Note 7 — In en over Amsterdam. (continued 2)
Reading edition
Wij verlaten den Dam met zijne drukte en gewoel: wij gevoelen behoefte aan frissche zeelucht en wij kuieren het Damrak op, dat ons naar den IJkant geleiden zal. Maar zijn wij daardoor uit het gedrang? Eilieve; vraag het Joannes Aurelius eens, die voor mij dezelfde wandeling gemaakt en beschreven heeft7. Hij heeft alles goed gezien en niet minder goed verteld, en, ware ik niet reeds met den lezer op weg, ik zou stellig, nadat hij zijne wandeling volbracht heeft, de mijne niet begonnen zijn. ’t Heeft zelfs bij mij een punt van ernstige overweging uitgemaakt, of ik die wel zou voortzetten, en, zoo ik daartoe besloten heb, het is, uithoofde mijne wijze van door het oude Amsterdam te slenteren, mij voorrechten aanbiedt, waarvan Aurelius had afgezien. Niet, als bij, aan een bepaald tijdvak gebonden, en, ten anderen, niet zoozeer de merkwaardigheden der stad in ’t algemeen, als wel de herinneringen, aan sommige huizen verknocht, tot onderwerp mijner opmerkingen hebbende gekozen, ben ik, aan den eenen kant, vrijer in mijne bewegingen dan hij, en is het mij, aan den anderen kant, vergund, langer dan hij op eene plaats te vertoeven.