De Nederlandsche Afdeeling telt zeven Loges en twee Centra.

President der Vereeniging is Col. H. S. Olcott te Adyar, Madras, Engelsch-Indië.

De Algemeene Secretarissen van de Afdeelingen der Vereeniging zijn:

Nederland: W. B. Fricke, Amsterdam, 76, Amsteldijk.

Amerika: Alexander Fullerton; New-York, 5, University Place.

Europa: G. R. S. Mead, B. A.; London, N. W. 19, Avenue Road.

Indië: Bertram Keightley, M. A.; Upendranath Basu, M. A., LL. B., Benares.

Australië: J. Scott, M. A.; Sydney, N. S. W., 42, Margaret Street.

Scandinavië: A. Zettersten, Stockholm, 30, Nybrogatan.

Nieuw-Zeeland: Dr. C. W. Sanders; Auckland, Mutual Life Buildings, Lower Queen Street.

PLAATS. VOORZITTER. SECRETARIS.

AMSTERDAM: *Amsterd. Loge. W. B. Fricke, Amsteldijk 76. H. Wierts van Coehoorn, Amsteld. 76.

*Vâhana Loge. K.P.C. de Bazel, Nic. Beetsstr. 118. Mej. Cato E. Gruntke, Overtoom 206.

StudentenCentrum. J. W. Boissevain, Tesselschadestraat 4 J. J. Hallo Jr., Schotersingel 69, Haarlem.

*GOUDA (Centrum). H. Reijnders, Lange Groenendaal 99

*'s GRAVENHAGE. F.J.B. van der Beek, Wilhelminastr. 35. Mej. C.J. de Prez, Wilhelminastr. 35.

*HAARLEM. Johan van Manen. J. J. Hallo Jr., Schotersingel 69.

*HELDER. T. van Zuylen, Spoorstraat 138 S. Gazan, Kanaalweg 121.

ROTTERDAM. H. W. Hagenberg, Noordsingel 140 J. A. Terwiel, 2e Crooswijksche Dwarsstraat 6

VLAARDINGEN. D. de Lange Dz., Oosthavenkade.

* De met een sterretje geteekende Loges bezitten boekerijen.

Daar de Theosofische Vereeniging gesticht is in Engelsch sprekende landen en zich voornamelijk daar heeft verbreid gedurende de eerste 20 jaren van haar bestaan zijn de meeste en beste boeken over Theosofie in het Engelsen geschreven. Deze, meest uitgegeven door de "Theosophical Publishing Society" te Londen, zijn alle te verkrijgen van haren uitsluitenden vertegenwoordiger voor Nederland, de "Theosofische Uitgeversmaatschappij" (Afdeeling Boekhandel), Amsterdam, Amsteldijk 76. Uitgebreide catalogi worden op aanvrage toegezonden.

In het Nederlandsch zijn door de "Theosofische Uitgeversmaatschappij" de volgende werkjes uitgegeven welke tegen overmaking van den bijvermelden prijs van haar verkrijgbaar zijn.

THEOSOPHIA, Maandblad, prijs per jaargang f 2,50

.......... Vorige jaargangen zijn in beperkt aantal nog verkrijgbaar tegen f .50 per jaargang.

.......... Kaarten van Atlantis behoorende bij den 6en Jaargang van "Theosophia", per stel (vier stuks), f 1.50.

A. BESANT, Kort begrip der Theosofie (f 0.15)

SNOWDEN WARD, Karma en Reïncarnatie (f 0.10)

MULTASPERO, Eerste kennismaking met de Theosofie (f 0.25)

AFRA, Eenvoudige schets der Theosofie (f 0.25)

A. BESANT, De evolutie der ziel, het doel van 't leven (f 0.10)

A. BESANT, Yoga voor den mensch in de maatschappij (f 0.10)

A. BESANT, Vier voordrachten over Theosofie, gebonden (f 0.60)

A. BESANT, Levenstoestanden na den dood (f 0.20)

A. BESANT, De Zeven Beginselen van den mensch, gebonden (f 0.60)

JOHAN VAN MANEN, Korte levensschets van Annie Besant (f 0.10)

Vele vertalingen van belangrijke Theosofische werken zijn in voorbereiding, terwijl in den loop van het jaar nog verscheidene kleinere en grootere werken zullen verschijnen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings