Note 20 — Journaal
Reading edition
Hieruit valt niet anders te lezen dan dat de stuurman wist waar de schipbreukelingen te land waren gekomen en dat hij nu van de gelegenheid gebruik maakte om de juiste ligging te bepalen van het Quelpaerts-eiland. Vgl. Witsen, 2e dr., dl. I, bl. 150 noot: “Hoewel Meester Mattheus Eibokken, die een der geener is welke aldaer gevangen zijn gebleven, mij bericht ... dat het Eiland Quelpaert hetgeene is, in ’t welk zij gevangen wierden, en daer haer Schip was gestrant, ter plaetze als boven gemelt, voegende daer bij dat de Stuurman van hun gebleven Schip, hetzelve kende, en dat de Japanders daer nu niets te zeggen hebben”. Het is jammer dat Witsen niet heeft vermeld hoe de stuurman aan zijne bekendheid met het Quelpaerts-eiland is gekomen. De opperstuurman Hendrik Janse van Amsterdam kan hebben behoord tot de opvarenden van de Patientie die in 1648 vlak bij “Quelpaerts-eiland” kwam (zie Inleiding, bl. XLIII). Ook kan hij aan boord zijn geweest van een der schepen Sperwer of Patientie toen deze in September 1651 van Batavia naar Perzië zeilden, en te Batavia of gedurende deze reis door het scheepsvolk van de Patientie over Quelpaerts-eiland hebben hooren spreken; misschien heeft hij het eiland Quelpaert leeren kennen uit eene voor Schippers bestemde manuscript-kaart, waarop het na 1642 was vermeld (Vgl. Inleiding, bl. XLIX, noot 4).
De passage over de ligging van Quelpaerts-eiland luidt in de:
I. Uitg.-Saagman: “onsen Stuerman had de hooghte genomen, ende bevonden ’t selve Eijlandt te leggen op de hoogte van 33 graden 32 minuten”.
II. Uitg.-Stichter: “hier wesende hadde onse stuerman de hooghte genomen ende bevonden Quelpaerts Eylant te zijn, leggende op de hooghte van 33 graden 32 minuten”.
III. Uitg.-van Velsen = II.
IV. Montanus, Gesantschappen, bl. 430: “Ondertusschen nam de stuurman hoogte: en bevond Quelpaerds eiland te zijn, alwaer ’t schip verlooren. Dit leid op drie en dartig graeden en twee en dartig minderlingen”.
Vertalers van Hamel’s Journaal hebben deze passage aldus weergegeven: “Als wir nun daselbst waren, hatte unser Steuermann die Höhe genommen, und so viel befunden, dasz disz Quelpards insel were, so auf der Höhe von 33. graden und 32. Minuten gelegen” (Arnold’s vertaling, Nürnberg (1672) bl. 825).—“Le Capitaine, ayant fait des observations, jugea qu’ils étoient dans l’Isle de Quelpaert, au trente-troisième degré trente-deux minutes de latitude” (Histoire générale des Voyages, VIII, bl. 416).
Het eiland strekt zich in werkelijkheid uit van 33° 12′ tot 33° 30′ zoodat, de onvolkomenheid der toenmalige instrumenten in aanmerking genomen, de aangegeven breedte van 33° 32′ zeer nauwkeurig mag heeten.
De plaats waar de Sperwer strandde, is door Von Siebold “Cap Sperwer” gedoopt. (Zie “Geschichte der Entdeckungen”, bl. 169).