Note 10 — In en over Amsterdam. (continued 2)
Reading edition
Talrijk zijn de werken, door Dirck Pietersz., onder dezen naam en onder dien van Pers, in ’t licht gegeven, zoo in proza als in poëzie, even verschillend van strekking als van vorm: geschiedenissen, stichtelijke rijmen, leerdichten, sonnetten, gezangen, bijschriften enz.10 Onder zijne gedichten, waarin hij, vaak op bedriegelijke wijze, den trant en stijl van Cats nabootst, stellen wij bovenaan een leerdicht in drie zangen, waarin hij tegen de onmatigheid te velde trekt, door haren aard en gevolgen op kluchtige wijze voor te stellen. Hij is echter niet partijdig, gelijk de afschaffers van latere dagen, die er niet tegen hebben, dat men zich een roes drinke, mits men ’t niet aan jenever doe. In navolging van Mohammed en ten voorbeelde aan de temperance-societies, strijdt hij tegen elken drank, die dronken maakt. In zijn eersten zang stelt hij de volgelingen van Bacchus ten toon, in zijn tweeden die van de Godin Bierana (de bierdrinkers), en in den derden die van den God Brandemoris (hen, die zich aan jenever, of—juister uitgedrukt—korenbrandewijn, te buiten gaan). Men ziet, dat er niets nieuws onder de zon is; maar tevens, dat men toen hier te lande krachtiger bier dronk dan in onze dagen.