← Table of contents
Vertellingen van vroeger en later tijd

Note 75 — In en over Amsterdam. (continued 5)

Reading edition

Waarom ben ik niet in staat, bij de namen van die beide slachtoffers ook den naam te vermelden van dien knecht des Heeren Verhamme, die, tot hulp zijns meesters, zich in het brandende gebouw waagt en er den dood vindt? of dien van den knecht van Mevrouw Teixeira, die tot tweemalen toe het doodsgevaar trotseert ter wille zijner brave meesteres, en niet terugkeert dan na de overtuiging te hebben, dat alle verdere nasporing onmogelijk ware.75 Waarom niet de namen dier beide timmerlieden, die, gelijk wij straks vermeld hebben, door de achtergang gevlucht waren, en die gij wellicht van laffe zelfzucht verdacht hieldt. Neen, na hun leven te hebben gered, willen zij ook dat van anderen redden. Nauwelijks op straat, zijn zij de Runstraat omgesneld, naar de Keizersgracht, en zoo weder langs den vooringang binnen het gebouw. Geen damp, geene benauwdheid schrikt hen af; zij zoeken het portaal rond, zij vinden nog hier en daar een bedwelmde of machtelooze liggen, dien zij ophelpen en in veiligheid brengen: onder hen een Oud-Regent, dien een hunner op de schouders neemt en naar ’t belendende huis van den schepen Hope draagt. Met het reeds verrichte niet tevreden, keert hij terug, ontsteekt eene kaars en begeeft zich daarmede in den nu stikdonkeren bak. De hier heerschende damp doet het licht uitgaan; maar de onverschrokken man wil zijne taak voortzetten: hij gaat en keert terug, deze reis met eene lantaarn. Wederom dooft de stiklucht de vlam, nog geeft hij den moed niet op: ten derdenmale bezoekt hij den bak met zijn brandend licht, telkens keer op keer roepende: „Is hier nog iemand? dan zal ik hem helpen.” Maar eindelijk hoort hij overal om zich heen de binten kraken: hij hoort de onzichtbare vlammen langs de zoldering, over de gaanderijen sissen, schuifelen, gonzen, loeien: de wanden dreigen in te storten en in spijt van zich zelven is hij gedwongen, die plek, waar hij geen nut meer stichten kan, te verlaten, en nauw is hij in het voorportaal gekomen of alles achter hem stort in puin en asch over den bak dooreen.76 In minder dan twee uren tijds is de prachtige Schouwburg met al zijn toestel in rook en vlammen opgegaan. Maar is het onmogelijk geweest, den voortgang van het vuur daarbinnen te stuiten en is het zelfs aan den ijver der brandmeesters, straks van overal met hunne spuiten toegesneld niet mogelijk geweest, tijdig genoeg te komen, om te beletten, dat de brand ook een paar belendende stallen in asch lei en eenige der naaste huizen aanstak, toch heeft men te twee uren ’s nachts allen verderen voortgang van de vlam gestuit.77

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings