Note 164 — Journaal
Reading edition
Den 7en do seijlden met slappe coelte ende variable winden langs de eijlanden, (bevonden doen datter verscheijde nevens malcanderen lagen), om boven d’selve te comen; ’s avonts vrickte na een eijlantje, om des naghts daer onder te anckeren, door dien de lucht seer windigh sag, maer sagen soo veel blick vieren164 vande eijlantjes, dat wij beter agten onder zeijl te blijven; seijlden alsoo met een labber coelte, de wint van agteren, den geheelen nacht door.